Vernietiging eenzijdige opzegging door BSO wegens vaccinatiestatus kinderen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Opzegging overeenkomst    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1347211/1349288

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De uitspraak betreft een zaak over de beëindiging van de BSO-overeenkomsten van twee kinderen, vanwege twijfels over hun vaccinatiestatus en zorgen over het gedrag van één van de kinderen. De Geschillencommissie Kinderopvang overweegt dat de opvangorganisatie onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld door de vaccinatiestatus niet goed te verifiëren. Bovendien heeft de organisatie zich beroepen op gewijzigde voorwaarden die niet rechtsgeldig op de bestaande overeenkomst van toepassing waren. Ook heeft de ondernemer ouders onvoldoende geïnformeerd over de mogelijkheid dat het gedrag van hun zoon tot beëindiging van de opvang kon leiden. De klacht wordt daarom gegrond verklaard en de kinderen moeten weer gebruik kunnen maken van de opvang.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de beslissing van de ondernemer om de kinderen van de consument per 9 juli 2026 niet langer toe te laten op de BSO, omdat de kinderen -naar zeggen van de kinderen- niet zijn gevaccineerd.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

De ondernemer heeft de opvangovereenkomsten van de kinderen van de consument eenzijdig beëindigd omdat de kinderen niet zijn gevaccineerd.
De ondernemer heeft echter niet bij de consument geverifieerd of de uitlatingen van de kinderen over de vaccinaties juist zijn. De ondernemer is aan de hand van de uitlatingen van de kinderen overgegaan tot het per 9 juli 2026 beëindigen van de opvangovereenkomsten. De ondernemer verwijst hierbij naar de Algemene voorwaarden waarin beschreven is dat kindervaccinaties vereist zijn, maar in de Algemene voorwaarden is niet opgenomen om welke vaccinaties dit exact gaat.

De consument is voorts van mening dat de Algemene voorwaarden waarnaar de ondernemer verwijst niet van toepassing zijn op de opvangovereenkomst, omdat de ondernemer de Algemene voorwaarden heeft gewijzigd na ondertekening van de opvangovereenkomst door de consument.

In de opvangovereenkomst wordt verwezen naar de Algemene voorwaarden geldend op het moment van het ingaan van het contract, nergens is opgenomen dat deze voorwaarden tussentijds gewijzigd mogen worden. De consument is daarom van mening dat de Algemene voorwaarden waar de ondernemer zich op beroept niet van toepassing zijn en hem niet tegengeworpen kunnen worden.

De consument stelt, zo de Algemene voorwaarden wel rechtsgeldig zijn toegepast, de ondernemer niet heeft gemotiveerd dat niet aan de vaccinatiegraad van 95% is voldaan en waarom juist zijn kinderen maken dat niet aan de vaccinatiegraad wordt voldaan. Dit geldt temeer nu de ondernemer niet heeft uitgevraagd bij de consument in hoeverre vaccinatie heeft plaatsgevonden. De ondernemer heeft ook niet eerder een punt gemaakt van de vaccinatiegraad. De ondernemer heeft daarnaast niet gemotiveerd waarom het contract van de consument is opgezegd en dat van andere ouders in vergelijkbare omstandigheden niet.

Voor zover de ondernemer het gedrag van de zoon van de consument aan de opzegging ten grondslag legt, heeft de ondernemer zich niet gehouden aan de Aanvullende algemene voorwaarden. De ondernemer heeft geen verbeterplan met concrete doelen opgesteld, noch heeft de ondernemer een redelijke termijn met tussentijdse evaluatiemomenten vastgesteld.

De consument verzoekt de commissie de beslissing van de ondernemer te beoordelen en te bepalen dat de opzegging van de plaatsingsovereenkomst wordt vernietigd zodat de kinderen weer naar de opvang mogen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

De consument heeft gesteld dat de ondernemer de overeenkomsten van beide kinderen heeft beëindigd vanwege de vaccinatiestatus van de kinderen, zoals deze van de kinderen is vernomen. Deze weergave is echter niet volledig. De ondernemer heeft aangegeven dat binnen de administratie van de ondernemer geen vaccinatiebewijs van de kinderen is aangetroffen. Dit vormt een essentieel onderdeel van de context.

