Klacht over vertraging bij notariële akten ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Notariaat    Categorie: (On)Zorgvuldig handelen    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1314702/1328850

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

Deze zaak gaat over een geschil tussen een cliënt en een notaris over vertraging bij het opstellen en ondertekenen van een testament en samenlevingscontract. De cliënt had in mei 2025 gevraagd of deze documenten tegelijk met de hypotheekakte konden worden ondertekend, maar kreeg pas laat een reactie van de notaris. Uiteindelijk werden het testament en het samenlevingscontract pas op 18 september 2025 ondertekend. De notaris erkende dat de werkzaamheden niet soepel waren verlopen en bood daarom een compensatie van € 100,- aan. De cliënt vond dit onvoldoende en verlangde een vergoeding van € 250,-. De Geschillencommissie oordeelde dat de notaris met het aanbod van € 100,- al voldoende tegemoet was gekomen aan de klacht, mede omdat voor de drie notariële aktes een relatief laag tarief was gerekend en de cliënt het hogere schadebedrag onvoldoende had onderbouwd. Omdat het aanbod van € 100,- al was gedaan voordat de klacht bij de commissie werd ingediend, verklaarde de commissie de klacht ongegrond. Ook bepaalde de commissie dat het door de cliënt in depot gestorte bedrag van € 900,- aan de notaris moest worden uitbetaald.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de notaris.

Het geschil betreft de vraag of de notaris de werkzaamheden tijdig heeft uitgevoerd en de hoogte van een eventuele compensatie.

De cliënt heeft een bedrag van € 900,- niet betaald en bij de commissie in depot gestort.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënt heeft in mei 2025 aan de notaris gevraagd of het mogelijk is om een testament en samenlevingscontract tegelijkertijd met de hypotheekakte te ondertekenen. In eerste instantie is geen reactie van de notaris gekomen. De notaris is pas twee weken voor de afgesproken datum van ondertekening van de hypotheekakte met een reactie gekomen en heeft toen aangegeven dat dit niet mogelijk is. Het heeft vervolgens tot 18 september 2025 geduurd voordat het testament en samenlevingscontract zijn ondertekend. De cliënt heeft hierna om compensatie gevraagd bij de notaris voor de opgelopen vertraging. De notaris heeft hierop aangegeven een compensatie van € 100,- redelijk te vinden en dit ook aan de cliënt aangeboden. De cliënt heeft hierop gereageerd met het verzoek om minimaal € 250,- compensatie toe te kennen, maar de notaris wil dit niet vanwege de al lage prijs van het testament en samenlevingscontract. Het kan de cliënt niet worden aangerekend dat de notaris lage tarieven hanteert.

De cliënt verlangt een compensatie van € 250,-.

Standpunt van de notaris

De commissie heeft van de notaris geen schriftelijk standpunt ontvangen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

Weliswaar heeft de notaris, ondanks hiertoe behoorlijk in de gelegenheid te zijn gesteld, geen verweer bij de commissie gevoerd, maar in de door de cliënt overgelegde stukken is wel een voldoende beargumenteerd standpunt van de notaris aangetroffen. De commissie stelt op basis van de door de cliënt overgelegde stukken vast dat de notaris in de correspondentie met de cliënt heeft erkend dat de werkzaamheden niet soepel zijn verlopen en vertraging hebben opgelopen.

Nu de notaris reeds vóór indiening van de klacht door de cliënt heeft erkend dat het allemaal niet soepel is verlopen en er vertraging in de uitvoering van de werkzaamheden is opgelopen en daarbij een financiële compensatie aan de cliënt heeft aangeboden, is de notaris daarmee naar het oordeel van de commissie afdoende tegemoetgekomen aan de klacht van de cliënt. De commissie is van oordeel dat de cliënt met het voorstel van de notaris om de factuur met € 100,- (naar € 900,01) te verminderen, ook voldoende is gecompenseerd. De cliënt heeft dit aanbod ten onrechte niet aanvaard. Daarbij heeft de commissie mede betrokken dat er een laag honorarium is gerekend voor drie notariële aktes. Bovendien acht de commissie de door de cliënt verzochte vergoeding van € 250,- onvoldoende onderbouwd. Een verdergaande matiging van het factuurbedrag acht de commissie gelet op het voorgaande niet noodzakelijk.

Omdat voormeld aanbod reeds voor het aanhangig maken van het geschil bij de commissie is gedaan, is de klacht ingevolge het reglement van de commissie ongegrond.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:
– verklaart de klacht ongegrond;
– bepaalt dat het depotbedrag van € 900,- aan de notaris wordt uitbetaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer mr. M. de Waal, de heer H.W. Zuur, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. K.E. Heins, secretaris, op 2 juni 2026.

Opslaan als PDF