Commissie: Notariaat
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1063371/1243287
De uitspraak:
Waar gaat deze uitspraak over?
Deze zaak gaat over een klacht van een erfgenaam tegen een notaris die als executeur verantwoordelijk was voor de afwikkeling van een nalatenschap. De erfgenaam vond dat de notaris fouten had gemaakt door de aangifte erfbelasting te laat in te dienen, waardoor belastingrente moest worden betaald, door een effectendepot niet op te nemen in de eerste boedelbeschrijving en door te weigeren de nalatenschap definitief af te wikkelen. Ook wilde hij dat de notaris als executeur zou worden ontslagen. De Geschillencommissie oordeelde dat zij niet bevoegd is om de notaris als executeur te ontslaan; daarvoor moet de erfgenaam naar de kantonrechter. Verder verklaarde de commissie alle klachten ongegrond. Volgens de commissie was niet bewezen dat de notaris verantwoordelijk was voor de te late aangifte erfbelasting, omdat hij pas na het verlopen van de aangiftetermijn de taken van executeur had overgenomen. Ook was er geen sprake van het bewust verzwijgen van het effectendepot; de notaris beschikte destijds nog niet over alle informatie en heeft de fout later hersteld. Daarnaast mocht de notaris wachten met de definitieve verdeling van de nalatenschap totdat de definitieve belastingaanslag over 2022 bekend was, omdat hij voldoende geld moest reserveren voor eventuele belastingen. De commissie concludeerde dat de notaris heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwame en zorgvuldig handelende notaris mag worden verwacht en wees de klacht daarom af.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het onderwerp van geschil betreft de kwaliteit van de dienstverlening van de notaris.
Standpunt van de cliënt
De cliënt heeft als één van de erfgenamen van de nalatenschap van [naam] (hierna: de erflater) een klacht ingediend tegen de notaris, zijnde de executeur van de nalatenschap. De klacht is niet ingediend namens zijn zussen, de mede-erfgenamen.
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dit erop neer dat de notaris in de afwikkeling van de nalatenschap van de erflater de volgende grote fouten heeft gemaakt.
1) Te late indiening van de aangifte erfbelasting
De notaris heeft verzuimd uitstel voor de indiening van de aangifte erfbelasting aan te vragen. Als gevolg hiervan is de aangifte erfbelasting te laat ingediend. De belastingdienst heeft wegens de te late aangifte (op grond van artikel 30g van de Algemene wet inzake rijksbelastingen) € 1.800,– aan belastingrente in rekening gebracht. Deze belastingrente wordt in mindering gebracht op de nalatenschap, hetgeen betekent dat de cliënt door toedoen van de notaris € 600,– (€ 1.800 / drie erfgenamen) schade lijdt.
De cliënt betwist dat de notaris in februari 2023 officieel nog geen executeur en afwikkelingsbewindvoerder van de nalatenschap is. Hij wijst de commissie op de e-mail van [naam] van 24 januari 2023, waaruit volgens hem volgt dat de notaris al eerder benoemd is tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder van de nalatenschap.
2) Verzwijgen van vermogensbestanddeel
De notaris heeft een vermogensbestanddeel van de nalatenschap, namelijk het effectendepot, verzwegen. In de brief van 21 juni 2023 schrijft [naam], kantoorgenoot van de notaris, aan de cliënt dat de bijgevoegde boedelbeschrijving nog niet volledig is. De onvolledige cijfers zijn aangegeven met een *-teken. In die boedelbeschrijving is het effectendepot van € 987,00 niet vermeld door de notaris en er is ook geen *-teken voor gehanteerd. Het effectendepot was echter al bij de notaris bekend doordat de omvang hiervan was aangegeven in de rapportages van accountantsbureau [naam accountantsbureau] en de aangifte en aanslag inkomstenbelasting 2022.
3) Weigering definitieve verdeling
De notaris weigert de nalatenschap definitief af te wikkelen. De notaris zegt dat hij nog wacht op de definitieve aanslag inkomstenbelasting Box III over het jaar 2022 en dat dit door een uitspraak van de Hoge Raad nog op zich laat wachten. Echter, als men kijkt naar de belastingaangifte uit 2020 van de erflater, zal de belasting bij ongewijzigd fiscaal beleid circa € 50,– bedragen. Het wachten op de definitieve aanslag van 2022 is dan ook kosteninefficiënt. De cliënt betwist dat de notaris verplicht is om op voornoemde aanslag te wachten.
