Klacht gegrond na terugkerende lekkage in autoportier

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1323672/1338289

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een reparatieopdracht van 4 december 2025 met betrekking tot een waterlekkage in het linker achterportier van een [auto].

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt als volgt:

Mijn auto heeft een terugkerende waterlekkage in het linker achterportier. Deze is driemaal door dezelfde garage gerepareerd: in april 2018 (factuur 136155), in mei 2024 (factuur 101092) en in dec 2025 (factuur 104416).

In alle gevallen bestond de reparatie uit het goed monteren van de deurfoam, zoals op de facturen vermeld. Na de reparatie in 2018 bleef het portier 6 jaar volledig waterdicht. Na de reparatie in mei 2024 ontdekte ik na slechts 1,5 jaar opnieuw lekkage op exact dezelfde plaats als voor de reparatie. Ik heb de garage vooraf gemeld dat dit niet voldeed aan de verwachting en verzocht om kosteloos herstel.

Bij de herstelreparatie op 4 december 2025 heeft de monteur in mijn bijzijn vastgesteld dat: de rechter flap van de in mei 2024 verlijmde deurfoam in het geheel niet vastzat, de verlijming vanaf die flap naar de onderkant zwak was, bij meerdere bevestigingsclips van het deurpaneel de rubber afdichtringen ontbraken, en dat na herstel van juist deze punten de gietertest ter plekke volledig droog was.
Er werd geen andere oorzaak van de lekkage gevonden.

Bij deze herstelreparatie is 0,25 meter butyldraad in rekening gebracht.
Na afloop presenteerde de garage mij een rekening van €134,75. Na mijn bezwaar werd dit ter plekke verlaagd naar €100,- die ik heb betaald om mijn auto mee te kunnen nemen. Kort daarna heb ik de garage per e-mail laten weten dat ik dit bedrag terug wil, omdat de reparatie van mei 2024 blijkens de bevindingen van hun eigen monteur niet deugdelijk is uitgevoerd en dat mijn betaling niet als akkoord was bedoeld. Daarop deed de garage nog een aanbod van €50,- als ‘gebaar’, maar stelde daarbij een ultimatum van 24 uur. Zonder inhoudelijk op de bevindingen van hun eigen monteur in te gaan werd verdere terugbetaling afgewezen met een beroep op verlopen garantie. Sindsdien heeft de garage niet meer gereageerd op mijn vervolgmails.

Slechts 8 dagen na de herstelreparatie van 4 december toonde een nieuwe gietertest aan dat het portier alweer lekt op exact dezelfde plaats. Ik heb de garage hierover direct geïnformeerd en daarbij videobewijs meegestuurd, maar wederom geen enkele reactie ontvangen.

Een lekkagevrije periode van slechts 1,5 jaar is onacceptabel kort voor een vakkundig uitgevoerde reparatie aan een niet-slijtend onderdeel. Met het resultaat uit 2018 heeft de garage zelf bewezen dat een periode van minimaal 6 jaar haalbaar en realistisch is.

De bevindingen van de monteur op 4 december – loszittende foam en ontbrekende afdichtringen – zijn geen slijtage- of ouderdomsverschijnselen, maar wijzen op een niet-deugdelijke uitvoering in mei 2024. Een deurfoam moet volledig afdichten om vochtindringing te voorkomen; een rechter flap die volledig openstaat betekent dat de deurfoam zijn functie niet kan vervullen. Rubber afdichtringen verdwijnen niet vanzelf; dit duidt erop dat deze destijds niet zijn gecontroleerd of teruggeplaatst. De gebruikte 0,25 meter butyldraad duidt op een aanzienlijke correctie, geen kleine nabewerking.

