Commissie: Water
Categorie: Meterstanden
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1333940/1348161
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde over een plotseling veel hoger waterverbruik. Jarenlang lag het verbruik rond 190 m³ per jaar, maar in 2025 werd ruim 1.000 m³ geregistreerd. Daardoor moest de consument bijna € 1.500,- extra betalen. Volgens de consument was er geen logische verklaring voor het hoge verbruik. Lekkage, gebruik van de buitenkraan en andere mogelijke oorzaken waren volgens hem uitgesloten. Daarom vroeg hij om kwijtschelding van de rekening. De ondernemer stelde dat de waterrekening is gebaseerd op de meterstanden en dat deze volgens de algemene voorwaarden bindend zijn. Er waren geen aanwijzingen dat de watermeter defect was of dat er fouten waren gemaakt bij het opnemen of verwerken van de meterstanden. Foto’s bevestigden de geregistreerde standen en de consument had ervoor gekozen de meter niet te laten controleren. De Geschillencommissie oordeelde dat niet is aangetoond dat de watermeter onjuist heeft gewerkt. Daarmee staat vast dat de geregistreerde hoeveelheid water daadwerkelijk door de meter is gestroomd en aan de consument is geleverd. Dat er geen duidelijke verklaring is voor het hoge verbruik, verandert daar niets aan. Omdat het verbruik volgens de commissie heeft plaatsgevonden, is er geen reden om de rekening kwijt te schelden. De klacht werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek van de consument afgewezen.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Aan de consument is water gefactureerd overeenkomstig de meterstanden. Niet is gebleken dat de meter niet goed heeft gefunctioneerd. De rekening is terecht.
Standpunt van de consument
Ons waterverbruik was jaren rond 190 m³ maar voor 2025 rekent [ondernemer] ruim 1.000 m³ en wil ons bijna €1.500,- extra laten betalen. Er is geen plausibele verklaring voor de ruim 800 m³ extra ‘verbruik’: lekkage en aftappen via de buitenkraan zijn uitgesloten en alle overige scenario’s ook. De meter werkt nu correct en het verbruik is normaal. Ik verlang kwijtschelding van de rekening.
Standpunt van de ondernemer
Op de overeenkomst tussen de consument en [ondernemer] zijn de Algemene Voorwaarden Drinkwater [ondernemer] van toepassing. Artikel 10 van deze Voorwaarden stelt dat indien het vaststellen van de omvang van de levering geschiedt middels een watermeter, de hiermee verkregen gegevens bindend zijn. Uitzonderingen zijn indien de watermeter niet juist zou hebben gefunctioneerd (artikelen 12 en 13) of indien
bij het opnemen of verwerken van de meterstand een fout is gemaakt (artikel 10.4). Beide is hier niet het geval. Over de geregistreerde meterstanden is geen discussie tussen de consument en [ondernemer], de foto’s bevestigen de meterstanden en het verbruik. De consument geeft tevens aan dat het verbruik op dit moment weer in lijn is met het historische verbruik, en dat ijking van de watermeter geen uitsluitsel zal geven over het hoge verbruik in 2025. Daarom heeft de consument afgezien van de mogelijkheid de meter te laten controleren. Duidelijk is derhalve dat de vastgestelde hoeveelheid water door de watermeter is gestroomd en daarmee aan de consument is geleverd. Het verbruikte drinkwater dient dan ook te worden vergoed. Het uitgangspunt van “meter=meter”, zoals veelvuldig door de Geschillencommissie bevestigd, dient ook hier te worden toegepast. Daarnaast is het geregistreerde verbruik mogelijk afwijkend geweest, echter geenszins onmogelijk.
Beoordeling
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting onderschrijft de commissie in grote lijnen het standpunt van de ondernemer. Niet is gebleken dat de meter op enig moment niet goed heeft gefunctioneerd en zeker niet in die zin dat meer waterverbruik is geregistreerd dan feitelijk door de meter is gestroomd. Een verklaring voor één en ander behoeft noch door de ondernemer noch door de commissie te worden gegeven. Omdat vaststaat dat het verbruik feitelijk heeft plaatsgevonden, is geen plaats voor kwijtschelding. De klacht treft geen doel.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Water, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer mr. E.F. Verduin, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 7 september 2026.