Commissie: Afbouw
Categorie: Schade materieel
Jaartal: -
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1334753/1345005
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument klaagde over een in 2023 aangebrachte gietvloer van € 9.500, omdat deze binnen negen maanden vlekken, krassen en een volgens haar te glanzende uitstraling vertoonde. Daarnaast stelde zij dat haar een vloer met lavasteen was verkocht, terwijl uiteindelijk een PU-gietvloer was geleverd. Volgens de consument was de vloer daardoor niet geschikt voor een gezin met kinderen en een hond en moest de vloer volledig worden vervangen. De ondernemer voerde aan dat precies de vloer was geleverd die was overeengekomen, namelijk een PU Massetto gietvloer waarin fijn lavagruis is verwerkt, en dat de consument vooraf en achteraf was geïnformeerd over onderhoud, gebruik en de gevoeligheid van de vloer voor vuil en zand. Een door de Geschillencommissie ingeschakelde deskundige stelde vast dat de vlekkerige uitstraling grotendeels werd veroorzaakt door oppervlakkige vervuiling die met intensieve reiniging kan worden verwijderd. De aanwezige krassen werden aangemerkt als normale gebruikssporen en niet als technische gebreken. Ook kon niet worden vastgesteld dat de vloer te glanzend was of afweek van wat was overeengekomen. Verder concludeerde de deskundige dat de aangebrachte vloer overeenkwam met de omschrijving in de offerte en dat vervanging technisch niet noodzakelijk was. De Geschillencommissie volgde deze conclusies en oordeelde dat niet was aangetoond dat de vloer ondeugdelijk was of ongeschikt voor gezinsgebruik. De klacht werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van de kosten voor vervanging van de vloer werd afgewezen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de vraag of een gietvloer ondeugdelijk is.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 14 oktober 2023 heeft de ondernemer in onze woning een vloer (70 m2 Gietvloer lava Latte Machiatto
Schraaplaag) aangebracht. De totale prijs was € 9.500,- inclusief btw.
Wij hebben de vloer op basis van stalen uitgezocht in de showroom. Daarbij hebben wij aangegeven dat wij een matte, sterke en krasbestendige vloer wilden kopen, die geschikt moest zijn voor gebruik in een gezinswoning. Helaas blijkt de door de ondernemer geleverde gietvloer niet aan de overeenkomst te voldoen.
De vloer vertoonde binnen negen maanden na plaatsing al vlek- en krasvorming. Wij hebben bij de ondernemer geklaagd over de geconstateerde gebreken en hebben steeds het op advies van de ondernemer aangeschafte schoonmaakmiddel voor de vloer gebruikt. Dit hielp echter niet. Op 5 februari 2025 hebben wij een ingebrekestelling gestuurd. Op 13 februari 2025 heeft een medewerker ons bezocht en de vloer bekeken. Volgens de ondernemer moest de temperatuur van de vloerverwarming omlaag en moest een speciale vlekkenreiniger worden gebruikt. Wij hebben de temperatuur aangepast en het middel volgens instructie gebruikt, maar daardoor werden de vlekken niet verwijderd. Dit hebben wij de ondernemer op 16 mei 2025 medegedeeld. De ondernemer gaf vervolgens aan dat schoonmaak door de medewerker op 13 februari 2025 wel zou zijn gelukt en dat de schoonloopmat die in de woning lag niet geschikt zou zijn. Deze mat hebben wij echter van de ondernemer gekregen bij het leggen van de vloer en het resultaat van de schoonmaak van 13 februari 2025, voor zover die al was geslaagd, is van zeer korte duur geweest. De vlekken en krassen blijven aanwezig en het gebrek is dus niet door de ondernemer verholpen.
Wij zijn er bovendien onlangs achter gekomen dat de door de ondernemer geleverde vloer niet van lavasteen is, zoals ook op de overeenkomst staat vermeld, maar een PU-vloer met een glanzende afwerking. Lavasteen is veel krasbestendiger dan PU en over het gebruik van PU is nooit gesproken. Er is steeds gezegd dat de vloer van lavasteen zou zijn. Ook op dit punt voldoet de door de ondernemer gelegde vloer niet aan de gesloten overeenkomst.
