Commissie: Notariaat
Categorie: Zorgvuldigheid
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1101486/1309378
De uitspraak:
Waar gaat deze uitspraak over?
De zaak gaat over de vraag of een notaris voldoende zorgvuldig heeft gecontroleerd of de ouders van de cliënte wilsbekwaam waren toen op 7 mei 2020 een testament werd herroepen en een levenstestament werd opgesteld. De cliënte stelde dat haar vader door zijn ernstige ziekte, zware medicatie en naderende overlijden niet in staat was zijn wil vrij te bepalen en dat ook haar moeder door haar emotionele situatie en afhankelijkheid kwetsbaar en beïnvloedbaar was. Volgens de cliënte had de notaris daarom een uitgebreider onderzoek naar hun wilsbekwaamheid moeten doen en hen beter moeten beschermen tegen mogelijk misbruik. Daarnaast vond zij dat de notaris haar had moeten informeren over het testament van haar vader en dat het levenstestament van haar moeder onvoldoende waarborgen bevatte. De notaris stelde daartegenover dat zij geen reden had om aan de wilsbekwaamheid van beide ouders te twijfelen, dat zij de akten vooraf met hen had besproken en dat de ouders hun wensen duidelijk hadden bevestigd. De commissie oordeelt dat de notaris heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwame en zorgvuldig handelende notaris mag worden verwacht. Omdat er geen aanwijzingen waren voor wilsonbekwaamheid, hoefde de notaris geen medisch onderzoek te laten verrichten of een speciaal stappenplan te volgen. Ook is niet aangetoond dat de ouders onder het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap extra bescherming nodig hadden. Verder is het niet de taak van de notaris om erfgenamen over het bestaan van een testament te informeren en kan de cliënte de notaris niet aanspreken op de inhoud van het levenstestament van haar moeder. Daarom verklaart de commissie de klacht ongegrond en wijst zij het verzoek om schadevergoeding af.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het onderwerp van geschil is of de notaris zorgvuldig de wilsbekwaamheid van de ouders van de cliënte heeft beoordeeld vóór het passeren van de akten.
Standpunt van de cliënte
Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt erop neer dat de notaris onzorgvuldig heeft gehandeld en haar waarschuwingsplicht heeft geschonden. De cliënte voert hiertoe, voor zover relevant, het volgende aan.
De notaris heeft op 7 mei 2020 (in ieder geval) de volgende twee akten gepasseerd:
– de herroeping van het testament van de vader van de cliënte,
– een levenstestament ten behoeve van de moeder van de cliënte.
De cliënte vermoedt dat op dezelfde datum de herroeping van het testament van haar moeder heeft plaatsgevonden.
Bij het passeren van voornoemde akten heeft de notaris niet de vrije en ondubbelzinnige wil van de ouders van de cliënte vastgesteld aan de hand van het stappenplan voor de beoordeling van wilsbekwaamheid (ex artikel 17 Wet op het notarisambt). Zij had dit wel moeten doen.
De vader was ten tijde van het passeren van de akten al geruime tijd ernstig ziek en kreeg meerdere malen per dag zware medicatie. Hij was nauwelijks aanspreekbaar, laat staan verstaanbaar. Hij wist dat hij op 9 mei 2020 in een palliatieve coma zou worden gebracht, waardoor hij kort daarna zou komen te overlijden. Dit maakt dat de vader op de dag van het passeren van de akten in een abnormale geestestoestand verkeerde die van grote invloed was op de vorming van zijn wil. Daarnaast was de herziening van zijn testament van dusdanige aard dat niet aannemelijk is dat iemand (zonder juridische kennis) op zijn sterfbed dergelijke gedetailleerde wijzigingen kon maken. De vader is uiteindelijk op 12 mei 2020 overleden.
