Commissie: Notariaat
Categorie: Zorgvuldigheid
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1253715/1318363
De uitspraak:
Waar gaat deze uitspraak over?
De zaak gaat over een notaris die een onjuiste verklaring van erfrecht heeft afgegeven bij de nalatenschap van de zus van de cliënte. In deze verklaring stond de cliënte ten onrechte als enige erfgenaam vermeld, terwijl later bleek dat ook haar schoonzus erfgenaam was. De cliënte stelde dat de notaris haar eerdere vragen over de mogelijkheid van twee erfgenamen onvoldoende had onderzocht. Daardoor heeft zij drie maanden lang als enige erfgenaam gehandeld bij de afwikkeling van de nalatenschap, wat volgens haar leidde tot spanningen binnen de familie, een verstoord rouwproces en financiële en persoonlijke schade. Zij vroeg daarom om terugbetaling van de gemaakte kosten en een schadevergoeding. De notaris erkende de fout, bood excuses aan, gaf kosteloos een aangepaste verklaring van erfrecht af en bood hulp aan bij de verdere afwikkeling van de nalatenschap. De Geschillencommissie Notariaat oordeelde dat de notaris weliswaar een fout had gemaakt, maar deze vervolgens tijdig en op een correcte manier heeft hersteld. Ook heeft de notaris excuses aangeboden aan zowel de cliënte als de mede-erfgenaam en zich bereid getoond om ondersteuning te bieden. Daarom vindt de commissie dat de notaris heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris mag worden verwacht. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om kostenvergoeding en schadevergoeding wordt afgewezen. Ook blijft het klachtengeld voor rekening van de cliënte.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft een door de notaris afgegeven foutieve verklaring van erfrecht en de schade die de cliënte stelt daardoor te hebben geleden.
Standpunt van de cliënte
Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De notaris heeft een verklaring van erfrecht afgegeven betreffende de nalatenschap van de zus van de cliënte. Voorafgaand aan de afgifte van deze verklaring heeft de cliënte de notaris op twee afzonderlijke momenten per e-mail expliciet gevraagd of er sprake kon zijn van twee erfgenamen. Zij heeft als reactie slechts gekregen dat “kennis was genomen van de inhoud van haar e-mails”. In de verklaring van erfrecht is de cliënte als enig erfgenaam vermeld. De cliënte is ervan uitgegaan dat de notaris een zorgvuldig onderzoek had verricht. Daarom heeft zij vertrouwd op de juistheid van de verklaring.
Pas na ongeveer drie maanden is de cliënte door de andere erfgenaam (de schoonzus van de cliënte) benaderd met de mededeling dat de afgegeven verklaring onjuist was. De notaris heeft de expliciete vragen van de cliënte of er mogelijk sprake was van twee erfgenamen genegeerd en heeft dit onvoldoende onderzocht. De notaris heeft vervolgens een herziene verklaring van erfrecht afgegeven.
In de tussenliggende drie maanden heeft de cliënte als vermeend erfgenaam verschillende handelingen verricht in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap. Deze handelingen heeft zij logischerwijs niet afgestemd met de andere erfgenaam. Dit heeft tot verwijten en spanningen geleid, waardoor de nalatenschap in een gespannen en onaangename sfeer is verlopen. Het heeft geleid tot een vertrouwensbreuk met de andere erfgenaam en hierdoor zijn ook de overige familieverhoudingen blijvend beschadigd. De fout van de notaris heeft voor de cliënte niet alleen financiële gevolgen gehad, maar ook persoonlijke schade veroorzaakt en het rouwproces verstoord.
De notaris heeft de cliënte slechts één keer gebeld en opgemerkt: “Sorry, ik ben ook maar een mens”. Verder heeft zij haar hulp aangeboden met betrekking tot de boedelafwikkeling. Omdat de cliënte het vertrouwen in de notaris volledig kwijt was, is zij hierop niet ingegaan.
De cliënte verzoekt de commissie te bepalen dat de notaris haar de door haar betaalde kosten dient terug te betalen. Voorts verzoekt zij de commissie haar een vergoeding toe te kennen voor de schade die zij door toedoen van de notaris heeft geleden.
Standpunt van de notaris
Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 10 januari 2024 is de notaris ervan in kennis gesteld dat zij een verklaring van erfrecht had afgegeven met daarin een foutieve vererving. Diezelfde dag heeft zij telefonisch contact met de cliënte opgenomen. In dat gesprek heeft zij de cliënte haar excuses aangeboden en toegezegd zo snel als mogelijk de nieuwe verklaring van erfrecht af te geven. Tevens heeft zij haar medewerking en verdere hulp aangeboden bij de boedelafwikkeling. De notaris heeft een brief aan de schoonzus van de cliënte gestuurd. Daarin heeft zij benadrukt dat de ontstane situatie haar schuld was. De notaris heeft de cliënte vooraf gevraagd of zij kon instemmen met de inhoud van de brief. Met alle betrokkenen heeft de notaris meermaals telefonisch overleg gevoerd en haar verontschuldigingen en verdere assistentie aangeboden.