Op 8 december 2025 hebben wij de ondernemer nogmaals in gebreke gesteld om de gebreken te herstellen. Het gaat daarbij om de vlekken, krassen, de glanzende vloer in plaats van een matte vloer en het feit dat geen lavasteenvloer maar een PU-vloer is geleverd. De ondernemer heeft dit geweigerd. Vervolgens is tussen de gemachtigden van partijen gecorrespondeerd. Na verloop van de in de ingebrekestelling opgenomen termijn is de verbintenis tot nakoming omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. Op basis van de door ons opgevraagde offerte blijkt dat herstel niet mogelijk is, alleen al omdat de vloer niet mat maar glanzend is, en dat de vloer moet worden vervangen. Dit kost € 9.450,-. Ik baseer dit op basis van een offerte van een derde. De ondernemer is niet overgegaan tot vergoeding van deze schade.
Wij wensen daarom vergoeding van de kosten die wij moeten maken om de vloer te vervangen, zodat wij alsnog de vloer verkrijgen die wij ook aan de ondernemer hebben gevraagd.
Ter zitting heb ik overigens aangegeven dat wij niet meenden dat het om een vloer zou gaan die volledig van steen zou zijn. Wij wisten wel dat het om een gietvloer ging, maar begrepen dat er lavasteen door het gietsel was gemengd. Hierdoor zou de vloer sterker zijn. De vloer is ons verkocht als krasbestendig. Wij lopen binnen niet op schoenen. Ook visite verzoeken wij schoenen uit te doen. Bij het aanbrengen van de vloer was de achterkant inderdaad nog open omdat de pui te laat werd geleverd. Wij hebben geprobeerd dat gat goed dicht te maken.
Het eigenlijk probleem is dat deze vloer niet geschikt is voor gezinsgebruik.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De vloer die is geleverd en aangebracht, is de vloer waarvoor consument heeft gekozen en waarvoor opdracht is gegeven: een PU Massetto gietvloer.
De consument heeft op 7 maart 2023 in onze showroom gekozen voor een PU Massetto gietvloer. Deze vloer bieden wij in verschillende kleuren aan, zowel in onze showroom als op onze website. Op basis van deze keuze hebben wij de opdracht uitgewerkt en per e-mail aan consument gestuurd, samen met de voorwaarden en onderhoudsinstructies.
In de opdrachtbevestiging en in de verdere communicatie is steeds gesproken over een PU gietvloer. Ook is gesproken over het aanbrengen en leggen van een PU gietvloer, met een verbruik van ongeveer 3 kg per m². Daarnaast heeft de consument een staal ontvangen van de PU Gietvloer Massetto in de kleur Latte Macchiato. Uit de communicatie blijkt daarmee duidelijk dat partijen steeds zijn uitgegaan van een gietvloer.
Mogelijkerwijs was dit niet helemaal duidelijk maar op diverse andere plekken blijkt dit dus duidelijk genoeg. Als de consument spreekt over lavasteen die in het gietsel is verwerkt, dan klopt dat. Het gaat echter niet om steen maar om fijn gruis. Dit bepaalt mede de kleur van de vloer.
Wij hebben de PU Massetto gietvloer aangebracht volgens de opdracht. Na oplevering heeft de consument de vloer in gebruik genomen. Daarbij is niet direct gemeld dat er sprake zou zijn van een gebrek of dat volgens de consument een andere vloer was geleverd dan was afgesproken. Wij hadden daarom geen reden om aan te nemen dat de vloer bij oplevering niet aan de overeenkomst voldeed.