Ook de moeder bevond zich ten tijde van het passeren van de akten in een abnormale geestestoestand. Zij is, als ongeschoolde huisvrouw, haar hele huwelijk afhankelijk geweest van haar echtgenoot, had geen juridische kennis en nam al jaren medicatie tegen depressie en hoge bloeddruk. Op 7 mei 2020 wist zij dat haar echtgenoot binnen afzienbare tijd zou komen te overlijden. Dit was voor haar een ondraaglijke gedachte, waardoor zij in een uiterst kwetsbare en afhankelijke positie verkeerde, bovenmatig beïnvloedbaar was en haar wil niet kon vormen. Daarbij komt dat de cliënte op dat moment wegens de Corona pandemie niet naar Nederland kon komen.
De ouders van de cliënte zijn dan ook onvoldoende door de notaris beschermd tegen misbruik (ex artikel 12 lid 3 en 4 en artikel 16 VN Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap).
Bovendien is het, gelet op het voorgaande, onbegrijpelijk dat er in het levenstestament van de moeder vergaande allesomvattende bevoegdheden aan één persoon (de zus van de cliënte) zijn toegekend, zonder daarmee samenhangende beschermingsmaatregelen tegen misbruik op te nemen. Eveneens valt niet te begrijpen dat in het levenstestament geen enkele bepaling is opgenomen die het toekomstige levensonderhoud voor de moeder moet beschermen en garanderen. Het levenstestament wordt nu gebruikt om de rechten van de cliënte te ontzeggen, zoals het recht van de cliënte om te weten waar haar moeder is en hoe het met haar gaat. Dit leidt tot een ernstige inbreuk op artikel 8 EVRM en doet vermoeden dat het levenstestament onder misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen. De cliënte betwijfelt of haar moeder door de notaris (zonder aanwezigheid van de zus van de cliënte) voldoende is gewaarschuwd over de gevolgen van haar keuzes en of zij deze gevolgen ook heeft begrepen, nu zij in de afgelopen jaren juist steeds opnieuw aangeeft dat zij deze gevolgen juist niet wenst.
Verder heeft de notaris de cliënte niet geïnformeerd over het bestaan van het testament van de vader, terwijl zij een volle erfgenaam is. Het levenstestament van de moeder heeft de cliënte pas in april 2024 gekregen van de notaris. De cliënte diende over het bestaan en inhoud van de volmacht uit het levenstestament geconsulteerd te worden (vgl. ECLI:NL:GHDHA:2025:102 r.o. 5.17). Zij betwijfelt dan ook of haar positie als dochter en erfgename voldoende is meegenomen tijdens het totstandkomingsproces en in de te volgen stappen van de betreffende akten.
De cliënte verzoekt de commissie te bepalen dat de notaris een bedrag aan schadevergoeding dient te betalen aan de cliënte.
Standpunt van de notaris
Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt erop neer dat de notaris zorgvuldig heeft gehandeld bij het passeren van de akten van de ouders van de cliënte. De notaris voert hiertoe, voor zover relevant, het volgende aan.
De notaris betwist dat de ouders van de cliënte ten tijde van het passeren van akten wilsonbekwaam waren. De vader was ernstig ziek, maar hij was zeker niet wilsonbekwaam. Dat de moeder een ongeschoolde huisvrouw is die haar hele huwelijk afhankelijk is geweest van haar echtgenoot en geen juridische kennis heeft, is geen reden om iemand niet een akte te laten ondertekenen. Ook heeft de notaris niet waargenomen dat de moeder in een abnormale geestestoestand verkeerde. De notaris was niet bekend met het medicijngebruik van de moeder. De notaris zag dus geen aanleiding om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van de ouders en heeft daarom ook geen stappenplan gevolgd om dit te beoordelen.
Voorafgaand aan het passeren van de akten heeft de notaris de concept-akten persoonlijk bij de ouders afgegeven, zodat zij deze konden doorlezen en nog eventuele opmerkingen of aanvullingen konden doorgeven. Bij het passeren van de akten heeft de notaris de akten met de ouders doorgenomen en puntsgewijs toegelicht. Er was niemand anders op dat moment bij deze uitleg aanwezig. Daarna heeft de notaris aan de ouders gevraagd of hetgeen in de akten stond was wat zij wilden. De ouders hebben dat beiden bevestigd.
