Commissie: Voertuigen
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1330903/1348308
De uitspraak:
Waar gaat deze uitspraak over?
De zaak gaat over een consument die in juli 2024 een gebruikte elektrische auto kocht voor € 37.950. Ongeveer 13,5 maand later kreeg de auto een ernstig defect aan de voorste rijmotor door lekkende koelvloeistof, waardoor de auto niet meer kon rijden. De reparatie bij een merkdealer kostte € 11.693,15. De consument vond dat de auto niet voldeed aan wat hij redelijkerwijs mocht verwachten en vroeg vergoeding van de reparatie- en transportkosten. De ondernemer wees dit af en stelde dat de garantie was verlopen en dat niet was bewezen dat het gebrek al aanwezig was bij de verkoop. De commissie oordeelde echter dat het defect waarschijnlijk al bij de aankoop in aanleg aanwezig was. Daarbij woog mee dat dit type storing bij dit automodel vaker voorkomt en wordt gezien als een ontwerpfout. Omdat een rijmotor normaal veel langer mee hoort te gaan dan de circa 80.000 kilometer die deze had gereden, is sprake van non-conformiteit. Ook kon de ondernemer de auto zelf niet onderzoeken of repareren, waardoor de consument de reparatie terecht door de dealer liet uitvoeren. De commissie verklaarde de klacht gegrond en besliste dat de ondernemer € 7.800 schadevergoeding en € 306,13 transportkosten moet betalen, in totaal € 8.106,13. Daarnaast moet de ondernemer het klachtengeld van € 127,50 aan de consument vergoeden.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een koopovereenkomst van 12 juli 2024 met betrekking tot een occasion [auto] met 45.000 gereden kilometers voor de prijs van € 37.950,00. De koopovereenkomst vermeldt voorts: “6 mnd BOVAG-garantie aanvulling”.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 27 augustus 2025 openbaarde zich een ernstig defect aan de voorste rijmotor en elektrische module als gevolg van koelvloeistoflekkage. Daardoor werd het voertuig direct volledig onbruikbaar. Ik heb de ondernemer daar op 28 augustus 2025 over geïnformeerd. Hij gaf mij te kennen dat hij niet opgeleid/ gekwalificeerd was, noch de apparatuur heeft om aan defecte auto’s met hoogspanningsaccu’s te mogen dan wel kunnen werken. Het voertuig is daarom door de ondernemer naar [dealer] getransporteerd en de kosten ad € 306,13 zijn aan mij in rekening gebracht.
Omdat de ondernemer mij uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven de auto niet te kunnen repareren heb ik de auto laten repareren door [dealer]. De totale herstelkosten bedroegen € 11.693,15 inclusief btw. De ondernemer heeft mij laten weten de herstelkosten niet te willen vergoeden omdat de verleende garantie zou zijn verstreken.
De aan mij verkochte auto beantwoordt niet aan de overeenkomst. Er is sprake van non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW. Van een vijf jaar oude premium elektrische auto met 45.000 kilometer mag worden verwacht dat deze enkele jaren probleemloos functioneert. Ik meen dat ik bij de aankoop niet hoefde te verwachten dat ik na ruim een jaar al zou worden geconfronteerd met een volledig defecte voorste rijmotor (en met de hiervoor genoemde hoge herstelkosten).
Daar komt bij dat de ondernemer mij (een verlengde) garantie heeft verleend. Op de foto’s van de verkoopadvertentie is vermeld dat sprake is van BOVAG-garantie. Een BOVAG-garantie dient ten minste 12 maanden te bedragen. De duur van de (standaard) BOVAG-garantie mag niet worden verkort. De BOVAG-garantie mag wel worden verlengd. Op de overeenkomst heeft de ondernemer genoteerd: ‘6 mnd BOVAG-garantie aanvulling’. Daarmee is boven op de standaard BOVAG-garantie (van twaalf maanden) een aanvullende BOVAG-garantie van zes maanden is verleend en daarmee bedraagt de totale garantieperiode 18 maanden. Ik mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat ik gedurende deze periode van 18 maanden probleemloos van het voertuig gebruik kon maken. Dat kon ik echter niet.
Nu de auto binnen de garantieperiode defect is geraakt kan worden gesteld dat sprake is van non-conformiteit. Zelfs indien geen sprake is van een verlengde garantie en het defect zich aldus buiten de garantieperiode heeft geopenbaard, kan nog altijd worden gesteld dat sprake is van non-conformiteit zoals hierboven uiteengezet.
