Commissie: Notariaat
Categorie: Kosten
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
677502/890055
De uitspraak:
Waar gaat deze uitspraak over
Deze zaak gaat over een geschil tussen een executeur van een nalatenschap en de notaris die betrokken was bij de verkoop van een woning uit die nalatenschap. Klager vond dat de notaris ten onrechte had geëist dat alle erfgenamen een volmacht moesten afgeven voor de verkoop van de woning, terwijl volgens hem het testament de executeur voldoende bevoegdheid gaf om de woning zonder toestemming van de andere erfgenamen te verkopen. Ook vond klager dat de notaris onnodige kosten had veroorzaakt, onder meer voor volmachten en het opnemen van de vererving in de leveringsakte, en dat de communicatie van de notaris onvoldoende was geweest. De notaris stelde daartegenover dat de executeur slechts een beheersexecuteur was en daarom niet zelfstandig over de woning mocht beschikken. De Geschillencommissie oordeelde dat de notaris zorgvuldig en volgens zijn wettelijke plicht heeft gehandeld. Omdat de executeur geen afwikkelingsbewindvoerder was, mocht de notaris verlangen dat de erfgenamen betrokken werden bij de overdracht en een volmacht afgaven. Ook vond de commissie de in rekening gebrachte kosten redelijk en niet bovenmatig. Hoewel de communicatie van de notaris volgens de commissie duidelijker had gekund, was dit onvoldoende om te concluderen dat hij onzorgvuldig had gehandeld. De klacht werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de wijze van handelen van de notaris bij de overdracht van de woning die behoorde tot de nalatenschap van de schoonzus van klager.
Standpunt van klager
Voor het standpunt van klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De notaris was de notaris van de koper van de woning die bestanddeel was van de erfenis van de schoonzus van klager (hierna te noemen: de schoonzus). Klager was aangesteld als één van de executeurs.
In het testament van de schoonzus is een bepaling opgenomen dat de executeur de bevoegdheid heeft om goederen – zonder in overleg te treden met de andere erfgenamen – te gelde te maken ter voldoening van de schulden. Dit heeft zij gedaan om discussie na haar overlijden te voorkomen. Ondanks de informatie van klager dat sprake was van schulden, heeft de notaris deze bepaling genegeerd.
Hoewel de beslissing tot verkoop van de woning tegen de overeengekomen prijs kon rekenen op een volledig draagvlak onder de erfgenamen, heeft de notaris zonder enige toelichting gevraagd naar telefoonnummers, e-mailadressen en een kopie van de legitimatiebewijzen van de overige erfgenamen. Op de vraag waarom deze gegevens nodig zijn, volgde een algemeen antwoord: ‘Kantoorbeleid… Om het dossier compleet te maken’.
Gegeven de duidelijk omschreven bevoegdheden van de executeurs was het voor klager onduidelijk wat de noodzaak van de door de notaris opgevraagde gegevens was voor het opstellen van een akte voor de levering van de woning. Ook na uitgebreide correspondentie hierover en aanlevering van bewijsstukken bleef de notaris van mening dat de executeurs niet mochten beschikken over goederen.
De notaris die het testament heeft opgesteld, heeft klager desgevraagd te kennen gegeven dat de executeurs wel beschikkingsbevoegdheid hadden. De notaris stelde zijn mening echter boven het bepaalde in het testament.
Het is door de erfgenamen als bijzonder pijnlijk ervaren dat de laatste wil van de schoonzus door de notaris opzij werd geschoven. Onder druk van de naderende leveringsverplichting en de vastgestelde boete in geval van het in gebreke blijven daarmee, hadden de erfgenamen geen andere keuze dan aan het dictaat van de notaris te voldoen. Zij werden verplicht om machtigingen voor de verkoop van de woning te ondertekenen. Een aantal erfgenamen was bovendien niet in staat om naar het kantoor van de notaris komen, waardoor legalisatie van hun handtekeningen door andere notarissen nodig was.
Deze gang van zaken heeft tot (€ 390,– + € 181,50 =) € 571,50 (inclusief BTW) aan extra kosten geleid.
Daarnaast stelde de notaris dat inschrijving van de verklaring van erfrecht in het kadaster vereist was. Dit was een overbodige handeling, die ondervangen kon worden door opname van de vererving in de akte van levering. De notaris gaf te kennen dat dit inderdaad een mogelijkheid was, maar dat de kosten daarvan (€163,35 inclusief BTW) door de erfgenamen gedragen moesten worden.
De notaris is gewezen op het in art. 2.1 van de verkoopovereenkomst bepaalde, dat de kosten worden gedragen door de koper. In weerwil van deze bepaling heeft de notaris dit bedrag echter bij de erfgenamen als verkoper in rekening gebracht via de afrekeningsnota.