Wij hebben de consument vooraf en na de opdracht gewezen op het belang van goed gebruik en goed onderhoud van de vloer. Daarbij hebben wij duidelijk gewaarschuwd voor vuil en zand, omdat dit schade en slijtage aan een nieuwe gietvloer kan veroorzaken. Deze waarschuwingen zijn zowel mondeling in de showroom als schriftelijk per e-mail gegeven.
Na het aanbrengen van de vloer is er nog meerdere maanden intensief geklust en verbouwd in de woning. Het ging onder meer om werkzaamheden aan de achter pui, de badkamer en het toilet, en om stucwerkzaamheden. Bouwmaterialen, apparatuur, bouwstof, vuil en zand op een nieuwe vloer kunnen schade veroorzaken. Deze omstandigheden liggen buiten onze invloedssfeer en kunnen niet aan ons worden toegerekend.
Pas na ruim vijf maanden ontvingen wij via Instagram een bericht dat de vloer vuil was geworden. Wij hebben toen advies gegeven over het reinigen van de vloer. Daarna is de vloer op 13 februari door een collega van ons gereinigd. Daarbij is vastgesteld dat de vloer op verschillende plekken goed schoon te maken was.
Tijdens de reiniging bleek ook dat de vloerverwarming bij binnenkomst hoog stond. Daardoor kon vuil water sneller op de vloer neerslaan. Verder is vuil en vet op de vloer aangetroffen, alsook zand dat vermoedelijk door de hond was binnengelopen. Wij hebben de consument opnieuw uitgelegd hoe de vloer het beste gereinigd kan worden en geadviseerd de vloerverwarming lager te zetten. Reinigen kan vuil verwijderen, maar kan eventuele krassen door gebruik, zand of bouwwerkzaamheden niet herstellen. Ook ons advies om onder de stoelpoten materiaal te plaatsen dat vuil opneemt, heeft de consument niet opgevolgd. Als dat materiaal wordt gebruikt zit het vuil niet meer onder de stoelpoot. Later constateerden wij dat de consument nog steeds de gewone viltdoppen onder de stoelen had zitten.
Na de reiniging hebben wij langere tijd niets meer van de consument gehoord. De formele klacht ontvingen wij pas bijna één jaar nadat de vloer was gelegd. Daarna maakte de consument via de rechtsbijstandsverzekering aanspraak op een nieuwe vloer of een financiële vergoeding. Wij hebben vervolgens onze rechtsbijstand ingeschakeld en de relevante stukken en bewijzen aangeleverd.
Het deskundigenrapport
Op heeft op verzoek van de Geschillencommissie een deskundigenrapport uitgebracht. Bij het onderzoek wa-ren (vertegenwoordigers van) beide partijen aanwezig. Uit het rapport van de deskundige blijkt allereerst de volgende weergave van de feiten:
De deskundige heeft vastgesteld dat de tijdens de inspectie waargenomen vlekkerige uitstraling grotendeels wordt veroorzaakt door oppervlakkige vervuiling. Volgens de deskundige kan deze vervuiling worden verwijderd door middel van periodieke intensieve reiniging. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een geschikte schrobmachine waarmee de vloer mechanisch wordt gereinigd en het vervuilde reinigingswater direct wordt op-gezogen.
Ten aanzien van de aanwezige krassen en gebruikssporen heeft de deskundige geconcludeerd dat deze niet door reiniging zullen verdwijnen. Gelet op de gebruiksduur van de vloer worden deze verschijnselen niet aan-gemerkt als een technisch gebrek. Indien de consument om esthetische redenen een egaler oppervlak wenst, kan de bestaande topcoat na grondige reiniging en een geschikte voorbehandeling, waaronder licht schuren, opnieuw worden voorzien van een PU-topcoat. Hiermee kunnen oppervlakkige krasjes en gebruikssporen gro-tendeels worden gemaskeerd. De deskundige merkt daarbij op dat ook een nieuw aangebrachte PU-topcoat bij normaal gebruik gevoelig blijft voor het ontstaan van nieuwe krasjes en gebruikssporen.
