Commissie: Notariaat
Categorie: Kosten
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
1017105/1090893
De uitspraak:
Waar gaat deze uitspraak over?
Deze zaak gaat over de afwikkeling van de nalatenschap van een overleden tante met 26 erfgenamen. Klager en enkele andere erfgenamen vonden dat de notaris de erfenis verkeerd had verdeeld. Volgens hen telde de notaris eerst de al betaalde erfbelasting op bij het vermogen van de nalatenschap en berekende daarna de erfdelen. Hierdoor kregen erfgenamen die geen erfbelasting hoefden te betalen volgens klager een te groot deel van de erfenis, terwijl anderen juist minder ontvingen. De notaris stelde dat hij correct had gehandeld, dat een externe deskundige zijn werkwijze had bevestigd en dat alle erfgenamen hadden ingestemd met de verdeling. De Geschillencommissie oordeelde echter dat de gebruikte rekenwijze niet juist was. De notaris had de betaalde erfbelasting niet mogen optellen bij het bedrag van de nalatenschap, omdat daardoor een onjuiste verdeling ontstond. Op dit punt verklaarde de commissie de klacht gegrond. Voor de overige klachten, zoals de wijze waarop de notaris het dossier had behandeld en de communicatie met de erfgenamen, zag de commissie onvoldoende bewijs van onzorgvuldig handelen en verklaarde zij deze klachten ongegrond. De commissie wees het verzoek af om zelf een nieuwe verdeling vast te stellen en kende ook geen schadevergoeding toe, onder meer omdat niet alle erfgenamen bij de procedure betrokken waren en omdat de verdeling eerder was goedgekeurd via ondertekende volmachten. Wel moet de notaris het door klager betaalde klachtengeld van € 52,50 vergoeden en de behandelingskosten van de commissie betalen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de notaris.
Het geschil betreft het handelen van de notaris bij de afwikkeling van de nalatenschap van de tante van klager.
Standpunt van de klager
Voor het standpunt van klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt – zoals toegelicht ter zitting – op het volgende neer.
Klager is één van de 26 erfgenamen van zijn tante. De 26 erfgenamen zijn allen neven en nichten van de tante (en in sommige gevallen de kinderen van overleden neven en nichten). De verdeelsleutel in het testament is dat het geld eerst in zeven delen is opgeknipt (zeven broers en zusters van de tante) en daarna over de kinderen van deze zeven broers en zusters is verdeeld. De erfenis is afgewikkeld door de notaris. Dertien van de erfgenamen zijn het niet eens met de wijze van verdeling door de notaris, in het bijzonder ten aanzien van de geldelijke omvang van de erfdelen van de verschillende erfgenamen.
Het meeste kapitaal zat in de woning, die in juli 2024 is verkocht en waarvan de overdracht in september 2024 heeft plaatsgevonden. Al in december 2022 hebben alle erfgenamen van de belastingdienst een definitieve aanslag erfbelasting ontvangen, mede gebaseerd op de WOZ-waarde van de woning ten tijde van het overlijden. Sommige erfgenamen hoefden geen erfbelasting te betalen, andere erfgenamen wel. Na een aantal malen uitstel te hebben ontvangen, zijn deze laatste erfgenamen – ieder voor zich – begin 2024 overgegaan tot betaling van de erfbelasting. Deze betaling hebben zij zelf verricht uit hun eigen liquide middelen, dus buiten de erfenis en de notaris om. In oktober 2024 hebben de erfgenamen van de notaris de stukken ontvangen inzake de definitieve afwikkeling van de nalatenschap. De notaris heeft het zuivere saldo vastgesteld (daarover is geen discussie). Echter, in plaats van vervolgens voor elke erfgenaam het afzonderlijke erfdeel vast te stellen, heeft hij eerst het totale bedrag aan betaalde erfbelasting hierbij opgeteld, met als neveneffect dat de erfenis veel groter wordt voorgesteld dan deze daadwerkelijk is. Pas daarna heeft hij het erfdeel per erfgenaam vastgesteld en vervolgens in een tabel de door iedere erfgenaam betaalde erfbelasting van het erfdeel afgetrokken. Dit heeft geresulteerd in bedragen die uiteindelijk naar de afzonderlijke bankrekeningen van de erfgenamen zijn overgemaakt. Om het bedrag te kunnen zien dat de erfgenamen daadwerkelijk hebben overgehouden, moesten zij vervolgens nog zelf de door hun betaalde erfbelasting hiervan aftrekken; de erfbelasting hadden ze immers al betaald uit eigen middelen.