Klager verwijt de notaris:
– slechte communicatie die zich kenmerkte door al dan niet bewust niet of pas na herhaaldelijk verzoek vermelden van de redenen van de gestelde aanvullende eisen en niet inhoudelijk reageren op het gestelde door de executeurs;
– voorrang geven aan de eigen procedures boven de notarieel vastgelegde (laatste) wensen van de schoonzus. Hierdoor ontstond een reëel risico op verstoring van de fragiele relaties tussen een deel van de erfgenamen;
– in rekening brengen van onnodige diensten;
– ten onrechte veroorzaken van stress en kosten bij de erfgenamen;
– onnodig en onwenselijk veroorzaken van tijdsdruk en -belasting van de executeurs.
Klager was als gevolg van de opstelling van de notaris gedwongen om een veelheid van vrije uren te besteden, omdat de uitvoerige correspondentie noodgedwongen tijdens kantooruren plaatsvond. Klager begroot de kosten voor deze tijdsbesteding op € 500,–.
Klager vraagt namens de erfgenamen een vergoeding van in totaal (€ 571,50 + € 163,35 =) €734,85 voor de onnodig gemaakte en ten onrechte in rekening gebrachte kosten en gemeld bedrag van € 500,– voor de tijdsbesteding. Als genoegdoening voor de veroorzaakte overlast willen de erfgenamen een aanvulling van dit bedrag tot € 1.250,–. Zij stellen daarbij voor om het betreffende bedrag (direct) te schenken aan een stichting.
Klager verzoekt de commissie te bepalen dat de notaris voormeld bedrag van € 1.250,– moet vergoeden, althans dat de notaris een door de commissie in redelijkheid en billijkheid vast te stellen vergoeding moet betalen.
Standpunt van de notaris
Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Door het niet inschrijven van de verklaring van erfrecht van de schoonzus bij het kadaster heeft de notaris extra werkzaamheden verricht, waarvoor kosten in rekening zijn gebracht. Deze kosten staan vermeld op de meerwerklijst, die bij de eerste e-mail is meegezonden. Klager had daarvan dus op de hoogte kunnen zijn.
Als de verklaring van erfrecht was ingeschreven bij het kadaster – hetgeen gebruikelijk en bovendien kosteloos is, had in de akte van levering bij de voorgaande verkrijging kunnen worden volstaan met een verwijzing naar deze akte.
Zoals opgenomen in het testament van de schoonzus staat bij de omschrijving van de taken van de executeur dat deze de goederen van de nalatenschap mag beheren. Vervolgens wordt uitdrukkelijk vermeld dat van een afwikkelingsbewind geen sprake is. Als het de bedoeling van de schoonzus was geweest dat de executeur ook mocht beschikken, had dit in het testament vermeld moeten staan. Klager mocht dus niet beschikken.
Daarom heeft de notaris alle erfgenamen verzocht mee te tekenen voor de overdracht van de woning. Daarnaast was bij het voorbereiden van de akte van levering in eerste instantie gebleken dat de woning niet belast was met een hypothecaire inschrijving, waardoor de taak van de executeur om de beheerde goederen te gelde te maken ter voldoening van de schulden van de nalatenschap, niet van toepassing was.
De kosten voor de volmachten voor de erfgenamen heeft de notaris tegen gereduceerd tarief opgemaakt. De erfgenamen is de mogelijkheid geboden om de volmacht, zonder kosten voor legalisatie, op het kantoor van de notaris te ondertekenen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.
De commissie constateert dat de kern van het geschil betreft de vraag of de notaris terecht voor het passeren van de akte van levering van de woning van de schoonzus een volmacht heeft gevraagd aan de erfgenamen.
De commissie stelt voorop dat de notaris ingevolge zijn ambt verplicht is, alvorens tot het passeren van de akte van levering van een onroerend goed over te gaan, onderzoek te verrichten naar de beschikkingsbevoegdheid van de eigenaren – in dit geval de erfgenamen – van de te leveren onroerende zaak.
De commissie stelt vast dat in het testament van de schoonzus – voor zover van belang – is bepaald als volgt:
“4. Beheersexecuteur
(…)
2 Taken
De executeur heeft tot taak de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit die goederen behoren te worden voldaan.
(…)
6 Te gelde maken goederen
De executeur is bevoegd de door hem beheerde goederen te gelde te maken, voor zover dit nodig is voor de tot zijn taak behorende voldoening van schulden der nalatenschap.
10 Non inferieur
Ik breid de bevoegdheden van de executeur niet uit buiten afdeling 6 titel 5 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek en stel derhalve geen afwikkelingsbewind in.”
