Commissie: Thuiswinkel
Categorie: Schadevergoeding
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1339359/1346188
De uitspraak:
Waar gaat deze uitspraak over?
De klacht gaat over een stoomoven die de consument in 2019 heeft gekocht. De oven is al twee keer vervangen vanwege roestvorming, in 2020 en 2021, maar in 2026 is opnieuw roest ontstaan. De consument vindt daarom dat de stoomoven niet voldoet aan wat hij ervan mag verwachten en eist een kosteloze vervanging. Ook wil hij dat de bijbehorende combi-oven kosteloos of tegen een zeer lage prijs wordt vervangen, omdat deze door een ontwerpwijziging niet meer past bij een nieuwe stoomoven. De ondernemer stelt dat hij niet de verkoper is, maar de fabrikant, dat garantie- en conformiteitsrechten daarom niet meer van toepassing zijn en dat eerdere vervangingen al uit coulance zijn uitgevoerd. De Geschillencommissie oordeelt dat de klacht ongegrond is. Volgens de commissie is de wettelijke garantietermijn verstreken, werkt de combi-oven nog goed en is er daarom geen sprake van non-conformiteit. Daarnaast komt de consument niet in aanmerking voor de aanvullende fabrieksgarantie. De commissie vindt dat een stoomoven die dagelijks wordt gebruikt een levensduur van ten minste drie jaar moet hebben en dat die periode hier inmiddels is verstreken. Daarom hoeft de ondernemer de stoomoven of de combi-oven niet kosteloos te vervangen. Het verzoek van de consument wordt afgewezen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit de aankoop van een stoomoven en combi-oven in 2019. Toen sprake was van defecten aan de stoomoven (roestvorming en niet sluitende deur) heeft de ondernemer voor vervanging c.q. herstel zorggedragen. Op 15 april 2026 is weer roestvorming in de stoomoven geconstateerd waarna de ondernemer een omruilvoorstel heeft gedaan waarbij de consument niet de volledige aanschafprijs behoefde te voldoen. De consument meent dat er sprake is van non-conformiteit en dat daarom de omruil kosteloos dient te geschieden.
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Onze [merk] stoomoven dateert van 2019. Wij gebruiken deze dagelijks. In juni 2020 is deze
kosteloos vervangen omdat deze was doorgeroest (gat in achterwand). In november 2021 is de
vervangen stoomoven wederom doorgeroest. De stoomoven is toen nogmaals kosteloos omgeruild.
Vanwege een designwijziging, diende ook de bijbehorende combi-oven te worden vervangen tegen een gereduceerd tarief van € 300,–.
Nu is de stoomoven in 2026 weer doorgeroest en dient deze te worden vervangen. De ondernemer stelt dat uitgegaan moet worden van de aanschafdatum in 2019 en dat een afschrijving wordt gehanteerd. Daarom bieden zij aan de stoomoven te vervangen tegen een 40% gereduceerd tarief van € 1.120,–. Vanwege een designwijziging dient ook de combi-oven weer omgeruild te worden. Deze bieden zij nu aan met 40% reductie voor € 803,–. Feit is dat de stoomoven niet de eigenschappen heeft die wij mogen verwachten, ook niet na vervanging. Namelijk bij dagelijks gebruik, treedt roest op. De ondernemer dient daarom de stoomoven kosteloos te vervangen voor een exemplaar met de eigenschappen die wij mogen verwachten. Daarnaast kan de design-wijziging niet aan ons worden toegerekend, en zal de combi-oven ook kosteloos of in ieder geval voor een sterk gereduceerd tarief moeten worden vervangen.
Wij wensen kosteloze vervanging van de stoomoven voor een exemplaar met de eigenschappen die wij mogen verwachten. Daarnaast kan de design-wijziging niet aan ons worden toegerekend, en zal de combi-oven ook kosteloos of in ieder geval voor een sterk gereduceerd tarief moeten worden vervangen, in lijn met eerdere vervanging (€ 300,–).
Ter zitting verklaart de consument dat de toenmalige leverancier van zowel de stoom- als de combioven inmiddels gefailleerd is.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
In deze zaak is het goed om allereerst een chronologisch overzicht te geven.