Als een en ander slechts een kwestie zou zijn van percentages, dan zijn dit slechts papieren exercities en zou het saldo in beide berekeningen onder de eindstreep niet verschillen. Echter, door de belastingvrije voet in de erfbelasting ontstaat er wel degelijk een verschil. Als gevolg van een klein erfdeel heeft een aantal erfgenamen geen erfbelasting hoeven te betalen; hun erfdeel was kleiner dan de vrijstelling. Zij hebben dus niet bijgedragen aan de betaalde erfbelasting die door de notaris is opgeteld bij de erfenis, maar vervolgens delen zij wel mee in de erfenis en krijgen daarmee een hoger aandeel in de erfenis dan wanneer de verdeling direct had plaatsgevonden over het zuivere saldo. Anderen kregen juist een lager aandeel. Het verschil loopt in sommige gevallen op tot € 400,– à € 500,–, ten voordele dan wel ten nadele. Klager is van mening dat dit incorrect, onjuist en onrechtvaardig is.
Klager verlangt primair dat de commissie ‘een rechtmatige en rechtvaardige wijze van berekening aan de hand van een juridisch en financieel correcte verdeelsleutel vaststelt en toepast op deze nalatenschap’. Secundair verzoekt hij commissie dat deze zich uitlaat over:
1) de door de notaris toegepaste verdeelsleutel en rekenwijze;
2) de wijze waarop deze notaris deze nalatenschap heeft afgewikkeld.
Klager verzoekt de commissie voorts een vergoeding toe te kennen voor de schade die hij en een aantal erfgenamen hebben geleden ten gevolge van het handelen en/of nalaten van de notaris.
Standpunt van de notaris
Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt – zoals toegelicht ter zitting – op het volgende neer.
De notaris heeft veel tijd en energie gestoken in dit dossier en heeft het met voorrang behandeld. Andere dossiers heeft hij hiervoor tijdelijk moeten laten liggen. Gedurende het gehele traject is er intensief contact (zowel via e-mail als via Zoom) geweest met de drie erfgenamen, die zich met instemming van de overige erfgenamen hadden opgeworpen om als contactpersoon te fungeren.
In de (laatste) periode van de afwikkeling van de nalatenschap heeft de notaris meerdere pogingen ondernomen om zijn zienswijze met betrekking tot de verdeling van de nalatenschap helder en duidelijk uit te leggen aan de contactpersonen. Daarnaast heeft hij, vanwege zijn onafhankelijkheid en om tot een zorgvuldig oordeel te komen, het Notarieel Bureau ingeschakeld om de situatie en het dossier te beoordelen. Dit externe deskundige bureau deelt de visie van de notaris met betrekking tot de wijze van berekening van de aan de erfgenamen uitgekeerde bedragen en heeft bevestigd dat hij op een correcte wijze heeft gehandeld. Bovendien hebben alle erfgenamen getekend voor kwijting en décharge. De notaris heeft de betrokkenen voorts meerdere kansen geboden om in onderling overleg, samen met alle erfgenamen, tot een passende oplossing te komen waaronder de behandeling van het dossier door een collega notaris. Helaas is hier geen gebruik van gemaakt. In plaats daarvan is er herhaaldelijk sprake geweest van hinderlijke communicatie en onheuse bejegening en is de notaris geconfronteerd met ongepaste en storende e-mails en telefoontjes, hetgeen constructief overleg ernstig heeft bemoeilijkt.
