Verplichte medicatie met clozapine bij tbs-patiënt terecht voortgezet

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Klachtencommissie Onvrijwillige Zorg    Categorie: onvrijwillige zorg    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Uitspraak   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1354469/1354593

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een cliënt verblijft sinds 2021 bij een zorginstelling vanwege een tbs-maatregel met dwangverpleging. Sinds 2022 moet hij het medicijn clozapine gebruiken om ernstige psychische klachten te behandelen. De cliënt is het hier niet mee eens, omdat hij slikproblemen ervaart die volgens hem door het medicijn komen. Hij wil graag een ander medicijn met minder bijwerkingen. Ook vindt hij dat de zorginstelling onvoldoende heeft onderzocht welke andere medicijnen mogelijk zijn en dat het plan om de medicatie eventueel af te bouwen niet duidelijk genoeg is. De zorginstelling stelt dat clozapine noodzakelijk is om ernstige psychische klachten en gevaarlijk gedrag te voorkomen. Eerdere medicijnen werkten onvoldoende en bij het verminderen of weigeren van clozapine namen de klachten weer toe. De commissie oordeelt dat de verplichte medicatie noodzakelijk is om ernstige risico’s voor de cliënt en anderen te voorkomen. Ook heeft de zorginstelling voldoende onderzocht of andere behandelingen mogelijk waren en zijn de wettelijke regels voor verplichte zorg gevolgd. Daarom verklaart de commissie de klacht ongegrond. Wel adviseert zij de zorginstelling om de cliënt regelmatig en duidelijk uit te leggen waarom de medicatie nodig is. Daarnaast moet het afbouwplan concreter worden gemaakt, met duidelijke momenten waarop opnieuw wordt bekeken of de medicatie verminderd of gestopt kan worden.

De volledige uitspraak

Inzake de klacht van

[naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de klager)

en

Stichting Trajectum, gevestigd te Eefde
(hierna te noemen: de zorgaanbieder)

De procedure

De Klachtencommissie Onvrijwillige Zorg (hierna: de commissie) heeft kennisgenomen van de klacht van klager.

Het klachtschrift is op 20 augustus 2026 door de cliëntvertrouwenspersoon van de klager naar de commissie gestuurd ter behandeling.

De commissie heeft de zorgaanbieder de gelegenheid gegeven om schriftelijk op de klacht te reageren. De
commissie heeft het verweerschrift met stukken op 26 augustus 2026 ontvangen. Op 10 september 2026 heeft de hoorzitting plaatsgevonden en heeft de commissie een tussenadvies gewezen, waarin is bepaald dat de zorgaanbieder uiterlijk 21 september 2026 dient over te leggen: de toetsing door de Wzd-functionaris, de verslaglegging dan wel het advies van de onafhankelijke deskundige en de rapportages van de evaluaties van de Wzd-maatregel.

Deze stukken zijn op 18 september 2026 door de zorgaanbieder overgelegd.

De nieuwe hoorzitting vond plaats op 1 oktober 2026. De commissie heeft een online zitting gehouden ter bespreking van de klacht. Aan de online zitting namen deel: de klager en [naam] (cliëntvertrouwenspersoon). Namens de zorgaanbieder[naam] (psychiater) en [naam] (gz-psycholoog).

Feiten en omstandigheden

De commissie gaat op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht uit van de volgende feiten.

De klager verblijft sinds 2021 bij de zorgaanbieder op grond van de maatregel TBS met dwangverpleging. De klager krijgt vanaf 2022 onvrijwillige zorg op basis van een maatregel conform de Wet zorg en dwang (hierna: Wzd), meer specifiek het toedienen van de medicatie clozapine.

De klacht

De klager verblijft sinds 2021 bij de zorgaanbieder op grond van de maatregel TBS met dwangverpleging. Inmiddels krijgt de klager al enkele jaren onvrijwillige zorg op basis van de Wet zorg en dwang, meer specifiek het toedienen van medicatie, zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 sub a Wzd.

De klager krijgt clozapine en is het hiermee oneens. Door de clozapine krijgt de klager slikklachten. Hij mag niet op verlof als hij zijn medicatie niet neemt. De klager heeft al vaak aangegeven dat hij dit middel niet prettig vindt en dat hij graag een alternatief wil gebruiken. De behandelaren zeggen dat de slikklachten van de klager niet door de clozapine komen, maar de klager ervaart dat anders.