De commissie stelt voorts vast dat (de opvolgster van) de notaris die het testament heeft opgesteld op 30 augustus 2023 een verklaring van executele heeft opgesteld, waarin – voor zover van belang – staat vermeld:
“5. Bevoegdheden executeur-testamentair
De executeur heeft ingevolge de wet en ingevolge de hiervoor onder 3 vermelde uiterste wilsbeschikking de taak en de bevoegdheid de nalatenschap te beheren. Hij is bevoegd de door hem beheerde goederen te gelde te maken, voor zover dit nodig is voor de tot zijn taak behorende voldoening van schulden der nalatenschap.”
Nu de schoonzus geen afwikkelingsbewind heeft ingesteld, was klager alleen beheersexecuteur (zogenaamde ‘twee sterren’ executeur). Dit betekent dat hij niet zelfstandig over de woning kon beschikken.
Klager beroept zich op de bepaling in het testament dat de executeur bevoegd is de door hem beheerde goederen te gelde te maken, voor zover dit nodig is voor de voldoening van de schulden van de nalatenschap.
Ter zitting is klager door de commissie reeds voorgehouden dat het voor de notaris als overdrachtsnotaris lastig te controleren was of van deze situatie sprake is, omdat hij niet de beschikking had over alle daarvoor benodigde gegevens. Het hoorde ook niet tot zijn taak om deze bij klager op te vragen.
Op de notaris rustte derhalve de zorgplicht ieder van de erfgenamen afzonderlijk op de hoogte te brengen van de levering van de woning en hun medewerking daaraan te vragen. Hij heeft hen naar het oordeel van de commissie dan ook terecht om een volmacht gevraagd.
Klager beklaagt zich er voorts over dat de kosten van de volmachten voor rekening van de erfgenamen zijn gekomen. Hij verwijst naar artikel 2.1 van de koopovereenkomst waarin is bepaald dat de kosten die op de juridische overdracht betrekking hebben en die de notaris in rekening brengt, zoals overdrachtsbelasting, notariskosten en kadasterkosten, voor rekening van de koper zijn. Op basis van deze bepaling is klager van mening dat de kosten voor de volmachten door de koper gedragen hadden moeten worden.
Echter, ‘kosten koper’ betekent niet dat alle werkzaamheden die de notaris heeft verricht per definitie voor rekening komen van de koper. Het regelen van de volmachten betrof meer dan de normale werkzaamheden voor de overdracht van een woning. Dit waren verkoopgerelateerde werkzaamheden die in de risicosfeer van de erfgenamen als verkopers lagen. Deze extra werkzaamheden konden in redelijkheid niet ten laste van de koper worden gebracht.
Hetzelfde geldt voor het opnemen van de vererving in de leveringsakte.
De kosten die de notaris voor voormelde (extra) werkzaamheden in rekening heeft gebracht, komen de commissie niet bovenmatig voor. Daarbij neemt de commissie in aanmerking dat de notaris voor het opstellen van de volmachten een gereduceerd tarief heeft gehanteerd en dat hij klager bij e-mail van 28 mei 2024 vooraf op de hoogte heeft gesteld van de kosten voor het opnemen van de vererving in de leveringsakte. Ook heeft hij klager gewezen op de mogelijkheid die kosten te vermijden door de (kosteloze) inschrijving van de verklaring van erfrecht bij het kadaster.
De commissie merkt nog op dat de notaris geen invloed heeft gehad op de kosten die door de andere notarissen in rekening zijn gebracht voor de legalisatie van de handtekening van de betrokken erfgenamen.
Gelet op het voorgaande is de commissie van oordeel dat de notaris overeenkomstig zijn zorgplicht heet gehandeld.
Klager verwijt de notaris tot slot slechte communicatie.
Tijdens de mondelinge behandeling is het de commissie gebleken dat de informatie/uitleg door de notaris duidelijker had gekund. Echter, naar het oordeel van de commissie kan dit niet het oordeel leiden dat de notaris niet heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.
Conclusie
Gelet op het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht van klager ongegrond moet worden verklaard. Het door klager verzochte wordt daarom afgewezen. Van schade door toedoen van de notaris is bovendien niet gebleken.
Klachtengeld
Nu de klacht van klager ongegrond wordt verklaard, dient het klachtengeld overeenkomstig het reglement van de commissie voor rekening van klager te komen. Klager heeft het klachtengeld reeds aan de commissie voldaan, zodat daarover niet meer behoeft te worden beslist.
Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking, nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht van klager ongegrond en wijst het door hem verzochte af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, mevrouw mr. B. van Dis en de heer mr. P. Rijpstra, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, secretaris, op 6 mei 2025.
de heer mr. N. Schaar