De notaris heeft met verbazing kennisgenomen van de eis tot schadevergoeding in het kader van een nalatenschap van een tante. In zijn optiek is het moeilijk te begrijpen waarom in deze context een dergelijke claim wordt ingediend. De notaris heeft naar eer en geweten gehandeld.
Reactie van klager op het standpunt van de notaris (repliek)
Klager betwist dat sprake is geweest van intensief contact. Tot aan de definitieve afhandeling eind oktober 2024 was wel sprake van een zekere welwillendheid van de kandidaat-notaris en de notarieel medewerker die de zaak behandelden. Dat nam drastisch af na 31 oktober 2024. Gelet op het aantal in rekening gebrachte uren mocht wel wat worden verwacht qua dienstverlening. Meerdere erfgenamen hebben vele
e-mails gestuurd, zonder deze beantwoord te krijgen. Daarnaast is er vele malen naar de notaris gebeld zonder te worden teruggebeld. Verder is in de e-mails en in het enige (korte) telefoongesprek nooit inhoudelijk ingegaan op de (tegen)argumenten van de erfgenamen. Tot slot is de notaris niet ingegaan op de pogingen van de erfgenamen om daadwerkelijk direct contact te leggen, fysiek dan wel via videobellen. De notaris weigerde met de erfgenamen in gesprek te gaan, ondanks diverse verzoeken daartoe. Noch de vraagstelling van de notaris aan het Notarieel Bureau noch de reactie van het Notarieel Bureau is met de erfgenamen gedeeld. Bovendien hebben de erfgenamen van andere experts juist bevestiging van hun visie ontvangen.
De notaris heeft de erfgenamen een deadline gesteld om te komen tot een unaniem akkoord. Gedwongen door deze deadline heeft een aantal erfgenamen – van wie sommigen met de mededeling dat zij het niet eens zijn met de verdeling – getekend voor kwijting en décharge.
Het gaat de erfgenamen om de juiste, objectieve wijze van berekenen. De notaris heeft steeds gesteld dat de door hem gebruikte methode de enige juiste is, daarbij geen ruimte gevend voor een mogelijk andere wijze van berekening. Op geen enkel moment heeft de notaris als optie naar voren gebracht om de second opinion van een collega notaris in te roepen.
Klager is van mening dat een notariskantoor te allen tijde een adequate dienstverlening hoort te betrachten. Dat is in deze zaak niet gebeurd. Daarom verlangt hij een schadevergoeding.
Nadere reactie van de notaris op de reactie van klager (dupliek)
Er is wel degelijk intensief contact geweest: vanaf de start van het dossier is er regelmatig schriftelijk en mondeling contact geweest met de aangewezen contactpersonen. Er hebben 24 gesprekken, zowel via telefoon als via Zoom, plaatsgevonden en er zijn 1.174 e-mails en brieven verstuurd. Niet alle telefoongesprekken zijn hierin meegerekend, omdat niet elk contactmoment automatisch wordt geregistreerd of vastgelegd. Er is bewust gekozen voor communicatie via de drie aangewezen contactpersonen, met instemming van alle erfgenamen. Gezien het grote aantal erfgenamen was dit noodzakelijk om de communicatie – gelet op de aard en complexiteit van het dossier – beheersbaar en overzichtelijk te houden. Vanaf een bepaald stadium stonden sommige erfgenamen niet meer open voor een constructieve dialoog, maar waren gericht op het bevestigen van hun eigen gelijk in plaats van het zoeken naar een gezamenlijke oplossing. De notaris en diverse medewerkers hebben zich persoonlijk onheus bejegend gevoeld.
Voor zover sprake is van fouten, zijn deze niet veroorzaakt door de notaris of zijn medewerkers maar door derden, te weten de belastingdienst en de hypotheekverstrekker. Desondanks hebben de notaris en zijn medewerkers, juist vanuit hun verantwoordelijkheid en betrokkenheid, direct aanzienlijke tijd en moeite geïnvesteerd om deze situaties te corrigeren. Deze extra inzet is bovendien niet aan de erfgenamen in rekening gebracht, maar voor eigen rekening genomen. Ook de inschakeling van het Notarieel Bureau voor een second opinion heeft de notaris niet doorberekend aan de erfgenamen.