De klager weet zelf dat hij medicatie nodig heeft, maar wil graag een ander antipsychoticum met minder bijwerkingen. Het afbouwplan biedt weinig inzicht in wat de klager kan verwachten en ook weinig perspectief op afbouw van de maatregel. De zorgaanbieder heeft te weinig gekeken naar andere medicatie.

Het verweer

De klager heeft clozapine voorgeschreven gekregen omdat er sprake is van schizofrenie met daaruit voortvloeiende seksuele (agressieve) impulsen en seksuele waanideeën. Zijn klacht ziet niet zozeer op het antipsychoticum op zichzelf, maar specifiek op clozapine vanwege de door hem ervaren bijwerkingen.

In eerste instantie is de klager ingesteld op xeplion, echter bleef het psychotische toestandsbeeld op de voorgrond staan. Ook is in 2022 sprake geweest van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Naar aanleiding hiervan wordt een second opinion aangevraagd, waarin de psychiater heeft voorgesteld om te starten met clozapine. De klager is hiermee akkoord gegaan. Na zorgvuldige instelling op clozapine werd een afname van de psychotische symptomen gerapporteerd.

In 2024, twee jaar na de start van clozapine, heeft de klager slikklachten gerapporteerd die hij weet aan de clozapine. Deze klachten zijn zeer aspecifiek en hebben zich pas aangediend nadat de klager al geruime tijd was ingesteld op de medicatie en op een andere (vorige) afdeling verbleef, hetgeen pleit tegen een oorzakelijk verband. De betrokken KNO-arts constateerde geen afwijkingen die de slikklachten kunnen verklaren. Behandeling door een logopedist (het leren van nieuwe eetgewoonten) gaf onvoldoende effect.

Kort daarna stopte de klager met de clozapine, waarna hij zich niet goed voelde en opnieuw is gestart met clozapine. In een nieuwe second opinion concludeerde de psychiater dat de slikklachten wisselend aanwezig zijn en dat het een fixatie lijkt voor de klager. De psychiater concludeerde dat, gezien de ernst van de psychose en het doel van de tbs-maatregel, stoppen met clozapine onverantwoord was. Ook is dit onwenselijk gezien het zeer positieve therapeutische effect. Mogelijk kan er gekeken worden naar verlaging van de dosering clozapine en de toevoeging van een ander antipsychoticum. Dit is vervolgens door de behandelend psychiater ingezet, maar de klager ervaarde ook hiervan bijwerkingen en besloot dat hij alleen clozapine wil slikken.

In de maanden die volgden, hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden tussen de klager en het behandelteam waarin de klager erg wisselend was in het willen nemen van de voorgeschreven medicatie. De klager weigerde ook meerdere keren zijn medicatie, wat meteen leidde tot toename van psychotische symptomen zoals achterdocht, angst, waanideeën en slapeloze nachten. Dit verhoogde ook meteen het recidiverisico.

Volgens het behandelteam voorkomt de clozapine dat de klager terugvalt in delictgedrag en is dit het meest effectieve middel. Voor een opbouw van vrijheden en toewerken naar perspectief, is een stabiel toestandsbeeld noodzakelijk. Met de klager is afgesproken dat hij de medicatie volgens voorschrift neemt, om overgeplaatst te kunnen worden naar de huidige afdeling met een lager beveiligingsniveau. Hij is hiermee akkoord gegaan.

Overwegingen en conclusies

Bevoegdheid
De commissie stelt voorop dat klagers die met een terbeschikkingstelling met dwangverpleging in een Wzd-accommodatie verblijven, op grond van artikel 49 Wzd worden aangemerkt als cliënten die op grond van een rechterlijke machtiging als bedoeld in artikel 24 Wzd zijn opgenomen. Dit brengt mee dat de bepalingen van de Wzd op hun verblijf van toepassing zijn.

De commissie stelt vast dat de in artikel 55 Wzd opgenomen limitatieve opsomming van klachtonderwerpen geen betrekking heeft op adviezen en/of beslissingen die op grond van de artikelen 49 en 50 Wzd worden genomen. In de onderhavige klacht is daarvan echter geen sprake, nu de klacht specifiek ziet op het gebruik van clozapine. Dit kan worden aangemerkt als onvrijwillige zorg in de zin van de Wzd, meer in het bijzonder als bedoeld in artikel 2 lid 1 sub a Wzd. Tegen een beslissing tot het verlenen van dergelijke onvrijwillige zorg staat op grond van artikel 55 Wzd de mogelijkheid van het indienen van een klacht open.