De ondernemer heeft, naar aanleiding van een melding van een bezorgde ouder en uit zorg voor de veiligheid en gezondheid van de overige aanwezige kinderen, snel gehandeld. De ondernemer heeft erkend dat de afstemming met de consument onvoldoende zorgvuldig heeft plaatsgevonden, maar is gebleven bij het standpunt dat hij de overeenkomst mocht opzeggen omdat er geen duidelijkheid is verschaft over de vaccinatiestatus van de kinderen.

De ondernemer hanteert het vaccinatiebeleid zoals opgenomen in de Algemene voorwaarden, waarin is vermeld dat aangesloten wordt bij de vaccinatiegraad zoals door het RIVM wordt gehanteerd. De ondernemer is van mening dat hij daarmee voldoende duidelijk heeft gemaakt welke vaccinaties het betreft. De ondernemer meent dat geen sprake kan zijn van onduidelijkheid met betrekking tot de door hem vereiste vaccinaties.

De consument stelt voorts dat de Algemene voorwaarden uitsluitend van toepassing zijn op de overeenkomsten gesloten nadat de voorwaarden zijn vastgesteld. Dit is een onjuiste veronderstelling. In de Algemene voorwaarden is opgenomen dat de ondernemer bevoegd is de aanvullende algemene voorwaarden te wijzigen. De omstandigheid dat de overeenkomst op een eerder moment is gesloten betekent niet dat de gewijzigde of aangevulde voorwaarden niet van toepassing kunnen zijn.

De stelling dat onvoldoende is gemotiveerd waarom de overeenkomsten van de consument zijn beëindigd en die van andere ouders in vergelijkbare omstandigheden niet kan de ondernemer niet volgen. De consument heeft immers geen inzage in de situatie van andere ouders die opvang afnemen bij de ondernemer en kan dus in het geheel niet beoordelen of sprake is van vergelijkbare omstandigheden.

De nieuwe beoordeling van de ondernemer heeft gemaakt dat alle op dat moment relevante feiten en omstandigheden betrokken zijn in de besluitvorming van de ondernemer.

Met betrekking tot de opzegging ten aanzien van de zoon van de consument heeft de ondernemer ook het gedrag van de zoon van de consument mee laten wegen.

In de periode tussen september 2022 en juni 2026 is regelmatig gesproken met de consument over het gedrag van zijn zoon. Er hebben in deze periode diverse observaties plaatsgevonden. De observaties laten zien dat het gedrag van invloed was op de gehele groep binnen de opvangsituatie. Jaarlijks hebben tienminutengesprekken met de consument plaatsgevonden waarin het gedrag van de zoon van de consument telkens onderwerp van gesprek is geweest. De ondernemer heeft in deze gesprekken gevraagd om contact op te mogen nemen met de school van de zoon van klager en/of de GGD voor adviezen. De consument heeft hiervoor geen toestemming gegeven.

De ondernemer heeft de consument tijdens gesprekken en overdrachtsmomenten meerdere malen geadviseerd (externe) ondersteuning in te schakelen en/of zorgen geuit over het gedrag van de zoon van de consument. Er zijn adviezen en handvatten besproken en ook vervolgstappen zijn besproken. Dit heeft echter niet geleid tot een zodanige verbetering dat de ontstane zorgen konden worden weggenomen.

De consument stelt dat nooit is aangegeven dat het uitblijven van verbetering zou kunnen leiden tot een beëindiging van de overeenkomst. Dit is niet juist, in de Algemene voorwaarden is opgenomen dat de overeenkomst kan worden beëindigd als, ondanks inspanningen, geen substantiële verbetering optreedt en voortzetting van de opvang redelijkerwijs niet langer van de ondernemer kan worden verwacht. De beëindiging is dan ook gebaseerd op de toepasselijke contractuele voorwaarden en de langdurige feitelijke situatie.
De ondernemer verzoekt de commissie de klacht ongegrond te verklaren en de verzoeken van de consument af te wijzen.