De door de notaris gestelde deadline was niet bedoeld als dreigement, maar juist als middel om uit de impasse te raken en de afwikkeling vlot voort te zetten. Het dossier zat op dat moment vast en verdere vertraging was onwenselijk voor alle betrokkenen. De gestelde termijn bood duidelijkheid en gaf alle erfgenamen de gelegenheid zich uit te spreken.
De notaris benadrukt dat dit dossier met uiterste zorg, inzet en toewijding is behandeld.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.
De commissie stelt voorop dat klager ter zitting heeft medegedeeld dat hij de klacht heeft ingediend mede namens de overige (twaalf) erfgenamen die het niet eens zijn met de wijze van verdeling door de notaris. De twee hiervoor genoemde personen die ter zitting zijn verschenen, hebben door hun verschijning blijk gegeven achter de klacht te staan en worden daarom geacht een volmacht aan klager te hebben gegeven. Klager heeft echter geen volmachten overgelegd van de overige erfgenamen die volgens hem bezwaar hebben tegen de wijze van verdeling. De commissie zal daarom slechts oordelen over de klacht uitsluitend voor zover deze klager en de twee verschenen erfgenamen betreft.
Primair verzoek van klager
Het primaire verzoek van klager is – zoals hiervoor vermeld – dat de commissie aan de hand van een juridisch en financieel correcte verdeelsleutel een rechtmatige en rechtvaardige wijze van berekening vaststelt en toepast op de nalatenschap. Nu niet alle erfgenamen in deze procedure zijn betrokken en vaststelling en toepassing van een andere wijze van berekening gevolgen zouden hebben voor alle erfgenamen – dus ook voor hen die het wel eens zijn met de door de notaris toegepaste berekening -, is dit verzoek niet toewijsbaar.
Secundair verzoek van klager
Aan de orde is dan het secundaire verzoek van klager. Dit bestaat uit twee onderdelen, te weten een oordeel van de commissie over:
1) de door de notaris toegepaste verdeelsleutel en rekenwijze, en
2) de wijze waarop de notaris de nalatenschap heeft afgewikkeld.
Ad 1)
De notaris heeft de totaal verschuldigde erfbelasting opgeteld bij de nalatenschap en aan de hand van het (bruto) saldo van de nalatenschap de erfdelen in percentages vastgesteld. Dit komt de commissie niet juist voor in een situatie als de onderhavige waarin sprake is van verschillende erfdelen en als gevolg hiervan ook van verschillende verschuldigde – en betaalde – bedragen aan erfbelasting én bovendien een aantal erfgenamen onder de vrijstelling valt. Immers, er komt daardoor een onjuiste verdeling tot stand, omdat:
1. op die wijze geen rekening lijkt te worden gehouden met de door sommige erfgenamen reeds uit privégelden betaalde erfbelasting, en
2. de erfdelen in bedragen, die aan de hand van percentages worden berekend, onjuist zijn, omdat sommige erfgenamen geen en sommige erfgenamen wel erfbelasting hebben betaald. Door de erfdelen in percentages los te laten op het bedrag van de nalatenschap inclusief de verschuldigde erfbelasting, ontvangen de erfgenamen die geen erfbelasting zijn verschuldigd een groter aandeel/bedrag uit de nalatenschap dan zij zouden hebben ontvangen in het geval geen rekening zou zijn gehouden met de in totaal verschuldigde erfbelasting. Daardoor ‘profiteren’ deze erfgenamen van de door andere erfgenamen verschuldigde en al betaalde belasting.