Hoewel volgens de cliënte de verhouding met haar schoonzus slecht was, heeft deze geen redenen gezien om de cliënte niet te machtigen om de boedel namens haar af te wikkelen. De notaris heeft de cliënte in haar hoedanigheid van gevolmachtigde geadviseerd de mede-erfgenaam op de hoogte te houden van de boedelafwikkeling, met haar te overleggen en rekening en verantwoording af te leggen.
Op 14 januari 2024 heeft de notaris de cliënte nogmaals excuses gemaakt voor de gemaakte fout en haar wederom haar hulp bij de boedelafwikkeling aangeboden. Op dit schrijven heeft zij niets vernomen. In juni 2024 heeft de cliënte aangegeven terug te willen komen op het aanbod van de notaris. De notaris heeft haar vervolgens vrijblijvend geadviseerd. Omdat de notaris geen totaalbeeld had van het verloop van de afwikkeling, kon zij de cliënte enkel in zijn algemeenheid adviseren. Tevens heeft zij aangeboden, indien gewenst, in contact te treden met de schoonzus van de cliënte. Ook op dit aanbod heeft zij geen reactie van de cliënte ontvangen.
Dat een niet correcte verklaring van erfrecht is afgegeven spijt de notaris zeer. Er is op diverse momenten contact geweest met de cliënte. Dit contact, zowel per e-mail als telefonisch, is altijd prettig en constructief verlopen. Dat de cliënte de pogingen van de notaris om behulpzaam te zijn, reduceert tot de woorden “ik ben ook maar een mens” is geen juiste weergave van de inspanningen van de notaris en het verloop van het dossier
Na afwikkeling van de boedel heeft de cliënte haar ongenoegen geuit over het verloop van de afgifte van de foutieve verklaring van erfrecht. Zij heeft de notaris verzocht haar tegemoet te komen in de door haar geleden, niet nader gespecificeerde, schade. Op dit verzoek heeft de notaris inhoudelijk gereageerd. Het is de notaris niet duidelijk waarop de omvang van de schade is gebaseerd. De cliënte heeft om haar moverende redenen gekozen om geen gebruik te (willen) maken van hulp van de notaris bij de boedelafwikkeling. Dit maakt het voor de notaris lastig om enige invloed te hebben op de wijze van afwikkeling, de (omvang van) (eventuele) schade en de termijn van afwikkeling.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.
Vaststaat dat de notaris in eerste instantie een foutieve verklaring van erfrecht heeft afgegeven. Daarin was de schoonzus van de cliënte niet als erfgenaam opgenomen. De notaris heeft deze fout erkend en de cliënte haar excuses aangeboden. Verder heeft de notaris de schoonzus van de cliënte een brief gestuurd, waarin zij expliciet heeft gemeld dat zij een fout had gemaakt. Ook aan de schoonzus van de cliënte heeft de notaris haar excuses aangeboden. Verder heeft zij benadrukt dat de cliënte niets te verwijten valt.
De notaris heeft vervolgens een nieuwe verklaring van erfrecht afgegeven, met daarin de juiste vererving. Daarvoor heeft zij de cliënte geen extra kosten in rekening gebracht. De notaris heeft de cliënte ook haar hulp aangeboden bij de afwikkeling van de nalatenschap.
De commissie stelt vast dat de cliënte de notaris bij e-mail van 3 juni 2024 heeft geschreven dat zij graag wilde terugkomen op dit aanbod. Zij heeft de notaris een aantal vragen gesteld over de verdeling van de nalatenschap. De notaris heeft deze e-mail op 14 juni 2024 beantwoord en de cliënte vrijblijvend – in zijn algemeenheid – geadviseerd. Daarbij heeft zij zich bereid verklaard in contact te treden met de schoonzus van de cliënte. Van dit aanbod heeft de cliënte kennelijk geen gebruikt gemaakt.
De commissie kan zich voorstellen dat de situatie voor de cliënte vervelend is (geweest). Echter, het maken van een fout kan – ook een notaris – gebeuren. Bovendien heeft de notaris de door haar gemaakte fout op correcte wijze en tijdig – reeds voordat de cliënte haar klacht bij de commissie heeft ingediend – hersteld, zowel de cliënte als de schoonzus van de cliënte haar excuses aangeboden en de cliënte bij de afwikkeling van de nalatenschap geholpen althans zich bereid verklaard daarbij behulpzaam te zijn.
De commissie is – alles overziende – van oordeel dat de notaris onder de gegeven omstandigheden heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris. Dit betekent dat de klacht ongegrond zal worden verklaard en het door de cliënte verzochte zal worden afgewezen.
Nu de klacht ongegrond is, blijft het klachtengeld voor rekening van de cliënte.
Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen bespreking, nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst het door de cliënte verzochte af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, de heer mr. M. de Waal en de heer H.W. Zuur, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, secretaris, op 25 februari 2026.