Aanhoudende olielekkage leidt tot ontbinding van koopovereenkomst

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1325514/1337919

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft olielekkage van een [auto] uit 2016.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft eind mei 2025 een [auto] met kilometerstand 154.000 gekocht voor € 14.750,- met 6 maanden Autotrust garantie. De auto had vanaf het begin olielekkage. Diverse keren zijn er onderdelen vervangen, maar de lekkage bleef terugkomen. De ondernemer heeft sinds de aankoop op 13 mei 2025 herhaaldelijk de gelegenheid gekregen het voertuig te herstellen. Ondanks al deze
herstelpogingen is de olielekkage nooit verholpen en zijn er aanvullende gebreken aan het licht gekomen. De consument wil de koop ontbinden. De consument heeft het voertuig slechts 2 tot 3 maanden van in totaal inmiddels bijna 14 maanden daadwerkelijk kunnen gebruiken en draagt nog steeds maandelijkse lasten voor wegenbelasting en verzekering.

De deskundige concludeert dat sprake is van geringe olielekkage. De consument bestrijdt deze conclusie. De lekkage manifesteert zich bij een draaiende motor. Uit de eerder aan de commissie ter beschikking gestelde video is overduidelijk te zien dat sprake is van een actieve lekkage wanneer de motor draait, de monteur spuit de bewuste plek tussentijds schoon, waarna direct weer druppels zichtbaar worden. Bovendien stelt de deskundige zelf vast dat de motor inwendig sterk vervuild is met sludge, hetgeen een risico op lagerschade inhoudt bij het verversen van olie. De combinatie van een olielekkage waarvan de exacte omvang nog niet eens vaststaat, de deskundige geeft immers aan dat de motor eerst gereinigd moet worden om de oorzaak te achterhalen, en een inwendig ernstig vervuilde motor, maakt dat de kwalificatie “gering” voorbarig en onvoldoende onderbouwd is.

De deskundige stelt dat aan de werking van de versnellingsbak tijdens het onderzoek geen bijzonderheden zijn vastgesteld. Ook deze conclusie wordt betwist. Het ratelende geluid is duidelijk hoorbaar op de eerder aan de commissie overgelegde video.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Binnen de garantieperiode zijn meerdere reparaties door een andere garage uitgevoerd, waarvan een deel is betaald door de ondernemer. Er is toen sludge geconstateerd, maar het kan ook zijn dat er toevoegingen aan de olie zijn gedaan. De ondernemer ging ervan uit dat na de reparatie alles in orde was bevonden en dat de consument de situatie accepteerde. Consument ging daarna met vakantie en heeft 12.000 kilometer gereden waarna de consument de koop ineens wilde ontbinden. Dat schiet de ondernemer in het verkeerde keelgat. De ondernemer heeft ook het transport betaald voor deskundigenonderzoek. De auto staat op het terrein van de ondernemer, maar hij heeft de auto niet zelf meer onderzocht. De ondernemer verzet zich tegen ontbinding.

Deskundige

Voor de bevindingen van de deskundige verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het oordeel van de deskundige op het volgende neer.

Er is sinds aankoop 12.646 km met de auto gereden. Tijdens de proefrit zijn geen bijzonderheden aan motor of versnellingsbak vastgesteld. Gedurende de tijd dat de auto op de brug heeft gestaan zijn er geen druppels olie op de grond gevallen. Gesteld kan worden dat er sprake is van geringe olielekkage. Pas na het reinigen van de motor kan worden vastgesteld waardoor de olielekkage wordt veroorzaakt. Aan de werking van de versnellingsbak zijn tijdens het onderzoek geen bijzonderheden
vastgesteld. Gezien de corrosie dienen de remschijven te worden vervangen.

De deskundige gaat ervan uit dat is er sprake van een inwendig sterk vervuilde motor met sludge.
De interne vervuiling van de motor door sludge houdt risico in. Bij het verversen van olie kunnen door de reinigende eigenschappen (hardere) delen loslaten, oliekanalen en de aanzuigzeef van de oliepomp (deels) doen verstoppen. Een en ander kan leiden tot lagerschade.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting leidt de commissie af dat kort na de aankoop olielekkage is geconstateerd, maar dat ondanks verschillende pogingen tot herstel de lekkage nog steeds optreedt. Hoewel de huidige omvang van de olielekkage niet geheel duidelijk is, gaat de commissie er mede gezien het deskundigenbericht van uit dat er sprake is van de aanwezigheid van de sludge in het motorblok en dat deze problematiek reeds bij aankoop aanwezig was. De commissie acht voorts aannemelijk dat olielekkage (deels) wordt veroorzaakt door de sludge. De commissie stelt vast dat er bij aankoop sprake was van ernstig gebrek dat ondanks diverse pogingen tot herstel niet is verholpen. Dit rechtvaardigt naar het oordeel van de commissie de ontbinding van de koopovereenkomst.

Hoewel op grond van art. 7:10 lid 3 jo. lid 4 eerste zin BW de waardevermindering van de auto tot de datum van ontbinding voor rekening van de verkoper komt, acht de commissie onverkorte toepassing van die
regel in dit geval echter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, gezien het aantal gereden kilometers (12.646) ondanks het gebrek en de pogingen tot herstel die zijn ondernomen en de kosten en moeite die de ondernemer zich daarbij heeft getroost. Ook ziet de commissie gezien deze omstandigheden geen aanleiding om aan de consument een aanvullende schadevergoeding toe te kennen.

De commissie stelt de waardevermindering naar billijkheid vast op basis van 23 cent per gereden kilometer, zijnde een bedrag van € 2.908,58. Dit bedrag strekt in mindering op de verplichting van de ondernemer om de (door de consument betaalde) koopsom van € 10.150,- terug te betalen. Het bedrag van de Autotrust garantie behoeft niet te worden terugbetaald nu de consument hiervan gebruik heeft gemaakt en ook de ingeruilde auto blijft buiten de ontbinding.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie ontbindt de koopovereenkomst. De ondernemer kan zich de auto die zich bij hem bevindt toe-eigenen in de staat waarin deze verkeert. Zodra de consument de noodzakelijke medewerking heeft verleend aan de overschrijving van het kenteken en de eventueel nog in zijn bezit zijnde sleutels heeft afgegeven, dient de ondernemer een bedrag van (€ 10.150,- – € 2.908,58 =) € 7.241,42 per omgaande aan de consument te betalen.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer C.J. Bosboom en mevrouw drs. W. Nienhuis, leden, op 23 september 2026.

 

 

Opslaan als PDF