Omdat de ondernemer mij expliciet te kennen heeft gegeven de auto niet te kunnen herstellen stond het mij vrij om de auto door [dealer] te laten herstellen en dient hij naar mijn mening de kosten van herstel en de transportkosten aan mij te vergoeden.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Erkend wordt dat op 27 augustus 2025 een defect aan de auto is ontstaan met betrekking tot de voorste rijmotor en elektrische module als gevolg van koelvloeistoflekkage. Het defect is dus meer dan vijf weken na het verstrijken van een jaar na levering ontstaan, zodat geen succesvol beroep kan worden gedaan op artikel 7:18 lid 2 BW.
Van een contractuele (BOVAG) garantie van 18 maanden is geen sprake. De verleende BOVAG-garantie van zes maanden diende als aanvulling op de “wettelijke garantie’ van artikel 7:18 lid 2 BW, die immers minder comfort aan de koper biedt dan de BOVAG-garantie.
Een auto is een gebruiksvoorwerp en onderhevig aan slijtage, onderhoud en vatbaar voor mankementen. Uitgangspunt is dat tegenvallers en mankementen voor rekening en risico van de eigenaar zijn. Het is aan de consument te stellen en te bewijzen dat de ondernemer als verkoper aansprakelijk is voor het ontstane defect. Daarvan blijkt niets. Er wordt geen onafhankelijk en objectief expertiserapport van een deskundige overgelegd waaruit een begin van bewijs volgt.
De klacht is dus ongegrond.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Tussen partijen staat vast dat de auto ongeveer 13,5 maand na de koop niet meer rijdbaar bleek als gevolg van een defecte rijmotor voor. Dat blijkt ook uit het door de consument in het geding gebrachte diagnose rapport [dealer]. Voorts staat als onbetwist vast dat dit defect vervanging van de rijmotor noodzakelijk maakte en dat de kosten daarvan € 11.693,15 hebben bedragen.
Uit openbare bronnen blijkt dat een elektrische rijmotor van een [auto] technisch gezien minstens 250.000 tot 300.000 kilometers of meer hoort mee te gaan, maar dat het bij dit type in de praktijk regelmatig voorkomt dat de voorste of achterste rijmotor al bij 50.000 tot 100.000 kilometer defect raakt, vaak veroorzaakt door een lekkende pakking waardoor koelvloeistof in de elektromotor lekt. Dit wordt als een ontwerpfout in de motor beschouwd. Ter zitting is namens de ondernemer erkend dat hij achteraf ook kennis heeft gekregen van dit fenomeen.
Daaraan wordt het bewijsvermoeden ontleend dat het (ernstige) defect reeds ten tijde van de koop – al dan niet in aanleg – in de auto aanwezig was. Dat bewijsvermoeden is vatbaar voor tegenbewijs, maar het verweer van de ondernemer geeft geen aanleiding om een andere oorzaak van het defect te vermoeden of aannemelijk te achten. Aldus is sprake van non-conformiteit in die zin dat de auto niet de eigenschappen heeft gehad die hij op grond van de koopovereenkomst daarvan redelijkerwijs mocht verwachten.
Vast staat ook dat de ondernemer zich niet in staat heeft geacht om de gestrande auto te diagnosticeren en repareren, zodat de consument recht en belang had om die diagnose en reparatie door een [dealer] te laten uitvoeren tegen € 11.693,15 herstelkosten.
Ten tijde van de reparatie had de auto (blijkens het diagnose rapport) 80.656 kilometers op de teller, terwijl technisch gezien de rijmotor minstens 250.000 kilometers had behoren mee te gaan, dus ongeveer 2/3 langer dan de rijmotor feitelijk heeft gefunctioneerd.
De schadevergoeding die de consument toekomt wegens non-conformiteit wordt op grond van een en ander begroot op € 7.800,00.
Het bedrag dat de ondernemer aan de consument in rekening heeft gebracht (€ 306,13) voor het transport van de auto naar [dealer] dient hij aan de consument terug te betalen. Nu de non-conformiteit is komen vast te staan, had hij het transport voor eigen rekening moeten nemen omdat hij zelf niet in staat was tot diagnose en reparatie.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient binnen veertien dagen na verzending van deze uitspraak aan de consument te betalen € 8.106,13.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer K. Doorten, de heer A. van Aldijk, leden, op 30 september 2026.