De commissie benadrukt hierbij dat de zorgaanbieder in de onderhavige situatie heeft gehandeld vanuit zijn hoedanigheid van Wzd-accommodatie. Dat de zorgaanbieder ook forensische zorg verleent, maakt dit niet anders. Voor de beoordeling van de bevoegdheid van de commissie is bepalend op grond van welk wettelijk kader de betreffende zorg is verleend. Nu de klacht ziet op de toepassing van onvrijwillige zorg als bedoeld in de Wzd, valt deze binnen de reikwijdte van artikel 55 Wzd.

Gelet op het voorgaande is de commissie bevoegd om de klacht inhoudelijk te beoordelen.

Totstandkoming maatregel
Uit de na het tussenadvies overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, is de commissie gebleken dat de maatregel overeenkomstig de daarvoor geldende wettelijke vereisten zijn vastgelegd, met betrokkenheid van de in de Wzd genoemde personen, zoals de Wzd-functionaris.

Clozapine
Naar het oordeel van de commissie is voldoende vast komen te staan dat sprake is van ernstig nadeel dat het innemen van clozapine noodzakelijk maakt. Het ernstig nadeel is enerzijds gelegen in de gevolgen voor het welzijn van de klager zelf en anderzijds in de mogelijke gevolgen voor de veiligheid van anderen. De klager heeft ter zitting het bestaan van deze problematiek en het nut en de noodzaak van medicatie in zoverre ook onderschreven.

De commissie is verder gebleken dat de zorgaanbieder voorafgaand aan het voorschrijven van clozapine verschillende alternatieven heeft onderzocht en toegepast. Zo zijn in 2022 eerst twee andere, reguliere antipsychotica voorgeschreven. Deze bleken onvoldoende effectief. Daarnaast is de behandeling met clozapine gedurende een periode afgebouwd. De commissie is gebleken dat deze afbouw gepaard ging met een verslechtering van het welzijn van de klager. Ook heeft de zorgaanbieder getracht de klachten van de klager op andere wijze te verminderen, onder meer door de inzet van een logopedist.

De klacht van de klager is dan ook ongegrond.

Aanbevelingen
De commissie ziet, mede in aansluiting op het advies van de externe deskundige, aanleiding om een aantal aanbevelingen te doen.

De commissie acht het van belang dat de klager op begrijpelijke en terugkerende wijze psycho-educatie ontvangt over de aard van zijn klachten, de behandelmogelijkheden en de werking en noodzaak van de voorgeschreven medicatie. De klager heeft ter zitting verklaard niet op de hoogte te zijn van, althans zich niet te kunnen herinneren, dat voorafgaand aan clozapine andere antipsychotica zijn voorgeschreven. Naar het oordeel van de commissie kan structurele en op de klager afgestemde psycho-educatie bijdragen aan het vergroten van zijn inzicht in de behandeling en daarmee aan begrip en acceptatie daarvan.

Daarnaast acht de commissie het afbouwplan ten aanzien van de clozapine op dit moment summier. De commissie benadrukt het belang van een voldoende concreet en voor de klager inzichtelijk afbouwplan, waarin waar mogelijk perspectief wordt geboden op een eventuele vermindering of beëindiging van het gebruik van clozapine.

De commissie begrijpt dat de zorgaanbieder op dit moment niet kan voorzien op welke termijn een afbouw van clozapine mogelijk zal zijn en evenmin kan toezeggen dat in de toekomst een behandeling met alternatieve medicatie mogelijk zal zijn. Dat neemt niet weg dat het voor de klager van belang is dat inzichtelijk wordt gemaakt onder welke omstandigheden en op welk moment een herbeoordeling van de noodzaak van het gebruik van clozapine zal plaatsvinden. Daarbij kan bijvoorbeeld worden beschreven welke ontwikkeling in het gedrag, de klachten of het welzijn van de klager aanleiding kan geven tot een heroverweging van de behandeling.

De commissie beveelt de zorgaanbieder daarom aan om het afbouwplan nader te concretiseren en daarin, voor zover op dit moment mogelijk, duidelijke evaluatiemomenten en criteria voor heroverweging van de behandeling op te nemen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de klager ongegrond.

Aldus beslist door de Klachtencommissie Onvrijwillige Zorg, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw drs. K. Merks, mevrouw drs. G. van Heugten, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 1 oktober 2026.

 

Opslaan als PDF