• 2019: de consument heeft een stoomoven en combi-oven aangeschaft bij een andere partij dan de ondernemer, als onderdeel van een nieuwe keuken;
• 11 juni 2020: Een van onze monteurs heeft de stoomoven van de consument gecontroleerd en geconstateerd dat er sprake was van roestvorming in het apparaat. De monteur heeft een kosteloze omruil aangeboden voor de stoomoven. De consument heeft dit voorstel geaccepteerd;
• 20 september 2021: Een van onze monteurs heeft de stoomoven van de consument gecontroleerd en geconstateerd dat er sprake was van roestvorming in het apparaat. De monteur heeft een kosteloze omruil aangeboden voor de stoomoven. Daarnaast heeft de monteur een omruilvoorstel gedaan voor de combi-oven, voor een bedrag van € 463,80. De consument heeft dit voorstel geaccepteerd. Wij hebben geen kosten in rekening gebracht voor dit bezoek;
• Maart 2022: Een van onze monteurs heeft de stoomoven van de consument gerepareerd aangezien de deur (volgens een foutmelding) niet goed sloot. Wij hebben een nieuwe deurdichting geplaatst. Voor deze reparatie hebben wij geen kosten in rekening gebracht;
• 15 april 2026: Een van onze monteurs heeft de stoomoven van de consument gecontroleerd en geconstateerd dat er sprake was van roestvorming in het apparaat. De monteur heeft een omruilvoorstel aangeboden aan [consument], bestaande uit:
– Omruil stoomoven voor type [type], met een bijbetaling van € 1.120 (adviesprijs: € 2.709); en
– Omruil combi-oven voor type [type], met een bijbetaling van € 803,60 (adviesprijs: € 2.189).
De consument heeft dit voorstel toentertijd niet geaccepteerd. Wij hebben geen kosten in rekening gebracht voor dit bezoek;
• 15 april 2026: de consument geeft schriftelijk aan dat hij wenst dat de stoomoven en de combi-oven kosteloos dan wel tegen een substantieel hogere coulance (dus: lagere prijs) worden aangeboden;
• 21 april 2026: Wij herhalen het voorstel zoals op 15 april 2026 door haar monteur is gegeven;
• 21 april 2026: De consument vermeldt dat hij de zaak zal voorleggen aan de Geschillencommissie.
De consument heeft in 2019 een stoomoven gekocht bij een andere partij. Wij hebben de stoomoven in 2020 en 2021 kosteloos vervangen.
In zijn e-mail van 15 april 2026 geeft de consument onder meer aan “Een stoomoven die (mits correct gebruikt, hetgeen het geval is) binnen enkele jaren doorroest, voldoet niet aan de eigenschappen die een consument redelijkerwijs mag verwachten. Dit geldt des te sterker nu hetzelfde probleem zich voor de tweede maal voordoet, hetgeen duidt op een structureel gebrek.”
Bovenstaande lijkt erop te duiden dat de consument een beroep doet op de wettelijke garantie.
Volledigheidshalve geven wij ook het volgende aan. De consument vermeldt in zijn e-mail van 15 april 2026 “Tot slot begrijp ik dat u de beoordeling baseert op de originele aanschafdatum in 2019. Het apparaat dat thans defect is, betreft echter de vervanger uit 2021 (leveringsdatum 5 december 2021), en die datum dient als uitgangspunt te gelden.” Dit is niet correct. De omruil in 2021 was kosteloos, en er is volgens ons geen sprake van een nieuwe koop. Dientengevolge is er derhalve geen nieuwe wettelijke garantietermijn aangevangen in 2021. De startdatum van de wettelijke garantieperiode (die, samengevat, zo lang is als een consument redelijkerwijs mag verwachten dat een product meegaat) blijft de datum van de aankoop in 2019.
Aangezien de consument nimmer een stoomoven bij ons heeft gekocht (c.q. niet betaald heeft voor een stoomoven), zal een beroep van de consument op de wettelijke garantie jegens ons niet kunnen slagen.
Conform artikel 7:23 jo 7:21 BW dient een consument zich, bij een beroep op de wettelijke garantie, immers te richten tot de verkopende partij. Dit zijn wij niet. De wettelijke conformiteitsrechten rusten in beginsel op de verkoper en niet op ons als fabrikant. Reeds daarom bestaat naar onze mening geen juridische verplichting voor ons om verdere kosteloze vervanging van de stoomoven (of vervanging met sterk gereduceerde prijs) aan te bieden.
