Klacht over handelen van notaris bij afwikkeling nalatenschap ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Notariaat    Categorie: (On)Zorgvuldig handelen    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1246063/1310232

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

De zaak gaat over een klacht van een erfgenaam tegen een notaris die betrokken was bij de afwikkeling van de nalatenschap van zijn moeder. De cliënt vond dat de notaris onzorgvuldig, partijdig en niet integer had gehandeld. Volgens hem stonden er veel fouten en onjuistheden in haar correspondentie en documenten, behandelde zij de erfgenamen niet gelijk en nam zij zijn klachten niet serieus. Ook stelde hij dat de notaris te veel rekening hield met haar eigen belangen en die van één van zijn zussen. Daarom vroeg hij onder meer om excuses, correcties van documenten, terugbetaling van declaraties en een schadevergoeding. De notaris wees deze verwijten van de hand en stelde dat zij de nalatenschap zorgvuldig had afgehandeld. Zij legde uit dat de verdeling jarenlang had stilgelegen omdat niet alle erfgenamen akkoord waren, maar dat de afwikkeling alsnog kon worden afgerond nadat de cliënt in 2025 had aangegeven te willen meewerken. De commissie oordeelt dat niet is gebleken dat de notaris onzorgvuldig, partijdig of niet integer heeft gehandeld. Dat de cliënt het niet eens is met de toon of woordkeuze in bepaalde brieven en e-mails is volgens de commissie onvoldoende om fouten of onzorgvuldig handelen aan te tonen. Ook ziet de commissie geen aanwijzingen dat de notaris een erfgenaam heeft bevoordeeld of dat haar handelen materiële of immateriële schade heeft veroorzaakt. Daarom wordt de klacht ongegrond verklaard en worden alle verzoeken van de cliënt afgewezen. Daarnaast blijven de kosten van het klachtengeld voor rekening van de cliënt.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het onderwerp van geschil betreft het handelen van de notaris bij de afwikkeling van de nalatenschap van de moeder van de cliënt.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt erop neer dat de notaris bij de afwikkeling van de nalatenschap van de moeder van de cliënt onzorgvuldig heeft gehandeld. De cliënt heeft hiertoe, voor zover relevant, het volgende aangevoerd.

1) Niet accuraat
De notaris heeft niet accuraat gehandeld. In de e-mails, brieven en documenten van de notaris staan een grote hoeveelheid (minstens 90) aantoonbare inhoudelijke gebreken, zoals vaagheden, omissies, fouten, loze interpretaties, arbitraire waardeoordelen en tekortkomingen zijdens de notaris. De cliënt wijst de commissie op (onder meer): de brieven van 29 maart 2017 en 24 maart 2025 van de notaris en verschillende dubieuze posten in het urenoverzicht van 1 mei 2025.

2) Partijdigheid
De notaris heeft het tegendeel van de vereiste professionele distantie en onpartijdigheid betoond door vrijwel onverbloemd partij te kiezen. Ze toonde uitermate gekleurde oordeelsvorming en bejegening. De erfgenamen zijn dan ook niet op gelijke wijze behandeld. Eén van de zussen van de cliënt is bijvoorbeeld als enige erfgenaam amicaal met voornaam vermeld in de urenspecificatie van de notaris. Verder volgt uit het urenoverzicht van de notaris dat de notaris een stuk minder tijd heeft besteed aan communicatie met de cliënt in vergelijking met zijn zussen.

3) Niet integer
De notaris was in onevenredige mate gericht op het dienen van haar eigen belangen en handelde niet integer om de volgende redenen.

a. Geen serieuze/adequate klachtbehandeling
De notaris heeft geen serieus antwoord gegeven op de door de cliënt geopperde bezwaren en klachtpunten in zijn brieven van 8 maart 2017, 29 mei 2017 en 24 augustus 2017. In plaats daarvan heeft de notaris een onneembare muur opgetrokken van onder meer doorzichtige smoesjes en irrelevante uitvluchten. Slechts op enkele punten heeft de notaris uiteindelijk haar (holle) excuses aangeboden. Er volgde echter geen enkele echte concessie in de vorm van concrete correctie van gegevens, declaraties of gevolgde koers.

b. Verregaande belangenverstrengeling
De prioriteit van de notaris was om te voorkomen dat de talrijke gesignaleerde vormen van wanprestatie schriftelijk zouden worden erkend, laat staan gehonoreerd met enige concrete concessie, correctie of rectificatie. Dit impliceerde het gemeenschappelijk doel van de notaris en één van de erfgenamen om de cliënt ‘aan te pakken’ en de mond te snoeren. Het leidde tot het uitbuiten van de bekende onenigheid tussen de erfgenamen, en met name de gebundelde vijandigheid tegen de cliënt. Wat inhield het zwart op wit, tegenover de andere erfgenamen, de oorzaak en “schuld” van alle problemen bij de cliënt te leggen en de cliënt zo in een kwaad daglicht te stellen. De cliënt wijst de commissie (onder meer) op de brief van 24 maart 2025 van de notaris, waarin meerdere insinuerende en opruiende frasen staan.