Met klager is de commissie van oordeel dat de notaris het bedrag van de erfbelasting niet had mogen optellen bij het bedrag dat op de derdengeldrekening stond. Klager heeft tegenover de berekening van de notaris een eigen berekening gemaakt. De commissie is van oordeel dat klager zijn berekening voldoende begrijpelijk en daarmee overtuigend heeft toegelicht. De notaris heeft de juistheid van de berekening van klager onvoldoende weerlegd. Zo heeft de notaris niet toegelicht dat er wellicht verschillende manieren zijn om de erfdelen te berekenen, maar dat deze uiteindelijk tot dezelfde uitkomst leiden. De door de notaris desgevraagd overgelegde correspondentie met het Notarieel Bureau maakt dit oordeel niet anders. In zijn reactie hierop merkt klager terecht op dat het bedrag dat op de derdenrekening van de notaris stond, het bedrag was vóór aftrek van de erfbelasting, waarvan het Notarieel Bureau heeft aangegeven dat dit tot uitgangspunt had moeten worden genomen voor de vaststelling van de erfdelen van de afzonderlijke erfgenamen.
Ad 2)
Klager stelt dat de notaris meerdere steken heeft laten vallen in het dossier, waaronder het meer dan een jaar lang niet opheffen van een RABO-bankrekening van de tante en een tweetal kwesties met de belastingdienst. Echter, hij heeft zijn stelling tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door de notaris, niet aannemelijk gemaakt. De commissie zal dit klachtonderdeel daarom ongegrond verklaren.
Verzoek om compensatie
Klager heeft in het vragenformulier aangegeven dat hij (en twaalf andere erfgenamen) door het handelen en/of nalaten van de notaris schade heeft (hebben) geleden en compensatie wenst (wensen). De notaris heeft in dit verband aangevoerd dat alle erfgenamen een volmacht met een verdelingslijst hebben getekend en dat de verdeling een kwestie is tussen de erfgenamen, waarvoor hij enkel een voorstel heeft gedaan, waarmee unaniem middels de volmachten is ingestemd. Klager heeft dit niet betwist en ter zitting in dit verband enkel verklaard dat hij en een aantal andere erfgenamen de volmachten ‘onder protest’ hebben getekend. Dit heeft de commissie niet kunnen vast stellen en dit kan klager ook niet baten, omdat er ook erfgenamen zijn betrokken die zonder voorbehoud hebben getekend en die hebben mogen afgaan op de volmachten van de overige erfgenamen. Dat de notaris de erfgenamen op onheuse wijze onder druk heeft gezet om de volmacht te tekenen, is door de notaris gemotiveerd weersproken en de commissie overigens niet gebleken.
Conclusie
Uit het voorgaande volgt dat de notaris door zijn wijze van berekening niet heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris. De commissie acht dit klachtonderdeel daarom gegrond. Het klachtonderdeel met betrekking tot de wijze van afwikkeling van de nalatenschap zal de commissie ongegrond verklaren. Dat cliënt gebrek aan communicatie heeft ervaren en dat die er mogelijk ook is geweest, is niet voldoende om te kunnen oordelen dat de notaris heeft gehandeld in strijd met wat van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris mag worden verwacht. Ook te dien aanzien is de klacht van klager ongegrond.
De commissie zal voorts het (primaire) verzoek van klager strekkend tot vaststelling en toepassing door de commissie van een correcte wijze van berekening op de nalatenschap en het verzoek om toekenning van een schadevergoeding afwijzen. De commissie ziet wel aanleiding om te bepalen dat de notaris het door klager betaalde klachtengeld moet vergoeden en dat hij een bijdrage in de behandelingskosten aan de commissie is verschuldigd.
Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen bespreking, nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van klager gegrond voor zover deze de door de notaris toegepaste verdeelsleutel en rekenwijze betreft en verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
– veroordeelt de notaris tot vergoeding aan klager van het klachtengeld, ten bedrage van € 52,50. Betaling dient binnen één maand na verzending van dit bindend advies plaats te vinden;
– bepaalt dat de notaris behandelingskosten aan de commissie moet voldoen;
– wijst het meer af anders verlangde af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, de heer mr. M. de Waal, de heer H.W. Zuur, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, secretaris, op 18 juli 2025.
de heer mr. A.G.M. Zander