Factuur voor testamenten en levenstestamenten terecht volgens commissie

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Notariaat    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1099341/1293879

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

Deze zaak gaat over een geschil tussen een klant en een notaris over een factuur van € 1.125,30 voor werkzaamheden rond testamenten en levenstestamenten. De klant vond dat hij geen opdracht had gegeven aan de notaris en dat het bedrag veel te hoog was voor alleen een naamswijziging in een testament. Daarom weigerde hij de rekening te betalen. De notaris stelde dat de klant de offerte digitaal had geaccepteerd en dat er daardoor wel degelijk een opdracht was ontstaan. Ook voerde de notaris aan dat er werkzaamheden waren verricht, zoals een bespreking, advies over Nederlandse en buitenlandse levenstestamenten, het opvragen van informatie bij een buitenlandse notaris en het opstellen van conceptakten. De commissie stelde vast dat de klant de offerte online had geaccepteerd en later zelf had aangegeven dat de akte niet doorging, wat volgens de commissie neerkomt op het intrekken van de opdracht. Omdat de notaris al werkzaamheden had uitgevoerd en een concept had opgesteld, vond de commissie het in rekening gebrachte bedrag redelijk. Er was niet gebleken dat de notaris onzorgvuldig of onredelijk had gehandeld. Daarom werd de klacht ongegrond verklaard. De klant moet de factuur van € 1.125,30 betalen en het in depot gestorte bedrag wordt aan de notaris overgemaakt. Ook blijft het betaalde klachtengeld voor rekening van de klant.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de door de notaris in rekening gebrachte kosten.

Klager heeft een bedrag van € 1.125,30 niet aan de notaris betaald en bij de commissie in depot gestort,

Standpunt van klager

Voor het standpunt van klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Klager en zijn echtgenote wilden een naamswijziging in hun testament. Zij hebben daarover een informatief gesprek gehad met de notaris. Vervolgens hebben zij van hem een concept ontvangen. Omdat zij het door de notaris geoffreerde bedrag veel te hoog vonden voor een naamswijziging, hebben zij geen gebruik gemaakt van de verdere diensten van de notaris.
Klager heeft niets voor akkoord getekend. Tot zijn verbazing kreeg hij een factuur van de notaris, ten bedrage van € 1.125,30.

Klager heeft telefonisch contact opgenomen met het kantoor en aan de secretaresse medegedeeld dat hij het niet eens is met de factuur. Zij gaf klager te kennen dat de notaris de volgende dag terug zou bellen. Dit is niet gebeurd. Klager heeft hem toen een e-mail gestuurd, met de mededeling dat hij – omdat de notaris niet had gereageerd – aannam dat de factuur een vergissing was. Daarna kreeg hij een aanmaning.

De factuur staat niet in verhouding tot het geleverde werk. Bovendien wordt een levenstestament geadviseerd. Echter, klager en zijn echtgenote wonen in [land]. Een levenstestament kan alleen worden opgesteld in het land waar men woont. Dit wisten zij toentertijd niet.

Klager verzoekt de commissie te bepalen dat hij de factuur niet hoeft te betalen.

Standpunt van de notaris

Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 31 mei 2023 heeft een gesprek met klager plaatsgevonden. Daarbij is afgesproken dat de notaris diensten zou gaan verrichten. Het kantoor van de notaris heeft naar aanleiding van die afspraak een offerte gestuurd naar klager. De offerte is blijkens de systemen van het kantoor door klager geopend. In de offerte was een link opgenomen waarop kon worden geklikt om de offerte te accepteren. Dit heeft klager op 6 juni 2023 gedaan. Pas na acceptatie van de offerte is de notaris de ontwerpakten gaan maken. Voor wat betreft het maken van levenstestamenten: er is gesproken over Nederlandse en [buitenlandse] levenstestamenten en het nut van die stukken. In overleg met klager is bij een [buitenlands] notaris opgevraagd wat de kosten van [buitenlandse] zorgvolmachten zouden zijn. Er is dus wel degelijk sprake van een verleende opdracht-overeenkomst.