De ouders hebben bij de notaris meerdere malen aangegeven dat zij zowel tijdens hun leven als na hun overlijden wensten dat er geen gedoe zou ontstaan en dat zij de benoeming van beide dochters tot (plaatsvervangend) executeur in hun testamenten en tot gevolmachtigden, tezamen met de echtgenoot/echtgenote, in hun levenstestamenten géén optie vonden. Er was toen volgens de ouders al een moeizame relatie tussen de twee dochters en het benoemen van beide dochters vonden zij niet in het belang van de vertegenwoordiging van hen tijdens leven en afwikkeling van hun toekomstige nalatenschappen. Ook heeft het feit dat de cliënte woonachtig is in [land] nog een rol gespeeld bij hun besluit om de cliënte niet tot executeur en (mede)gevolmachtigde te benoemen.
De notaris verzoekt de commissie de klacht ongegrond te verklaren en het verzoek om schadevergoeding af te wijzen.
Beoordeling van het geschil
De vraag die ter beoordeling van de commissie voor ligt is of de notaris bij het passeren van de akten op 7 mei 2020 heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelend notaris. De commissie beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.
Wilsbekwaamheid
De notaris heeft verklaard dat zij niet twijfelde aan de wilsbekwaamheid van de ouders van de cliënte ten tijde van het passeren van de akten. Gelet daarop behoefde de notaris geen medisch gegevens van de ouders op te vragen of een stappenplan voor de beoordeling van de wilsbekwaamheid te volgen. De commissie ziet geen aanleiding om aan deze inschatting van de notaris te twijfelen.
Het enkele vermoeden van de cliënte dat haar ouders op 7 mei 2020 in een abnormale geestestoestand verkeerden omdat de vader op dat moment ernstig ziek was, is onvoldoende om tot een andere conclusie te komen. Dat de ouders geen juridische kennis hadden maakt ook niet dat zij wilsonbekwaam waren.
Beroep op het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
Het beroep van de cliënte op artikel 12 lid 3 en 4 en artikel 16 van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap kan niet slagen, nu de commissie niet heeft kunnen vaststellen dat de ouders van de cliënte gehandicapt waren ten tijde van het passeren van de akten. Het had op de weg van de cliënte gelegen om dit aan de hand van stukken te onderbouwen. Zij heeft dat niet gedaan.
Informatieplicht
Voorts is de commissie van oordeel dat het niet de taak van de notaris is om de erfgenamen te informeren over het bestaan van een testament, dit is de taak van de executeur.
Waarschuwingsplicht
Daarnaast kan naar het oordeel van de commissie slechts de moeder de notaris erop aanspreken dat in haar levenstestament geen beschermingsmaatregelen zijn opgenomen tegen misbruik en geen bepaling is opgenomen die het toekomstige levensonderhoud voor de moeder moet beschermen en garanderen. De klaagster kan de notaris hier niet op aanspreken, nu zij geen belanghebbende is. De verwijzing van de cliënte naar de uitspraak van het gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2025:102 r.o. 5.17) kan haar niet baten, aangezien die kwestie betrekking had op de onderlinge verhoudingen tussen een moeder en haar kinderen en kleinkinderen, en daarmede de uitvoering en het gebruik van de afgegeven volmacht, en niet tussen een erfgenaam en een notaris met betrekking tot de totstandkoming van die volmacht. Voorts is de commissie van oordeel dat de notaris niet kan worden verweten dat de cliënte geen contact krijgt met haar moeder, nu deze omstandigheid in de familiaire sfeer ligt.
Slotsom
De conclusie uit het voorgaande is dat de klacht van de cliënte ongegrond wordt verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Klachtengeld
Nu de klacht van de cliënte ongegrond wordt verklaard, dient het klachtengeld overeenkomstig het reglement van de commissie voor rekening van de cliënte te komen. De cliënte heeft het klachtengeld reeds aan de commissie voldaan, zodat daarover niet meer behoeft te worden beslist.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht ongegrond,
– wijst het verzoek van de cliënte af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. J. van der Groen, voorzitter, de heer mr. M. de Waal, de heer H.W. Zuur, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. R.H.W. Theuns-van Waasdijk, secretaris, op 12 november 2025.