Vaste terugleverkosten terecht in rekening gebracht

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: bejegening/ informatieverstrekking    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1328574/1333860

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie verklaart de klacht van de consument ongegrond, omdat de ondernemer de vaste terugleverkosten over de periode 1 juni 2025 – 9 september 2025 terecht heeft berekend. De consument vond dat hij door niet‑tijdige, onvoldoende en tegenstrijdige informatie geen geïnformeerde keuze kon maken toen zijn vaste contract afliep. Hij dacht dat hij geen terugleverkosten hoefde te betalen en vertrouwde op een seintje waarin werd geadviseerd het termijnbedrag te verlagen. De commissie stelt echter vast dat de consument op 24 april 2025 een duidelijke e‑mail ontving waarin stond dat zijn contract per 1 juni 2025 zou worden omgezet naar een variabel contract mét vaste terugleverkosten, tenzij hij een nieuw aanbod zou accepteren. De consument reageerde niet op dat aanbod en ging dus automatisch akkoord met het variabele contract. Dat de tariefwijziging per 1 juli 2025 hem niet tijdig bereikte, is door de ondernemer gecorrigeerd via een credit van € 87,71. De consument leverde bovendien daadwerkelijk stroom terug en betwist niet dat hij de berekeningsmethode of schaalindeling niet kende. De commissie oordeelt dat de ondernemer voldoende heeft geïnformeerd, dat de consument zelf geen actie heeft ondernomen en dat de vaste terugleverkosten daarom rechtsgeldig zijn. Het depotbedrag van € 534,87 wordt aan de ondernemer uitgekeerd.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Het geschil betreft de jaarafrekening van 11 december 2025, meer in het bijzonder de in rekening gebrachte vaste terugleverkosten.

De consument heeft de klacht op 13 januari 2026 bij de ondernemer ingediend.

De consument heeft een bedrag van € 534,87 bij de commissie in depot gestort

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het geschil betreft de vaste terugleverkosten die de ondernemer in de periode van 1 juni 2025 tot 9 september 2025 in rekening heeft gebracht. De consument maakt geen bezwaar tegen het in rekening brengen van terugleverkosten als zodanig, maar tegen het feit dat hij door onvoldoende, niet-tijdige en tegenstrijdige informatie van de ondernemer niet in staat was een geïnformeerde keuze te maken. De ondernemer erkende dat de juiste informatie over de tariefwijziging van de terugleverkosten per 1 juli 2025 pas eind augustus 2025 was verstrekt. De door de ondernemer daarvoor aangeboden compensatie corrigeert slechts een tariefdetail, maar herstelt niet de gemiste keuzemogelijkheid.

Op 18 mei 2025 ontving de consument van de ondernemer een seintje waarin hem werd geadviseerd om het termijnbedrag te verlagen, in de verwachting dat hij geld terug zou krijgen. Dit wekte bij de consument het vertrouwen dat alles onder controle was. Op de jaarafrekening zijn vaste terugleverkosten in rekening gebracht van € 796,71. Daarvan heeft de ondernemer een bedrag van € 87,71 kwijtgescholden. De ondernemer maakt nog aanspraak op betaling van een bedrag van € 534,87.

De ondernemer baseert zich ten onrechte op de e-mail van 15 mei 2024 en het aanbod van 24 april 2025.

De consument verlangt dat de door de ondernemer in rekening gebrachte terugleverkosten over de periode 1 juni 2025 – 9 september 2025 volledig worden gecrediteerd, omdat deze zijn ontstaan door een onvoldoende en niet-tijdige informatievoorziening.

Ter (digitale) zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende aangevoerd.

Na kennisgenomen te hebben van de jaarafrekening realiseerde de consument zich dat hij werd aangeslagen voor terugleverkosten. Hij verkeerde in de veronderstelling geen netto teruglevering te hebben en dacht niet te hoeven betalen. De correctie die hij kreeg is onvoldoende. Nadat hij wist dat hij werd aangeslagen als terugleverancier is de consument een dynamisch contract aangegaan. Het oorspronkelijke contract was van 2024. Op basis van dat contract waren geen terugleverkosten verschuldigd. Op het aanbod van de ondernemer van een nieuw vast contract was de consument niet ingegaan. De consument leverde niet meer terug dan hij verbruikte. Het was hem ontgaan dat er iets wezenlijks veranderde. In weerwil van het geruststellende seintje bleek het maandbedrag toch te laag te zijn. De consument is daardoor op het verkeerde been gezet.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 15 mei 2024 stuurde de ondernemer de consument een e-mail over de invoering van vaste terugleverkosten per 1 juli 2024. Op 16 mei 2024 sloot de consument een contract met een vaste prijs met als ingangsdatum 1 juni 2025 en als einddatum 31 mei 2025. Vaste terugleverkosten maken geen deel uit van dat contract. In verband met het aflopen van het contract stuurde de ondernemer op 24 april 2025 een e-mail met een nieuw aanbod voor een contract met vaste tarieven. Ook werd daarin aangegeven dat als de consument niets doet het contract per 1 juni 2025 wordt omgezet in een contract met variabele tarieven en vaste terugleverkosten.
Op 19 mei 2025 stuurde de ondernemer de consument een seintje waarin wordt aangegeven dat hij vermoedelijk een bedrag terugkrijgt en met het advies om het maandbedrag te verlagen. Dat bericht was gebaseerd op het vaste contract dat de consument had, zonder terugleverkosten.