De cliënt heeft het voorstel van de notaris om een voorschot aan hem uit te keren afgewezen, aangezien er dan geen sprake is van een finale afwikkeling van de nalatenschap en daarnaast de door hem geleden schade (de belastingrente) in dit voorstel onvermeld is gebleven.
De notaris verzoekt de commissie om “de notaris van de zaak te halen”, zodat de nalatenschap kan worden afgewikkeld.
Standpunt van de notaris
Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken.
Primair: Niet-ontvankelijk
Primair stelt de notaris dat de cliënt niet ontvankelijk in zijn klacht dient te worden verklaard, omdat hij zijn stellingen niet heeft gemotiveerd, en de commissie niet bevoegd is om zijn verzoek om “de notaris van de zaak te halen” toe te wijzen. Een verzoek tot ontslag van een executeur dient immers bij de kantonrechter te worden ingediend.
Subsidiair: Ongegronde klacht
Subsidiair concludeert de notaris tot ongegrondverklaring van de klacht. De notaris heeft als volgt gereageerd op de door de cliënt gestelde fouten.
1) Te late indiening van de aangifte erfbelasting
De notaris heeft officieel pas vanaf 27 maart 2023 de taken van de executeur overgenomen. De acht maanden termijn voor het (tijdig) indienen van de aangifte erfbelasting was toen al verstreken. Dat de aangifte erfbelasting te laat is ingediend is dus niet aan de notaris te wijten. De notaris heeft gelijk bij de overname van de taken van de executeur de aangifte erfbelasting gedaan. Hij wijst de commissie op het door hem overgelegde urenspecificatie van zijn werkzaamheden die begint op 11 april 2023.
De [naam] was slechts boedelnotaris. Hij kon de taken van de executeur dus niet overdragen aan de notaris.
2) Verzwijgen van vermogensbestanddeel
De notaris betwist dat hij met opzet het effectendepot heeft verzwegen. Bij het versturen van de brief van 21 juni 2023 met de boedelbeschrijving beschikte hij nog niet over alle informatie omtrent de nalatenschap. Het duurde een tijd (ongeveer vier maanden) voordat de notaris deze stukken had ontvangen, omdat de informatie druppelsgewijs werd aangeleverd. De dossieropbouw ging dus moeizaam. Dat het kantoor [naam notarissenkantoor] deze informatie wel had volgens de cliënt, maakt dit niet anders. Het kantoor van de notaris heeft slechts een samenwerkingsverband met voornoemd kantoor, zij delen geen dossiers met elkaar. Het is een aparte B.V.
3) Weigering definitieve verdeling
De notaris kan de nalatenschap niet afwikkelen totdat de definitieve aanslag inkomstenbelasting over het jaar 2022 binnen is. Door diverse procedures die lopen met betrekking tot de Box III heffing weigert de Belastingdienst echter een definitieve aanslag op te leggen. De notaris heeft daarom aan de cliënt voorgesteld om een voorschot uit te keren, maar hij heeft dit geweigerd.
Beoordeling van het geschil
Algemeen
Verzoek cliënt
Voordat de commissie overgaat tot de inhoudelijke beoordeling van de klacht stelt zij op voorhand vast dat het verzoek van de cliënt aan de commissie om in wezen de notaris als executeur te ontslaan niet toewijsbaar is. De bevoegdheid tot het ontslaan van een executeur is immers exclusief voorbehouden aan de kantonrechter (ex artikel 4:149 lid 2 BW). Bovendien is het verzoek van de cliënt niet namens de overige erfgenamen (zijn zussen) ingediend, zij hebben hiervoor geen volmacht verleend aan de cliënt. De commissie zal de cliënt daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek om ontslag van de notaris als executeur.
Nagekomen stukken
De notaris heeft één dag voor de zitting nog stukken (een rekening en verantwoording en een urenoverzicht) overgelegd. De cliënt heeft ter zitting aangegeven dat hij de stukken heeft gelezen en dat hij geen bezwaar heeft tegen het betrekken van deze nagekomen stukken van de notaris in de beoordeling van de klacht. Gelet hierop staat de commissie toe dat voornoemde stukken van de notaris deel uitmaken van het procesdossier.
