Klacht over reparatiekosten afgewezen na overdracht van de auto

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1316109/1341961

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

De zaak gaat over een auto die in 2020 bij de ondernemer is gekocht. De consument stelde dat de achterklep niet meer goed werkte door defecte dempers. Volgens hem is dit een bekend probleem bij dit automerk en mochten de dempers langer meegaan dan zij hebben gedaan. Daarom vond hij dat de reparatiekosten van € 702,41 vergoed moesten worden. De ondernemer wees erop dat garantie of coulance was afgewezen, omdat de vergoeding werd gevraagd door de persoon die de auto later had overgenomen en niet door de oorspronkelijke koper. Ook was de auto niet jaarlijks onderhouden bij een erkende dealer van het merk. De Geschillencommissie oordeelde dat de reparatiekosten niet zijn gemaakt door de oorspronkelijke koper, maar door degene die de auto later heeft overgenomen. Deze persoon was geen partij in het geschil, maar trad alleen op als gemachtigde van de consument. Daarom vond de commissie dat de consument geen recht had op de gevraagde vergoeding. De klacht werd ongegrond verklaard en het verzoek om de reparatiekosten te vergoeden werd afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een koopovereenkomst van 12 maart 2020 met betrekking tot een [auto]

Standpunt van de consument

De klacht, verwoord door [procesgemachtigde] van de consument, luidt als volgt:

In 2020 kocht mijn vader een [auto] bij de ondernemer. Inmiddels heb ik deze van hem overgenomen.

Helaas heb ik sinds een aantal maanden problemen met mijn achterklep. De achterklep maakte een krakend geluid bij het dichtdoen, en momenteel sluit hij helemaal niet meer. Dit ligt volgens [autodealer] in [plaats] (waar ik in eerste instantie voor het probleem geweest ben omdat deze [autodealer] het dichtstbij is) aan de dempers van de achterklep. Op internet heb ik gezien dat dit een veelvoorkomend probleem is bij [producent]. [Producent] erkent dit en heeft daarom een coulanceregeling in het leven geroepen. Van [autodealer] begreep ik echter dat mijn auto, om daarvoor in aanmerking te komen, gedurende alle jaren minstens 1x per jaar bij een [autodealer van producent] in onderhoud moet zijn geweest. Dat is niet het geval, aangezien ik het onderhoud jaarlijks bij een [specialist] heb laten doen. Vervolgens heb ik contact gehad met een [jurist]. Omdat ik ervan uit mag gaan dat de dempers minimaal 5 à 10 jaar meegaan, heb ik recht op wettelijke compensatie. Met andere woorden: de reparatie zou volgens de wet vergoed moeten worden. Ik begreep van deze jurist dat ik mij daarvoor moet wenden tot de verkopende partij. Waarbij ik aan wil geven dat het product buiten mijn schuld kapot is gegaan; ik heb niets anders gedaan dan de achterklep openen met de daarvoor geschikte knop op de achterklep. Ik heb vervolgens vaak met de ondernemer gebeld en gemaild en hem een ingebrekestelling gestuurd. Ik krijg echter of geen reactie, of een offerte waar ik niet mee akkoord kan gaan (tot 2x toe, waarvan de laatste offerte hoger was dan de eerste offerte).

De consument wenst vergoeding van de reparatiekosten van € 702,41.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft verklaard dat vanuit [producent] en vanuit de ondernemer garantie of coulance is afgewezen omdat de vergoeding is gevraagd door [procesgemachtigde], niet zijnde de koper bij de overeenkomst van 12 maart 2020, en omdat de auto niet jaarlijks is onderhouden door een [autodealer van producent]. De ondernemer heeft nog wel een korting op de reparatiefactuur van 10% aangeboden, maar dat is door M. Horstman afgewezen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Uit de door de consument overgelegde stukken blijkt dat de koopovereenkomst tussen partijen is gesloten op 12 maart 2020 waarna de auto door de consument op 20 september 2021 aan [procesgemachtigde] is overgedragen. Vanaf die datum staat het kentekenbewijs ook op naam van [procesgemachtigde]. Voorts blijkt dat de reparatiefactuur ad € 702,41 op naam van [procesgemachtigde] is gesteld. De gestelde schade van € 702,41 is dus niet geleden door de consument, de koper onder de overeenkomst van 12 maart 2020, maar door [procesgemachtigde], die de auto heeft overgenomen van de consument en geen partij is in dit geschil, slechts procesgemachtigde van de consument.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer K. Doorten, de heer A. van Aldijk, leden, op 30 september 2026.

Opslaan als PDF