De notaris en zijn assistente, die medebehandelaar van het dossier was, zijn de opdracht gaan uitvoeren. Een client heeft het recht een verleende opdracht in te trekken. Dat is in dit geval gebeurd op 31 maart 2025. Er is vervolgens conform de opdrachtbevestiging en algemene voorwaarden gedeclareerd.

Over de klacht naar aanleiding van de factuur heeft klager telefonisch contact gehad met de assistente. Zij heeft uitgelegd hoe het zat. Klager heeft daarbij aangegeven door de notaris te willen worden teruggebeld. Dat is door zijn naderende vakantie niet gelukt. Daarna heeft de notaris alsnog nogmaals toelichting gegeven.

De notaris houdt vast aan betaling van de factuur.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

Klager stelt allereerst dat hij de notaris geen opdracht heeft verleend. De notaris heeft dit weersproken.
De commissie stelt het volgende vast.
De assistente van de notaris (hierna te noemen: de assistente) heeft klager op 6 juni 2023 een e-mail gestuurd, waarin – voor zover van belang – staat geschreven:
“Naar aanleiding van de bespreking die u heeft gehad met notaris [naam notaris] stuur ik u bijgaand:
– de offerte/opdrachtbevestiging.
(…)
U kunt de offerte/opdrachtbevestiging accepteren door op deze link klikken: Offerte accepteren”.

Blijkens de door de notaris overgelegde print uit het digitale systeem van zijn kantoor heeft klager de link op 6 juni 2023 aangeklikt en daarmee de offerte/opdrachtbevestiging geaccepteerd. De notaris heeft aldus naar het oordeel van de commissie voldoende onderbouwd dat sprake is van een door klager aan hem verleende opdracht.

De commissie stelt voorts vast dat klager de assistente bij e-mail van 31 maart 2025 desgevraagd heeft laten weten “dat de akte niet doorgaat’. Met de notaris is de commissie van oordeel dat dit moet worden aangemerkt als een intrekking van de opdracht.

Zoals aangekondigd in de e-mail van de assistente van 6 juni 2023 heeft de notaris klager vervolgens op 1 april 2025 een factuur gestuurd voor de tot dat moment verrichte werkzaamheden. De notaris heeft een bedrag van € 930,– (exclusief BTW) in rekening gebracht voor “Honorarium opstellen twee testamenten en twee levenstestamenten”.

Vaststaat dat er een gesprek op het kantoor van de notaris heeft plaatsgevonden. De notaris heeft onweersproken gesteld dat er is gesproken over Nederlandse en [buitenlandse] levenstestamenten en het nut van die stukken en dat in overleg met klager bij een [buitenlandse] notaris is opgevraagd wat de kosten van [buitenlandse] zorgvolmachten zouden zijn. Voorts staat vast dat de notaris ontwerpakten heeft gemaakt; klager heeft erkend dat hij een concept heeft ontvangen. Het door de notaris voor deze werkzaamheden in rekening gebrachte bedrag komt de commissie redelijk voor.

De conclusie uit het voorgaande is dat niet is komen vast te staan dat de notaris door zijn wijze van declareren niet heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris. Dit betekent dat de klacht van klager ongegrond is. De commissie zal bepalen dat klager de notaris het in rekening gebrachte bedrag van € 1.125,30 (inclusief BTW) dient te betalen en dat het depot daarom naar de notaris moet worden overgemaakt.

Nu de klacht van klager ongegrond wordt verklaard, blijft het klachtengeld voor zijn rekening.

Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking, nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klacht van klager ongegrond;

– bepaalt dat klager het door de notaris in rekening gebrachte bedrag van € 1.125,30 aan de notaris moet voldoen. Met inachtneming hiervan wordt het depot aan de notaris overgemaakt.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer mr. M. de Waal en de heer mr. P. Rijpstra, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, secretaris, op 14 oktober 2025.

de heer mr. N. Schaar

 

Opslaan als PDF