Inhoudelijke beoordeling klacht
Inleiding
De erflater is op 19 juni 2022 overleden. De cliënt en zijn twee zussen zijn de erfgenamen van de nalatenschap van de erflater. De oudste zus van de cliënt is in het testament van de erflater benoemd tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder. Zij heeft na enige tijd haar taken als executeur en afwikkelingsbewindvoerder overgedragen aan de notaris. In geschil is of de notaris als executeur en afwikkelingsbewindvoerder van de nalatenschap fouten heeft gemaakt. De vraag die dan ook ter beoordeling van de commissie ligt is of de notaris heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.
Zorgplicht notaris
1) Te late indiening van de aangifte erfbelasting (klachtonderdeel 1)
Vaststaat dat de belastingrente over de nalatenschap vanaf 19 februari 2023 is gaan lopen, te weten acht maanden na het overlijden van de erflater. De notaris heeft gemotiveerd betwist dat de te late indiening van de aangifte erfbelasting aan hem te wijten is. Immers, hij heeft ter zitting aangegeven dat hij pas op 27 maart 2023 de taken van de executeur heeft overgenomen. Hij heeft dit onderbouwd met een urenspecificatie van zijn werkzaamheden, die in dit overzicht pas op 11 april 2023 beginnen. De termijn voor het (tijdig) indienen van de aangifte erfbelasting was op dat moment al verstreken. De cliënt heeft hier naar het oordeel van de commissie onvoldoende tegenin gebracht. Het betoog van de cliënt dat uit de e-mail van 24 januari 2023 van [naam] volgt dat de taken van de executeur al eerder officieel waren overgedragen aan de notaris, faalt. Uit deze e-mail volgt slechts dat er is afgesproken dat de notaris de taken van executeur-afwikkelingsbewindvoerder zal overnemen, maar niet dat de verklaring hiervoor al is getekend. Dit klachtonderdeel faalt dan ook.
2) Verzwijgen van vermogensbestanddeel (klachtonderdeel 2)
Naar het oordeel van de commissie is niet gebleken dat de notaris met opzet het effectendepot heeft verzwegen. De notaris heeft ter zitting uitgelegd dat het effectendepot nog niet was opgenomen in de boedelbeschrijving van 21 juni 2023, omdat hij toen nog niet over alle stukken beschikte. Toen de notaris op het missende effectendepot is gewezen heeft hij dit bovendien meteen hersteld door het effectendepot alsnog op te nemen in de boedelbeschrijving. Dat de notaris voor de wijziging van de boedelbeschrijving kosten in rekening heeft gebracht, volgens de cliënt twee keer € 400,–, acht de commissie niet buitensporig. Dit klachtonderdeel faalt daarom.
3) Weigering definitieve verdeling (klachtonderdeel 3)
De commissie is van oordeel dat het niet te wijten is aan de notaris dat de nalatenschap nog niet is afgewikkeld. De notaris dient hiermee te wachten totdat de definitieve aanslag inkomstenbelasting over het jaar 2022 binnen is. Omdat het bedrag van de nalatenschap op de derdenrekening van de notaris staat en hieruit ook de erfbelasting dient te worden voldaan, dient de notaris ten minste een bedrag te reserveren op de derdengeldrekening voor het voldoen van deze belasting. Het is immers niet toegestaan dat de notaris negatief staat op de derdengeldenrekening. Dat de cliënt ervan overtuigd is dat de aanslag positief zal uitpakken, maakt dit niet anders. Daarnaast betrekt de commissie hierbij de omstandigheid dat de cliënt het voorstel van de notaris om een voorschot uit te keren, waardoor de financiële gevolgen van het vooralsnog uitblijven van een definitieve verdeling zouden worden beperkt, heeft afgewezen. Dit klachtonderdeel faalt dus.
Slotsom
De conclusie uit het voorgaande is dat de notaris heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris. De klacht van de cliënt zal dan ook ongegrond worden verklaard.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de cliënt niet-ontvankelijk in zijn verzoek om ontslag van de notaris als executeur,
– verklaart de klacht van de cliënt ongegrond.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, de heer mr. M. de Waal, de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. R.H.W. Theuns-van Waasdijk, secretaris, op 26 september 2025.
de heer mr. A.G.M. Zander