Hoewel de consument geen beroep lijkt te doen op onze commerciële garanties, zullen wij dit onderwerp hier volledigheidshalve benoemen.
Wij bieden – kortweg gezegd – consumenten een fabrieksgarantie van 2 jaar op onze huishoudapparaten, ongeacht waar deze zijn gekocht. Indien een gebrek aan een apparaat onder deze garantie valt, dan heeft de consument recht op kosteloos herstel of omruil gedurende deze periode van twee jaar na levering.
De stoomoven is in 2019 aangeschaft. De termijn van twee jaar is enkele jaren geleden reeds verlopen.
Een beroep op deze fabrieksgarantie door de consument zal derhalve niet kunnen slagen.
Bovendien bieden wij aan consumenten een aanvullende fabrieksgarantie van drie jaar (na afloop van bovengenoemde twee jaar). Indien een gebrek onder deze garantie valt, dan heeft de consument recht op (i) ofwel kosteloos herstel, (ii) ofwel omruil tegen eventuele bijbetaling gedurende het derde, vierde en vijfde jaar na levering. Een van de voorwaarden is dat de consument zijn huishoudapparaten bij ons dient te registreren.
Voor zover ons bekend, heeft de consument de stoomoven niet voor deze garantie bij ons geregistreerd.
Derhalve had de consument nimmer een beroep kunnen doen op deze garantie. Daarnaast is de periode van vijf jaar (na aflevering in 2019) inmiddels verstreken. Bovendien, indien de consument wel een beroep zou kunnen doen op deze fabrieksgarantie, dan hadden wij kunnen besluiten een omruil aan te bieden tegen bijbetaling (en aldus niet kosteloos).
De combi-oven vertoont, voor zover ons bekend, geen defecten. De consument heeft niet aangetoond dat deze defecten heeft. Het enkele gegeven dat het design van de combi-oven niet overeenkomt met het design van een nieuwe stoomoven is geen defect in de zin van de wet. De functionaliteit van de combi-oven is niet ter discussie gesteld en er is geen technisch gebrek vastgesteld. Een beroep op de wettelijke garantie door [consument] zal daarom onzes inziens niet kunnen slagen.
Zoals hiervoor aangegeven bieden wij verschillende commerciële garanties. Deze garanties bieden dekking voor verschillende defecten. Het enkele gegeven dat het design van de combi-oven niet overeenkomt met het design van een nieuwe stoomoven is geen defect. Een beroep op een van onze commerciële garanties zal daarom, en om verschillende van de andere redenen hiervoor genoemd niet kunnen slagen.
De consument heeft de stoomoven elders gekocht in 2019. Wij hebben in 2020 en 2021 een gratis omruil aangeboden. Ten tijde van de omruil van de stoomoven in 2021, hebben wij ook een voorstel gedaan om de combi-oven om te ruilen (vermoedelijk vanwege het design), tegen bijbetaling van een bedrag van € 463,80. De adviesprijs van deze combi-oven was, voor zover wij kunnen terugvinden, toentertijd € 2.329,75 excl. BTW. De consument heeft derhalve een flinke korting gekregen op de combi-oven. Dit aanbod hebben wij onverplicht gedaan, uit coulance.
In 2026 hebben wij wederom een omruilvoorstel gedaan, bestaande uit:
• Omruil stoomoven voor type [type], met een bijbetaling van € 1.120,- (adviesprijs: € 2.709,–) -> dit is aldus een verschil van ongeveer € 1.600,-; en
• Omruil combi-oven voor type [type], met een bijbetaling van € 803,60 (adviesprijs: € 2.189,–) -> dit is aldus een verschil van ongeveer € 1.300,–.
Wij hebben ook dit onverplicht aangeboden, uit coulance. Wij zijn van mening dat wij geen wettelijke of contractuele verplichting heeft om de consument tegemoet te komen. Echter, gezien de voorgeschiedenis en ons streven naar tevreden klanten, hebben wij besloten dit omruilvoorstel te doen.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat wij bij geen enkel bezoek aan de consument, kosten in rekening hebben gebracht.
Er is in het verleden sprake geweest van roestvorming in de stoomoven. Dit betekent echter niet dat een voortdurende verplichting voor ons bestaat om kosteloos de stoomoven en (qua design) passende combi-oven te blijven vervangen.
