Commissie: Voertuigverhuur
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1321738/1335173
De uitspraak:
Waar gaat deze uitspraak over?
Deze zaak gaat over een schadebedrag van € 1.477,37 dat een autoverhuurder bij een consument in rekening bracht na een aanrijding met een gehuurde bedrijfswagen op 21 januari 2025. De consument vond dat alleen de kentekenplaat, de kentekenplaathouder en de bumper waren beschadigd en dat de schade aan de grille en parkeersensor niet door de aanrijding was veroorzaakt. Daarom was hij het niet eens met het volledige schadebedrag. De ondernemer stelde dat een onafhankelijke schade-expert had vastgesteld dat ook de grille en parkeersensor door de aanrijding waren beschadigd en dat de verzekeraar op basis daarvan het schadebedrag had uitgekeerd. De Geschillencommissie oordeelde dat het aannemelijk is dat de grille en parkeersensor door de botsing schade hebben opgelopen, omdat de voorbumper volgens de expert naar achteren was gedrukt en daarna weer in vorm was gekomen. De commissie vond daarom niet dat de ondernemer of de verzekeraar iets verkeerd had gedaan. Daarnaast had de consument geen contra-expertise laten uitvoeren om zijn standpunt te onderbouwen. Daarom verklaarde de commissie de klacht ongegrond. Het verzoek van de consument werd afgewezen en het volledige depotbedrag van € 1.477,37 moet aan de ondernemer worden betaald.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de schadeafwikkeling met betrekking tot een door de consument veroorzaakte schade op 21 januari 2025 met een van de ondernemer gehuurde [bedrijfswagen]. De ondernemer heeft in deze een bedrag van € 1.477,37 aan de consument in rekening gebracht, welk bedrag valt binnen het tussen partijen overeengekomen eigen risico van € 1.500,-.
De consument heeft het bedrag van € 1.477,37 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Volgens de consument is door de aanrijding met de beschadigde auto alleen schade veroorzaakt aan de kentekenplaat, de kentekenplaathouder en de bumper. Ten onrechte is hem ook schade aan de grille en parkeersensor in rekening gebracht, waarvoor causaal verband met de aanrijding ontbreekt. Hij verwijt de ondernemer dat hij geen onafhankelijke toetsing door de verzekeraar heeft verlangd naar aanleiding van zijn klacht daarover.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De schade is vastgesteld door een onafhankelijke schade-expert (Achmea Expertise) die de schade aan kentekenplaat, kentekenhouder, bumper, parkeersensor en grille als één schade heeft beoordeeld ten gevolge van de door de consument veroorzaakte aanrijding. Op basis van die expertise heeft de verzekeraar van de ondernemer het berekende schadebedrag van € 1.477,37 aan de wederpartij van de aanrijding uitgekeerd. Er was geen aanleiding om de expertise te betwisten.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Gelet op de toedracht van de aanrijding, de voorliggende documentatie met betrekking tot de schade en de nadere toelichting van de schade expert, inhoudend dat als gevolg van de aanrijding de kunststof voorbumper van de beschadigde auto naar achteren is gedrukt en vervolgens weer teruggekomen is in de oorspronkelijke vorm, acht de commissie het allerminst onlogisch dat de expert tot het oordeel is gekomen dat ook de parkeersensor en de grille door de aanrijding zijn beschadigd en daarmee bij de schadeberekening zijn betrokken. Dat de ondernemer en zijn verzekeraar zich bij die beoordeling hebben neergelegd, valt hen daarom naar het oordeel van de commissie niet te verwijten.
Nu de consument de uitkomst van de expertise betwist, had het op zijn weg gelegen een contra-expertise te laten uitvoeren op basis van de beschikbare documentatie. Die ligt niet voor, zodat in zoverre zijn betwisting als onvoldoende onderbouwd moet worden aangemerkt.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend: het gehele bedrag van
€ 1.477,37 dient aan de ondernemer te worden doorbetaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigverhuur, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer R. Romijn, de heer C.P. Hoogendoorn, leden, op 28 augustus 2026.
de heer mr. R.J. van Boven