De cliënt verzoekt de commissie de notaris de volgende maatregelen op te leggen:
– schriftelijke erkenning van en excuses voor elke vastgestelde onjuistheid in uitingen en handelingen,
– schriftelijke erkenning van en/of correcties c.q. rectificaties van onjuiste gegevens, vermeldingen en beweringen in documenten en administratie,
– restitutie van geïnde declaraties voor aperte onjuistheden,
– passende compensatie wegens de beschreven ernstige immateriële schade aangericht door de notaris.

Standpunt van de notaris

Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt erop neer dat de notaris zorgvuldig heeft gehandeld bij de afwikkeling van de nalatenschap van de moeder van de cliënt en dat zij geen aanleiding ziet om documenten uit dat dossier te herzien. De notaris voert hiertoe, voor zover relevant, het volgende aan.

In januari 2016 is er een concept akte van verdeling naar de erven toegezonden. Daarbij is aangegeven dat alle erven dienen in te stemmen met de verdeling alvorens de akte gepasseerd zou kunnen worden. De akte van verdeling was gebaseerd op het saldo per overlijdensdatum en de mutaties van de rekening sindsdien. De zussen van de cliënt waren destijds akkoord, maar de cliënt niet. De afwikkeling van de nalatenschap is vervolgens stil komen te liggen.

Op 16 januari 2025 heeft de cliënt contact opgenomen met de notaris en telefonisch aangegeven dat hij wil meewerken aan de verdeling. Gezien de tijd die was verstreken tussen het concept en de huidige tijd, heeft de notaris alle erfgenamen opnieuw de akte van verdeling toegezonden, met een update ten aanzien van de in rekening gebrachte declaratie en opnieuw gevraagd hun schriftelijk akkoord te geven.

Alle erfgenamen hebben akkoord gegeven, de akte is gepasseerd en de erfdelen zijn uitgekeerd conform toegezonden concept en conform de boedelvolmacht. Op 27 maart 2025 heeft de heer Van de Velde de betreffende volmacht getekend. De afwikkeling is door de notaris afgerond, de saldi zijn uitgekeerd, met akkoord van alle erfgenamen.

De notaris heeft in de urenspecificatie de voornaam van de zus van de cliënt gebruikt, omdat alle erven dezelfde achternaam hebben en op deze manier duidelijk is met welke erfgenaam de notaris contact heeft gehad.

Beoordeling van het geschil

Aanvullende klachtpunten
De cliënt heeft in zijn brieven van 6 augustus 2025 en 24 oktober 2025 een aantal aanvullende klachtpunten ingediend. De commissie zal deze klachtpunten niet in behandeling nemen, omdat deze punten niet zijn vermeld in het klachtenformulier. De behandeling daarvan zou gelet daarop in strijd zijn met de goede procesorde, nu voor de notaris niet duidelijk was dat zij tevens op deze punten diende te reageren.

De twee ringen
Alhoewel het klachtpunt over de twee ringen gezien het hiervoor overwogene niet inhoudelijk zal worden behandeld door de commissie, is dit punt tijdens de zitting ter sprake gekomen. De commissie stelt ten aanzien daarvan vast dat de notaris ter zitting heeft verklaard dat de ringen in de kluis van de notaris liggen en dat de cliënt deze kan komen ophalen.

Onzorgvuldig handelen notaris?
De vraag die ter beoordeling van de commissie ligt is of de notaris bij de afwikkeling van de nalatenschap van de moeder van de cliënt heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelend notaris. De commissie beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.

Naar het oordeel van de commissie is uit de stukken niet gebleken dat de notaris niet accuraat, partijdig en/of niet integer heeft gehandeld. Dat de cliënt het niet eens is met de toon van en de woordkeuze in een aantal e-mails en brieven van de notaris betekent niet dat er fouten door de notaris zijn gemaakt die correcties behoeven.
De commissie acht de door de cliënt gestelde ‘inhoudelijke gebreken’ van de notaris ook niet van dien aard dat hieruit de conclusie kan worden getrokken dat de notaris onzorgvuldig heeft gehandeld. De notaris heeft daarnaast ter zitting verklaard waarom de zus van de cliënt met haar voornaam in de urenspecificatie staat vermeld. De reden hiervoor is dat zij duidelijk wilde aangeven in de urenspecificatie met welke erfgenaam is gesproken, nu de erven dezelfde achternaam hebben. Het enkele feit dat de zussen van de cliënt meer contact hebben gehad met de notaris dan de cliënt kan ook niet tot de conclusie leiden dat de notaris partijdig heeft gehandeld. Verder is de commissie van oordeel dat er in de stukken geen aanwijzingen zijn dat het handelen van de notaris materiële of immateriële schade heeft veroorzaakt. De commissie zal de klacht van de cliënt dan ook ongegrond verklaren en zijn verzoeken afwijzen.

Klachtengeld
Nu de klacht van de cliënt ongegrond wordt verklaard, dient het klachtengeld overeenkomstig het reglement van de commissie voor rekening van de cliënt te komen. De cliënt heeft het klachtengeld reeds aan de commissie voldaan, zodat daarover niet meer behoeft te worden beslist.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:
– verklaart de klacht ongegrond,
– wijst het verzoeken van de cliënt af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. J. van der Groen, voorzitter, de heer mr. M. de Waal, de heer H.W. Zuur, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. R.H.W. Theuns-van Waasdijk, secretaris, op 12 november 2025.

 

Opslaan als PDF