De consument ging niet in op het aanbod van 24 april 2025. Nadat de consument op 25 augustus 2025 was geïnformeerd over de nieuwe tarieven, sloot hij op 8 september 2025 een nieuw contract af voor FlexPrijsStroom. Op 11 december 2025 ontving de consument de jaarafrekening, waarbij € 796,58 aan vaste terugleverkosten in rekening werd gebracht en het bij te betalen bedrag € 622,58 bedroeg. Naar aanleiding van de klacht van de consument gaf de ondernemer hem uitleg en werd aangegeven dat de tarieven per 1 juli 2025 zijn gestegen. Die informatie werd op 26 mei 2025 aan de klanten met een variabel contract gestuurd. Omdat de consument op dat moment nog een vast contract had werd hij over die tariefswijziging niet geïnformeerd. Om die reden maakte de ondernemer voor het verschil in de tarieven een creditfactuur van € 87,71 en verrekende dat bedrag met het openstaande bedrag van de jaarafrekening.

De ondernemer is van mening dat de consument met de e-mail van 24 april 2025 voldoende is geïnformeerd. De tariefcommunicatie van 1 juli 2025 had slechts ten doel om klanten van de wijziging van de tarieven op de hoogte te stellen. De consument is gecompenseerd voor het tariefverschil.

Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.

De ondernemer heeft de consument op 24 april 2025 meegedeeld dat per 1 juli 2025 vaste terugleverkosten in rekening worden gebracht. Een seintje is slechts een servicebericht en heeft geen invloed op de inhoud van het contract. De ondernemer heeft de consument laten weten dat zijn contract zou worden omgezet naar een contract met variabele tarieven en met vaste terugleverkosten. De consument is gecompenseerd voor het missen van de mail over de wijziging van de tarieven.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In deze zaak klaagt de consument over de op de eindnota in rekening gebrachte vaste terugleverkosten. Hij stelt dat hij daarover niet, niet-tijdig en onvoldoende is geïnformeerd door de ondernemer en stelt dat hij die kosten om die reden niet is verschuldigd.

De ondernemer voert gemotiveerd verweer.

De commissie volgt het standpunt van de ondernemer.

De commissie leidt uit de stellingen van de consument af dat hij niet klaagt over het verschuldigd zijn van vaste terugleverkosten, maar dat hij van mening is dat hij daarover niet behoorlijk is geïnformeerd door de ondernemer en daardoor geen juiste keuze voor het aangaan van een contract heeft kunnen maken.

De commissie stelt vast dat de consument niet betwist de e-mail van 24 april 2025, kort voor het aflopen van zijn vaste contract, te hebben ontvangen en ook niet betwist daarop niet te hebben gereageerd, hetzij door het aanbod voor een nieuw contract te aanvaarden, hetzij om een ander contract aan te gaan of te willen opzeggen.

Aldus is op dat moment rechtsgeldig een overeenkomst met variabele tarieven tot stand gekomen en met vaste tarieven zoals in het bericht van 24 april 2024 is vermeld.

Wel staat vast dat de tarievencommunicatie de consument niet tijdig heeft bereikt en de ondernemer de consument daarvoor heeft gecompenseerd.

De omstandigheid dat de consument zich niet realiseerde dat hij naast het verbruik van stroom, ook stroom aan het net terugleverde is onvoldoende om de consument vrij te stellen van het betalen van vaste terugleverkosten, te meer daar de consument zijn pijlen niet richt op de verschuldigdheid van vaste terugleverkosten als zodanig. De consument betwist voorts niet dat hij niet op de hoogte was van de wijze waarop de vaste leverkosten worden berekend en de daartoe gehanteerde indeling in schalen.

Op grond van het bovenstaande is de commissie van oordeel dat het de ondernemer in de gegeven omstandigheden vrijstond om vaste terugleverkosten in rekening te brengen en dat zij de omissie om de Zaaknummer Pagina 4 van 4 consument tijdig van een wijziging van de tarieven op de hoogte te brengen op een juiste wijze heeft hersteld door de verhoging niet door te voeren.

De klacht van de consument is ongegrond.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De commissie wijst het door de consument verlangde af.

Het depotbedrag van 534,87 wordt aan de ondernemer overgemaakt.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. W.H. van Oorspronk en mr. D. van der Wal, leden, op 16 juli 2026.

Opslaan als PDF