Beoordeling van het geschil

Toetsingskader
Op de overeenkomst tussen de consument en de ondernemer zijn de Algemene voorwaarden van Brancheorganisatie Kinderopvang voor de baby- dreumes-, peutergroep en buitenschoolse opvang 2025 (hierna te noemen: Algemene voorwaarden) en de aanvullende Algemene voorwaarden- [naam bedrijf] (hierna te noemen: aanvullende Algemene voorwaarden) van toepassing.

De ondernemer heeft zich beroepen op artikel 6.3 sub b onder ii en artikel 10.2 sub aiii en b van de Algemene voorwaarden en artikel 2.1 en 2.6 van de aanvullende Algemene voorwaarden. Uit de Algemene voorwaarden volgt dat de ondernemer slechts bevoegd is de overeenkomst op te zeggen op grond van een gegronde reden. Als gegronde reden wordt in ieder geval aangemerkt de omstandigheid dat (1) het kind door ziekte of anderszins een extra verzorgingsbehoefte heeft die de ondernemer feitelijk niet in staat is naar behoren te verlenen en (2) het kind een risico of bedreiging vormt voor de geestelijke dan wel lichamelijke gezondheid of veiligheid van anderen. Uit de aanvullende Algemene voorwaarden volgt dat de ondernemer een vaccinatiegraad van 95% aanhoudt en een percentage van 100% nastreeft. Als de vaccinatiegraad op het kinderdagverblijf onder deze landelijk geadviseerde norm zakt door te veel niet ingeënte kinderen dan kan de ondernemer overeenkomsten weigeren en/of stopzetten. De ondernemer is ook bevoegd de overeenkomst op te zeggen indien zij vaststelt dat een kind gedrag vertoont dat de mentale en/of fysieke gezondheid dan wel veiligheid van het kind zelf, de overige kinderen of het personeel schaadt en er geen substantiële verbetering is en voortzetting van de overeenkomst onverantwoord wordt geacht. De ondernemer dient daarbij een opzegtermijn te hanteren van één maand.

Opzegging vindt plaats met inachtneming van de opzegtermijn, door middel van een aan de consument gerichte schriftelijke verklaring. De ondernemer motiveert de opzegging. Dit volgt uit artikel 6.4 van de Algemene voorwaarden.

Conform eerdere jurisprudentie merkt de commissie een eenzijdige beëindiging van de overeenkomst aan als een toekomstige weigering van de toegang tot de opvang. Dit betekent dat de bepalingen die zien op de weigering van de toegang van overeenkomstige toepassing zijn op dit geschil.

Hieruit volgt dat een consument, die het niet eens is met de beslissing van de ondernemer de overeenkomst eenzijdig te beëindigen, een verkorte procedure bij de commissie kan starten, zoals in dit geval is gebeurd.

Bij de commissie ligt dan ook de vraag voor of in het onderhavige geschil sprake is van een gegronde reden die de eenzijdige beëindiging van de overeenkomst rechtvaardigt.

Is sprake van een gegronde reden?
De commissie stelt vast dat de ondernemer per 1 januari 2026 de aanvullende Algemene voorwaarden heeft herzien.
De ondernemer heeft daarin opgenomen dat een vaccinatiegraad van 95% wordt aangehouden, maar gestreefd wordt naar een percentage van 100%. De ondernemer heeft zich in het kader van de opzegging op deze aanvullende Algemene voorwaarden beroepen.

