Commissie: Notariaat
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1028193/1308834
De uitspraak:
Waar gaat deze uitspraak over?
Deze zaak gaat over een vrouw die een notaris had gevraagd om een verklaring van erfrecht op te stellen, zodat zij een nabetaling van € 11.368,63 van het ABP kon ontvangen na het overlijden van haar partner. Omdat de verklaring niet werd afgegeven, onder meer doordat haar jongste dochter niet wilde meewerken, trok zij de opdracht in. De vrouw vond dat zij, ondanks de betaalde kosten van ongeveer € 3.000, geen resultaat had gekregen en vroeg daarom óf alsnog om de verklaring van erfrecht, óf om inzage in de correspondentie van de notaris met de andere erfgenamen. De notaris diende geen verweer in. De Geschillencommissie oordeelde dat niet kan worden vastgesteld of de notaris de verklaring van erfrecht had kunnen afgeven, omdat de vrouw onvoldoende bewijsstukken, zoals het testament, heeft overgelegd. Daarom werd dit verzoek afgewezen. Ook het verzoek om inzage in de correspondentie werd afgewezen, omdat de notaris vanwege haar wettelijke geheimhoudingsplicht en de privacy van andere erfgenamen deze informatie niet hoeft te delen. Bovendien had de vrouw al een urenspecificatie ontvangen, waardoor zij voldoende inzicht had in de verrichte werkzaamheden. De commissie verklaarde beide klachten ongegrond en wees alle verzoeken af.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de vraag of en zo ja, welke gegevens de notaris aan de cliënte dient te verstrekken over de wijze van uitvoering van de aan haar verstrekte opdracht tot het opstellen van een verklaring van erfrecht.
Standpunt van de cliënte
Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt erop neer dat, indien de notaris niet de door de cliënte verzochte verklaring van erfrecht kan opstellen, de notaris inzage dient te geven in de wijze van uitvoering van de aan haar verstrekte opdracht. Zij voert hiertoe, voor zover relevant, het volgende aan.
De cliënte heeft aan de notaris de opdracht gegeven om een verklaring van erfrecht op te stellen, zodat de cliënte een nabetaling van € 11.368,63 van het ABP kan ontvangen. Zij heeft hier recht op, omdat haar overleden partner de ‘aanvulling samenvallende diensttijd’ onterecht niet heeft gekregen. Toen bleek dat de verklaring van erfrecht niet, dan wel moeilijk, te verkrijgen is door de notaris heeft de cliënte de opdracht ingetrokken. Het probleem is dat de jongste dochter van de cliënte weigert te tekenen voor de verklaring van erfrecht. Ondanks dat de notaris de verklaring van erfrecht niet heeft verstrekt aan de cliënte, heeft de cliënte € 3.000, — aan de notaris betaald voor haar werkzaamheden.
De cliënte, zijnde opdrachtgever, wil gelet op het voorgaande dat de notaris inzicht geeft in de e-mails die zij heeft verstuurd om de verklaring van erfrecht te verkrijgen. De cliënte heeft nu namelijk niks van de notaris gekregen voor de door haar betaalde kosten. De notaris weigert aan het verzoek tot inzage van de cliënte te voldoen wegens privacy redenen.
De cliënte verzoekt primair dat de notaris alsnog de verklaring van erfrecht opstelt, en subsidiair dat de notaris inzage geeft in haar dossier, te weten de correspondentie met andere erfgenamen inzake het verkrijgen van de verklaring van erfrecht in de periode van 18 september 2023 tot 10 oktober 2024.
Standpunt van de notaris
De commissie heeft geen verweer van de notaris ontvangen, ondanks dat zij daartoe in de gelegenheid is gesteld.
Beoordeling van het geschil
Geen verweer
De commissie stelt vast dat de notaris geen verweer heeft ingediend. De klacht van de cliënte is dan ook onweersproken. Gelet hierop dient de commissie enkel te beoordelen of de klacht en het verzoek van de cliënte onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Verklaring van erfrecht opstellen (klachtonderdeel 1/primair verzoek)
De cliënte verzoekt de commissie primair om te bepalen dat de notaris alsnog de verklaring van erfrecht aan de cliënte verstrekt. De commissie begrijpt hieruit dat de cliënte zich op het standpunt stelt dat de notaris de verklaring van erfrecht wel kon verstrekken, maar dit ten onrechte niet heeft gedaan. De commissie kan echter wegens gebrek aan onderliggende stukken niet beoordelen of de notaris met betrekking tot het niet verstrekken van de verklaring van erfrecht een verwijt kan worden gemaakt. De cliënte heeft, voor zover relevant, (slechts) gesteld dat zij en haar overleden echtgenoot een langstlevende testament hadden en dat haar jongste dochter weigert voor de verklaring van erfrecht te tekenen. Het lag op de weg van de cliënte om voornoemd testament over te leggen. Zij heeft dat echter niet gedaan. De commissie kan daardoor niet vaststellen of de notaris zonder medewerking van de jongste dochter van de cliënte een verklaring van erfrecht kon opstellen. Gelet hierop komt dit klachtonderdeel de commissie ongegrond voor. Het primaire verzoek zal daarom worden afgewezen.
Inzage correspondentie met erfgenamen (klachtonderdeel 2/subsidiair verzoek)
Voorts verzoekt de cliënte de commissie om te bepalen dat de notaris inzicht dient te geven in de correspondentie tussen de notaris en de overige erfgenamen. De notaris heeft dit verzoek tot inzage van de notaris afgewezen wegens privacy redenen. De commissie is van oordeel dat de notaris terecht de correspondentie wegens de privacy van de andere erfgenamen niet ter inzage heeft gegeven aan de cliënte. Immers, de notaris heeft op grond van artikel 22 Wet Notarisambt een geheimhoudingsplicht. Bovendien leidt de commissie uit de e-mail van 27 februari 2025 van de cliënte af dat de notaris een urenspecificatie heeft gestuurd van de door haar verrichte werkzaamheden in de periode van 18 september 2023 tot 10 oktober 2024. De cliënte heeft door deze specificatie dus voldoende inzicht in de door de notaris verrichte werkzaamheden. Dit klachtonderdeel komt de commissie dan ook, gezien het voorgaande ongegrond voor. Het subsidiaire verzoek zal daarom worden afgewezen.
Slotsom
De conclusie uit het voorgaande is dat de klachtonderdelen 1 en 2 van de cliënte ongegrond worden verklaard en dat de verzoeken worden afgewezen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klachtonderdelen 1 en 2 ongegrond;
– wijst de verzoeken van de cliënte af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, mevrouw mr. B. van Dis, de heer mr. M. Nieuwenhuijs, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. R.H.W. Theuns-van Waasdijk, secretaris, op 24 oktober 2025.
de heer mr. A.G.M. Zander