De aansluitende gietertest op 4 december was direct droog na het vastzetten van de deurfoam en het plaatsen van afdichtringen. Hiermee staat het causale verband vast: de lekkage werd veroorzaakt door de montagefouten uit mei 2024. Echter, dat het portier nu na slechts 8 dagen alweer lekt, toont aan dat ook deze herstelreparatie niet deugdelijk is uitgevoerd. Het patroon spreekt voor zich: 6 jaar na 2018, 1,5 jaar na 2024, 8 dagen na 2025. Nu is een vierde reparatie aan hetzelfde portier noodzakelijk. Deze garage kan het probleem structureel niet oplossen.

De garage is nooit inhoudelijk op mijn bezwaren ingegaan. Sterker nog: de factuur werd eerst ter plekke verlaagd naar een rond bedrag van €100,- en later werd nog eens €50,- aangeboden (te accepteren binnen 24 uur). Dit gedrag past niet bij een professional die overtuigd is van zijn kwaliteit en bevestigt hun eigen twijfel over de uitvoering van mei 2024. Dat de garage na een beroep op verlopen garantie nergens meer op reageerde, zelfs niet op mijn melding met videobewijs dat hun herstelreparatie van 4 december alweer had gefaald, getuigt ook van weinig professionele verantwoordelijkheid.

Garantie is een extra toezegging bovenop wettelijke rechten. Los van garantietermijnen mag ik verwachten dat een reparatie deugdelijk wordt uitgevoerd (art. 7:401 BW). De herstelreparatie van 4 december had daarom kosteloos moeten zijn. Na 3 reparaties, waarvan er 2 mislukten sinds mei 2024 (de laatste keer binnen 8 dagen), heeft de garage voldoende kansen gehad. Ik heb geen vertrouwen meer in een nieuwe poging door deze garage en ben genoodzaakt uit te wijken naar een derde partij.

VERZOEK:
1. Terugbetaling factuur 104416 van 4 december 2025 (€100,-);
2. Vergoeding van de redelijke kosten voor diagnose en definitief herstel van de lekkage door een garage van mijn keuze, op basis van de nog te overleggen factuur van die reparatie;
3. Vergoeding klachtengeld Geschillencommissie Voertuigen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken.

Het verweer van de ondernemer komt er feitelijk op neer dat de consument hem niet in staat heeft gesteld om zelfstandig een diagnose van het probleem te stellen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Alleen al uit de onweersproken omstandigheid dat reeds acht dagen na de reparatie van 4 december 2025 opnieuw lekkage is vastgesteld in het linker achterportier van de auto is het bewijsvermoeden af te leiden dat die reparatie ondeugdelijk is uitgevoerd. Tegenbewijs ligt niet voor. Bovendien heeft de consument een verklaring van 29 januari 2026 van M. Witjens van de BMW Service Partner Kallenhard overgelegd waarin de ondeugdelijkheid van de eerdere reparatie door de ondernemer is vastgesteld. Onweersproken is door de consument verklaard dat hij de ondernemer over de lekkage direct heeft geïnformeerd met bijgevoegd videobewijs en dat de ondernemer daarop niet heeft gereageerd. Aldus is sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de reparatieopdracht, zodat de consument recht heeft op terugbetaling van de € 100,00 die hij voor deze ondeugdelijke reparatie heeft betaald. In zoverre is de klacht dus gegrond.

De consument verlangt voorts betaling van de factuur van Kallenhard ad € 387,94 die betrekking heeft op de succesvolle reparatie die op 5 februari 2026 heeft plaatsgevonden. Deze kosten heeft de consument gemaakt om de bestaande en niet door de ondernemer veroorzaakte lekkage definitief te verhelpen en kan om die reden niet op de ondernemer worden verhaald. Die kosten had de consument immers in elk geval moeten maken om de voorafgaand aan 4 december 2025 opgetreden lekkage definitief te verhelpen.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer dient binnen veertien dagen na verzending van deze uitspraak aan de consument het bedrag van € 100,00 terug te betalen.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 77,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer K. Doorten, de heer A. van Aldijk, leden, op 30 september 2026.

Opslaan als PDF