Notaris mag grootste deel van factuur niet rekenen door onduidelijke opdrachtverlening

  • Home >>
  • Notariaat >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Notariaat    Categorie: Kosten    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 971334/1150342

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

Deze zaak gaat over een geschil tussen een klant en een notaris over een factuur voor werkzaamheden rond huwelijkse voorwaarden. De klanten hadden een gesprek van anderhalf uur met de notaris en stuurden daarna enkele documenten toe. Volgens de klanten was dit slechts een oriënterend gesprek en hadden zij geen opdracht gegeven voor verdere werkzaamheden. Ook hadden zij geen duidelijke prijsopgave of opdrachtbevestiging ontvangen. De notaris stelde daarentegen dat wel een opdracht was gegeven, dat hij zijn uurtarief had genoemd en dat hij vervolgens werkzaamheden heeft uitgevoerd, waaronder een plan van aanpak en een concept van de huwelijkse voorwaarden. De Geschillencommissie oordeelde dat de notaris onvoldoende duidelijk heeft gecommuniceerd over de opdracht en de kosten. Hij had de opdracht en de financiële gevolgen schriftelijk moeten bevestigen. Door zonder uitdrukkelijke opdracht al uitgebreide werkzaamheden uit te voeren, heeft de notaris niet gehandeld zoals van een redelijk handelende notaris mag worden verwacht. Daarom hoeft het grootste deel van de factuur niet te worden betaald. Wel vindt de commissie dat de klanten niet zomaar mochten aannemen dat het gesprek gratis was. Daarom moeten zij voor het gesprek een redelijke vergoeding van € 605 inclusief btw betalen. De klacht is grotendeels gegrond verklaard. Van het gestorte bedrag gaat € 605 naar de notaris en € 1.932,50 terug naar de klant. Daarnaast moet de notaris het klachtengeld van € 52,50 aan de klant vergoeden en de behandelingskosten van de commissie betalen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de door de notaris in rekening gebrachte kosten.

Klager heeft een bedrag van € 2.537,50 bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van klager

Voor het standpunt van klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Klager en zijn echtgenote (hierna te noemen: de cliënten) hebben een gesprek over huwelijkse voorwaarden gehad met de notaris. Zij hebben nooit een voorstel ontvangen met een duidelijk aanbod en een inschatting van de kosten. De notaris heeft ook geen uurtarief genoemd. Omdat de cliënten geen prijsopgave en geen duidelijke beschrijving van de resultaten van het werk van de notaris hebben ontvangen, hebben zij het gesprek als oriënterend gezien. Zij zijn ervan uitgegaan dat dit gratis was.
Na het gesprek hebben de cliënten de notaris op zijn verzoek een aantal stukken toegezonden. Er moesten nog nadere stukken volgen. Uiteindelijk hebben de cliënten voor een andere notaris gekozen.

Veel later kregen de cliënten een factuur toegestuurd voor werk dat dus niet in opdracht is gegeven en dat bovendien niet bruikbaar is. De cliënten zijn het niet eens met de factuur.

Klager verzoekt de commissie te bepalen dat de factuur niet hoeft te worden betaald.

Standpunt van de notaris

Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënten hebben de notaris wel degelijk opdracht gegeven voor de werkzaamheden die de notaris heeft verricht. Sterker nog, zij hebben hem gevraagd de werkzaamheden met spoed te verrichten, omdat de echtgenote van klager (hierna te noemen: de vrouw) op korte termijn naar de Verenigde Staten zou afreizen. De adviezen en conceptstukken kon zij dan met haar advocaat in de Verenigde Staten bespreken.

De notaris heeft – zo heeft hij teruggelezen in zijn aantekeningen – aangegeven dat de werkzaamheden worden berekend op basis van de bestede tijd en dat zijn uurtarief € 350,- exclusief BTW bedraagt.

Er heeft met de cliënten een bespreking op kantoor in het Engels plaatsgevonden. Daarna hebben de cliënten de notaris stukken toegezonden. De notaris heeft de stukken bestudeerd en de cliënten een plan van aanpak in het Engels voor hun internationale estateplanning en de benodigde stappen en vraagpunten gestuurd. Ook heeft hij een eerste analyse van de internationale erfbelastingaspecten en van het internationaal privaatrecht toegezonden, alsmede een tweetalig concept (NL/ENG) voor hun huwelijksvoorwaarden met daarin een koppeling met de Amerikaanse Trust van de vrouw. De vrouw heeft de ontvangst van deze stukken bevestigd. Daarna heeft de notaris niets meer van de cliënten vernomen.