De commissie volgt de ondernemer niet in dit standpunt. De overeenkomst tussen de consument en de ondernemer dateert van 2024 en op de overeenkomst zijn dan ook de voorwaarden van toepassing zoals op dat moment golden. Indien de ondernemer de herziene aanvullende Algemene voorwaarden van toepassing wil verklaren op de overeenkomst dient hij deze voorafgaand aan de herziening aan de consument voor te leggen en de consument te vragen deze voor akkoord te ondertekenen. Het enkel meedelen dat de aanvullende Algemene voorwaarden zijn herzien is niet voldoende om deze van toepassing te verklaren op een reeds gesloten overeenkomst. In dit geval heeft de ondernemer de herziene voorwaarden niet voorgelegd, noch heeft de ondernemer de consument gevraagd deze voor akkoord te ondertekenen. De ondernemer kan gelet daarop de herziene aanvullende Algemene voorwaarden niet aan de consument tegenwerpen.

De commissie is voorts van oordeel dat de ondernemer voorafgaand aan de opzegging onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld. De ondernemer heeft op basis van uitlatingen van de kinderen met betrekking tot de vaccinaties haar conclusies getrokken en heeft nagelaten afdoende te verifiëren of deze uitlatingen op juistheid berusten. De ondernemer heeft ook nagelaten om schriftelijke aantekeningen te maken van de mededelingen van de consument over de vaccinatiestatus ten tijde van de intake. Dit kan de ondernemer de consument echter niet tegenwerpen.

In zoverre is de klacht van de consument gegrond.
Met betrekking tot de opzegging van de overeenkomst van de dochter van de consument wordt nog overwogen dat het gedrag van de zoon van de consument uiteraard geen gegronde reden kan zijn voor de opzegging van de overeenkomst voor de dochter.

Wijze van opzegging
Ten aanzien van de wijze waarop de ondernemer de opvangovereenkomst van de zoon van de consument heeft opgezegd, overweegt de commissie als volgt.

Uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat er zorgen zijn over het gedrag van de zoon van de consument. Hierover bestaat tussen partijen ook geen geschil. De consument heeft ter zitting verklaard dat hij erg tevreden is over de wijze waarop de pedagogisch professionals zich inzetten voor zijn zoon. Hoewel vastgesteld kan worden dat het gedrag van de zoon van de consument tussen partijen is besproken, zijn hiervan geen aantekeningen gemaakt. De ondernemer heeft ook geen plan van aanpak overgelegd of anderszins aannemelijk gemaakt dat de ondernemer de consument afdoende heeft meegenomen in de bij haar bestaande zorgen. De commissie heeft niet vast kunnen stellen dat de ondernemer de consument heeft gewezen op de mogelijkheid dat deze zorgen zouden kunnen leiden tot een beëindiging van de opvangovereenkomst. Het enkel vermelden en verwijzen naar hetgeen hierover is opgenomen in de Algemene voorwaarden en/of de aanvullende Algemene voorwaarden is daartoe niet afdoende.

De ondernemer had de consument er eerder en duidelijker over moeten informeren dat beëindiging van de opvangovereenkomst, bij gelijkblijvend gedrag van de zoon van de consument, (op termijn) tot de reële mogelijkheden behoorde. Dit heeft de ondernemer nagelaten.
Dit klachtonderdeel is dan ook gegrond.

Conclusie
Nu de klacht gegrond is kan de opzegging niet in stand blijven. Dit betekent dat de consument op de gebruikelijke tijd en wijze gebruik dient te kunnen maken van de opvang van de ondernemer. De commissie gaat ervan uit dat partijen zich gezamenlijk zullen inspannen om de opvang op verantwoorde wijze voort te zetten.

Aangezien de klacht van de consument gegrond wordt verklaard, dient het klachtengeld overeenkomstig het reglement van de commissie voor rekening van de ondernemer te komen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klacht van de consument gegrond.
– bepaalt dat de consument op gebruikelijke tijd en wijze gebruik dient te kunnen blijven maken van de opvang van de ondernemer.
– bepaalt dat de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,- aan de consument dient te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw mr. S.A.M.F. Sjoukes, de heer H. Stel, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. D. le Pair, secretaris, op 30 juli 2026.

 

Opslaan als PDF