Opzegvergoeding vervalt wegens ontbreken controleerbare berekening

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Opzegvergoeding    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1329660/1333069

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie oordeelt dat de ondernemer de opzegvergoeding van € 703,36 niet in rekening mocht brengen, omdat hij geen controleerbare berekening heeft overgelegd en daarmee niet heeft voldaan aan de Beleidsregel Redelijke Opzegvergoedingen 2023. De consument stapte kort na aanmelding weer over en vroeg om een volledige onderbouwing van de opzegvergoeding, inclusief de gebruikte inkooppositie, referentietarieven en berekeningsmethode. De ondernemer stelde dat de berekening rechtmatig was en gebaseerd op het SJV van de netbeheerder, maar kon geen concrete berekening, geen contractuele grondslag en geen indicatieve berekening na opzegging tonen. Omdat het contract dateert van december 2025 is de Beleidsregel van toepassing, en artikel 4 lid 1 verplicht de ondernemer om de schade inzichtelijk te maken. Dat is niet gebeurd. De commissie volgt daarom het standpunt van de consument: zonder controleerbare berekening kan niet worden vastgesteld dat de opzegvergoeding redelijk is. De klacht is gegrond en de ondernemer mag de opzegvergoeding niet in rekening brengen; de eindnota moet worden gecorrigeerd. Ook moet het klachtengeld van € 52,50 worden vergoed.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de eindnota van 6 februari 2026, meer in het bijzonder de hoogte van de daarop in rekening gebrachte opzegvergoeding van € 703,36.

De consument heeft de klacht op 14 februari 2026 bij de ondernemer ingediend.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument was overgestapt naar de ondernemer, maar wilde bij nader inzien daar weer weg. De consument ontving daarop een eindnota met een hoge opzegvergoeding. Daartegen maakte de consument bezwaar. Op grond van de Beleidsregel Redelijke Opzegvergoedingen 2023 van de ACM dient een opzegvergoeding gebaseerd te zijn op het werkelijke door de ondernemer door de vroegtijdige opzegging te lijden schade. De consument verlangt een volledige, gespecificeerde en controleerbare berekening van de in rekening gebrachte opzegvergoeding. Het gaat om de concrete inkooppositie, de gehanteerde referentietarieven, de berekeningsmethode en de wijze waarop het vermeende nadeel is vastgesteld.

De consument heeft het voorstel van de ondernemer om 50% van de in rekening gebrachte opzegvergoeding te laten vervallen, verworpen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De opzegvergoeding is rechtmatig tot stand gekomen. Voor de berekening mag de ondernemer het SJV van de netbeheerder hanteren. Deze methodiek is in lijn met de door de ACM vastgestelde beleidsregels. De berekening van de opzegvergoeding is door de consument geaccepteerd bij het tekenen van het contract. Het in rekening brengen van een opzegvergoeding is in lijn met artikel 21.3 van de Algemene Voorwaarden.

Desalniettemin is de ondernemer bereid om de helft van de opzegvergoeding kwijt te schelden.

Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.

De ondernemer heeft de consument – ook – telefonisch uitleg gegeven over de berekening. Dat was op 23 maart 2026. De aanvullende voorwaarden zijn op dit moment niet beschikbaar. De opzegvergoeding is terecht in rekening gebracht.

Beoordeling

De commissie heeft het volgende overwogen.

In deze zaak klaagt de consument over de op de eindnota van 6 februari 2026 in rekening gebrachte opzegvergoeding. Zij verlangt inzicht in de berekening die tot het bedrag van € 703,36 heeft geleid.

De ondernemer voert verweer.

De commissie volgt het standpunt van de consument.

De commissie stelt voorop dat, nu het betreffende contract dateert van 8 december 2025, daarop de Beleidsregel van toepassing is. De ondernemer stelt weliswaar dat gehandeld is in overeenstemming met de Beleidsregel, maar heeft nagelaten een door de commissie te controleren berekening over te leggen, zoals ook al door de consument was verzocht.

Evenmin is de commissie gebleken dat de ondernemer aan de consument na de opzegging terstond een indicatieve berekening heef doen toekomen.

Ook is de ondernemer er niet in geslaagd de contractuele afspraken van partijen die de grondslag voor het in rekening brengen van een opzegvergoeding vormen over te leggen.
Bij deze stand van zaken kan niet gecontroleerd en vastgesteld worden dat de ondernemer bij het in rekening brengen van de opzegvergoeding zich heeft gehouden aan het bepaalde in artikel 4 lid 1 van de Beleidsregel.

Een en ander leidt ertoe dat de klacht van de consument gegrond is.

Op grond van het bovenstaande is de klacht gegrond.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie bepaalt dat de ondernemer op de eindnota van 6 februari 2026 geen opzegvergoeding ten laste van de consument in rekening mag brengen en dat de eindnota in zoverre dient te worden gecorrigeerd. Dit dient binnen 4 weken na de verzendatum van dit bindend advies plaats te vinden.

Bovendien is de ondernemer gehouden aan de consument het door hem betaalde klachtengeld van € 52,50 te vergoeden en voorts zal aan de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie aan de ondernemer een bijdrage in de behandelingskosten in rekening worden gebracht.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 22 juni 2026.

Opslaan als PDF