De notaris heeft de cliënten nog twee herinneringen gestuurd en zijn tussentijdse declaratie. De cliënten hebben aangegeven deze niet te willen betalen. Het openstaande bedrag bedraagt € 2.883,43.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting staat vast dat de cliënten op 14 augustus 2023 een gesprek hebben gehad op het kantoor van de notaris over huwelijksvoorwaarden. Naar aanleiding van de bespreking heeft de notaris de cliënten op 24 augustus 2023 een e-mail gestuurd, met een plan van aanpak en daarbij gevoegd een concept van huwelijksvoorwaarden. De vrouw heeft de ontvangst van deze e-mail bevestigd en aangegeven dat zij later inhoudelijk zou reageren. Hieraan is geen gevolg gegeven. Op 21 februari 2024 heeft de notaris de cliënten daarom een herinnering gestuurd. Na uitblijven van een reactie heeft hij hen vervolgens, op 24 juli 2024, een factuur doen toekomen voor de door hem verrichte werkzaamheden.

De cliënten betwisten de factuur; zij stellen dat zij geen opdracht hebben gegeven. De notaris voert daartegenover aan dat de cliënten hem in het gesprek van 14 augustus 2023 wel degelijk hebben gevraagd werkzaamheden te verrichten.

De commissie stelt vast dat de e-mail van 24 augustus 2023 geen opdrachtbevestiging bevat. Ook het uurtarief is daarin niet vastgelegd. De notaris stelt dat hij het uurtarief in het gesprek van 14 augustus 2023 aan de cliënten heeft medegedeeld, maar de cliënten hebben dit betwist. Naar het oordeel van de commissie had de notaris ter voorkoming van misverstanden als de onderhavige in deze duidelijker moeten communiceren. Het had op zijn weg gelegen om de opdracht en de financiële consequenties van de dienstverlening uitdrukkelijk te bevestigen, zodat het voor de cliënten duidelijk was welke verplichtingen zij zouden aangaan. Dit schrijft artikel 10 van de Verordening beroeps- en gedragsregels 2011 ook voor.
Het komt de commissie voor dat de notaris te hard van stapel is gelopen door meteen – zonder uitdrukkelijke opdracht – een plan van aanpak te maken en een concept van de huwelijksvoorwaarden op te stellen. Aldus heeft de notaris niet gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris. Hij kan daarom in redelijkheid geen aanspraak maken op betaling van de kosten voor deze werkzaamheden.

Echter, de commissie is van oordeel dat de cliënten ook zelf hadden kunnen vragen of het gesprek kosten met zich mee zou brengen alsmede expliciet hadden kunnen aangeven dat zij zich nog oriënteerden voor wat betreft de keuze van een notaris. Zij mochten er niet zonder meer van uitgaan, dat het gesprek gratis zou zijn, zeker gelet op de duur daarvan (anderhalf uur).

De commissie ziet aanleiding om te bepalen dat de cliënten voor dit gesprek een bedrag van € 500,– (exclusief BTW) – derhalve € 605,– (inclusief BTW) – aan de notaris moeten betalen, hetgeen haar als een vergoeding voor een dergelijk gesprek bij een estateplanner redelijk voorkomt. De notaris heeft ook kosten in rekening gebracht voor de medewerkster die kennelijk bij het gesprek aanwezig is geweest. Nu de noodzaak van haar aanwezigheid niet is komen vast te staan, zal de commissie hiervoor geen vergoeding vaststellen.

Gelet op het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht grotendeels gegrond is. De commissie zal daarom bepalen dat de notaris het door klager betaalde klachtengeld moet vergoeden en dat hij een bijdrage in de behandelingskosten aan de commissie is verschuldigd (op grond van artikel 22 lid 2 Reglement Geschillencommissie Notariaat).

Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen bespreking, nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klacht grotendeels gegrond;

– bepaalt dat de cliënten een bedrag van € 605,– aan de notaris moeten betalen. Met inachtneming hiervan wordt het depotbedrag als volgt verrekend: een bedrag van € 605,– wordt aan de notaris overgemaakt en het restant van € 1.932,50 wordt aan klager gerestitueeerd;

– veroordeelt de notaris tot vergoeding aan klager van het klachtengeld, ten bedrage van € 52,50. Betaling dient binnen één maand na verzending van dit bindend advies plaats te vinden;

– bepaalt dat de notaris behandelingskosten aan de commissie moet voldoen;

– wijst het meer af anders verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. J. van der Groen, voorzitter, de heer mr. M. de Waal en de heer mr. P. Rijpstra, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, secretaris, op 24 september 2025.

de heer mr. J. van der Groen

Opslaan als PDF