Met betrekking tot de klacht dat de vloer te glanzend is, heeft de deskundige geen technisch gebrek vastge-steld. De oorspronkelijke staal op basis waarvan de consument haar keuze heeft gemaakt, was tijdens de in-spectie niet beschikbaar. Daardoor kon niet objectief worden vastgesteld of de huidige glansgraad afwijkt van de destijds gekozen en overeengekomen uitstraling. Tevens kon zonder objectieve glansmeting niet worden vastgesteld of de aanwezige glansgraad buiten de productspecificaties van de toegepaste matte PU-topcoat valt.
Ten aanzien van de klacht dat geen lavasteenvloer maar een PU-gietvloer zou zijn aangebracht, heeft de des-kundige vastgesteld dat de aanwezige vloer daadwerkelijk een PU-gietvloer betreft. De deskundige heeft ge-concludeerd dat de aangetroffen vloer, zowel wat betreft het type vloerafwerking als de systeemopbouw, over-eenkomt met de omschrijving in de schriftelijke opdracht/offerte van de ondernemer.
Op basis van de tijdens de inspectie vastgestelde situatie acht de deskundige vervanging van de vloerafwer-king technisch niet noodzakelijk. Voor verbetering van de huidige uitstraling wordt periodieke intensieve reini-ging van de vloer als de meest aangewezen maatregel beschouwd.
Het opnieuw aanbrengen van een PU-topcoat is technisch mogelijk wanneer de consument de aanwezige ge-bruikssporen om esthetische redenen zoveel mogelijk wenst te laten verdwijnen. Gezien de beperkte omvang van de geconstateerde klachten wordt dit echter niet beschouwd als technisch noodzakelijk herstel.
De deskundige concludeert dat tijdens de inspectie geen technische gebreken zijn vastgesteld waarvoor her-stel noodzakelijk wordt geacht. De aanwezige oppervlakkige vervuiling kan worden verwijderd door middel van periodiek onderhoud en intensieve reiniging. De aanwezige krasjes worden aangemerkt als normale gebruiks-sporen en niet als een technisch gebrek. Hoewel het opnieuw aanbrengen van een PU-topcoat technisch mo-gelijk is om de esthetische uitstraling te verbeteren, wordt dit niet als noodzakelijk herstel beschouwd. Om die reden zijn geen herstelkosten begroot.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In de eerste plaats stelt de commissie vast dat niet (meer) in geschil is dat de consument een gietvloer van de ondernemer heeft gekocht. Niet alleen blijkt dit duidelijk uit de informatie die partijen in het portal van de Geschillencommissie hebben geüpload, maar tevens is dit op de zitting aangegeven. Hetzelfde geldt voor de lavasteen. Beide partijen hebben aangegeven dat dit materiaal met het gietsel was vermengd waarbij zij hooguit van mening verschillen over de impact van dat materiaal (lavasteen). Van een stenen vloer was dus sowieso geen sprake.
De crux van het betoog van de consument lijkt veel eerder te zijn dat zij een vloer zochten die voor hun situatie (gezin met hond) geschikt was, terwijl de vloer uiteindelijk te kwetsbaar was voor hun situatie.
De commissie zal de visie van de consument dat deze vloer a priori ongeschikt was echter niet volgen.
Een gietvloer is niet per se ongeschikt voor een gezinssituatie. Een dergelijke vloer kan inderdaad kwetsbaar zijn maar door gebruik van de juiste voorzieningen (zoals schoonloopmatten en doppen onder de stoelpoten) en door afdoende onderhoud, hoeft er geen sprake te zijn van uitzonderlijke schade aan de vloer. In lijn met de mening van de deskundige die de Geschillencommissie heeft ingeschakeld, meent de commissie bovendien dat door onderhoud de door de consument gestelde schade aan de vloer in “gebruikssporen” kan worden omgezet.
De klacht is daarom ongegrond.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit de heer mr. W.F.R. Rinzema, voorzitter, de heer mr. B.C. Westenbroek, mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 30 september 2026.