Klein warmteverbruik bij uitgeschakelde installatie is normaal systeemgedrag

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Hoogte tarief warmtelevering    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1327962/1332878

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie verklaart de klacht ongegrond, omdat het geringe warmteverbruik dat de consument ziet wanneer de verwarming uitstaat normaal en onvermijdelijk is bij een watergedragen warmte‑ en koudesysteem. De consument merkte dat er tussen 8 september 2025 en 19 november 2025 toch 0,125 GJ werd geregistreerd, maar volgens de ondernemer ontstaat dit doordat stilstaand water in leidingen vanzelf opwarmt door de omgevingstemperatuur. Zodra een andere functie – zoals koeling – wordt ingeschakeld, stroomt dit opgewarmde water langs de meter, die het temperatuurverschil correct registreert. Dit is geen fout van de meter en vervanging biedt geen oplossing; het verschijnsel komt bij elk watergedragen systeem voor. De commissie volgt dit technische uitleg en stelt vast dat de meter niet ter discussie staat en dat het minimale verbruik niet te vermijden is. Wel merkt de commissie op dat de ondernemer consumenten beter kan informeren, bijvoorbeeld door uit te leggen dat dit verbruik te beperken is door na het stookseizoen niet alvast koeling in te schakelen voordat deze daadwerkelijk beschikbaar is. De klacht wordt afgewezen.

De volledige uitspraak

Samenvatting

De consument ziet dat enig verbruik bij hem in rekening gebracht wordt, hoewel de warmtelevering uitstaat. De commissie oordeelt dat zulks eigen is aan het geïnstalleerde systeem.

Beoordeling

De consument heeft geconstateerd dat als er geen gebruik gemaakt wordt van de verwarming er toch enig verbruik geregistreerd wordt en betaald moet worden. Bijvoorbeeld in de periode 8 september 2025 tot 19 november 2025 0,125 GJ, hetgeen neerkomt op € 4,93.

De ondernemer betoogt dat het genoemde verschijnsel inherent is aan de fysische eigenschappen van elk watergedragen warmte- en koudesysteem. Wanneer het systeem langere tijd stil heeft gestaan, kan stilstaand water in de leidingen opwarmen door invloed van de omgevingstemperatuur. Bij het inschakelen van een andere functie (bijvoorbeeld koeling) stroomt dit opgewarmde water kort langs de meter, die dit temperatuurverschil registreert. Dit betreft geen fout van de meter, maar een correcte registratie van een feitelijk, zij het minimaal, temperatuurverschil. Dit verschijnsel doet zich voor bij elk watergedragen verwarmingssysteem. Het is vergelijkbaar met de situatie bij een gangbare CV-ketel, waarbij bij het openen van de warmwaterkraan reeds warmteverbruik wordt geregistreerd voordat het warme water daadwerkelijk de kraan bereikt. Het vermeende probleem ligt dus niet in de meetinrichting en vervanging van de meter biedt hiervoor geen oplossing.

De commissie volgt de ondernemer in diens betoog. Het minimale verbruik is niet te vermijden bij het geïnstalleerde systeem, waarbij opgemerkt wordt dat de werking van de meters niet ter discussie staat. De klacht wordt dan ook afgewezen. Ter zitting is stilgestaan bij de informatie die daarover aan consumenten wordt verstrekt. Het verdient aanbeveling dat de ondernemer wijst op dergelijk verbruik en ook erop wijst dat zulks te beperken is door na het stookseizoen niet de koeling aan te zetten, maar te wachten tot het ogenblik dat de koeling beschikbaar is.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, mevrouw mr. N.R. Geerts – Zandveld en de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 13 juli 2026.

Opslaan als PDF