Wij zijn van mening dat de er geen wettelijke of contractuele verplichting bestaat om de huidige stoomoven en/of combi-oven (wederom) kosteloos of tegen een zeer lage vergoeding om te ruilen. Desondanks hebben wij voorgesteld om de consument twee apparaten aan te bieden met een totale koopprijs die ongeveer € 2.900,– afwijkt van de adviesprijs. Onzes inziens is dit een zeer redelijk voorstel.
Derhalve verzoeken wij de Geschillencommissie om het verzoek van de consument, dat wij de stoomoven en de combi-oven kosteloos dan wel tegen een lagere prijs dienen aan te bieden, af te wijzen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie stelt voorop dat de consument in 2019 een stoomoven en een combi-oven heeft aangeschaft bij een andere leverancier dan de ondernemer. De ondernemer is de groothandel c.q. product c.q. fabrikant van de betreffende ovens. Het betekent dat nu de aanschaf door de consument in 2019 plaatsvond de wettelijke garantietermijn niet meer aan de orde is.
Verder stelt de commissie voorop dat niet aan de orde is kosteloze vervanging c.q. vervanging tegen een gereduceerd bedrag van de combi-oven omdat sprake is van een ander design van de stoomoven, waarover hierna wordt beslist. Onweersproken is dat de combi-oven naar behoren functioneert. Dit impliceert dat er geen sprake is van non-conformiteit.
Eveneens is onweersproken dat de consument niet aanmerking komt voor de aanvullende fabrieksgarantie van drie jaar nu de consument zich niet bij de ondernemer heeft geregistreerd.
De stoomoven is in 2020 en 2021 vervangen wegens roestvorming en ook nu is er sprake van roestvorming. Naar de mening van de consument betekent dit dat het apparaat non-conform is. De commissie wijst er op dat elektrische apparaten een beperkte gebruiksduur hebben en aan de hand daarvan dient de vraag te worden beantwoord of er sprake is van non-conformiteit.
Die gebruiksduur is afhankelijk van tal van factoren. Door UNETO-VNI is een tabel opgesteld met gemiddelde gebruiksduurverwachtingen. Voor de categorie `klein huishoudelijk’ geldt voor apparatuur die meer dan € 200,– heeft gekost van een levensduur van drie jaar wordt uitgegaan.
In dit geval is duidelijk dat de termijn van drie jaar inmiddels is verstreken nu de betreffende stoomoven in 2021 is geleverd.
Betoogd zou kunnen worden dat de betreffende tabel inmiddels is verouderd en dat moet worden uitgegaan van een langere levensduur. De commissie wijst er daarbij op dat in de tabel wordt uitgegaan van gemiddelden. Voor sommige apparaten is de gebruiksduur korter en voor andere apparaten is die langer.
De consument heeft aangegeven dat de stoomoven dagelijks wordt gebruikt. Naar het oordeel van de commissie dient een stoomoven als waarvan hier sprake is en die dagelijks wordt gebruikt inderdaad een gebruiksduur te hebben van tenminste drie jaar (welke periode inmiddels verstreken is). Maar ook is van belang hoe de stoomoven wordt onderhouden. De commissie wijst er op dat als een stoomoven dagelijks wordt gebruikt en vochtig blijft dit waarschijnlijk eerder tot gevolg heeft dat sprake is van roestvorming.
Door de ondernemer is voorafgaand aan de zitting een aanbod gedaan aan de consument. Dat aanbod past in de zeer coulante opstelling van de ondernemer jegens de consument in het verleden. Ter zitting heeft de vertegenwoordigster van de ondernemer aangegeven dat dit aanbod niet gestand wordt gedaan. Zoals hiervoor al overwogen bestaat er geen noodzaak tot vervanging van de combi-oven. Wat betreft de stoomoven geldt dat nu de ondernemer extra kosten heeft moeten maken door deze procedure te voeren het gerechtvaardigd is dat de ondernemer niet langer een stoomoven met een korting van ongeveer € 1.600,– aan de consument aanbiedt.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, de heer mr. S.L.R. van Nuijs, mevrouw Y. Moll, leden, op 28 september 2026.
de heer prof. mr. A.W. Jongbloed