Geschillencommissie onbevoegd door ontbreken van opdracht aan notaris

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Notariaat    Categorie: (On)bevoegdheid    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Onbevoegdverklaring   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 1315666/1332513

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

De zaak gaat over een geschil tussen een cliënt en een notaris over een voorschotnota van € 544,50 en de manier waarop de notaris hierover heeft gecommuniceerd. De cliënt vond het bedrag te hoog, vond dat de notaris onvoldoende uitleg gaf over de opbouw van de nota en stelde dat vragen hierover niet goed werden beantwoord. De notaris gaf aan dat een voorschotnota gebruikelijk is wanneer veel extra werkzaamheden worden verwacht en dat al veel tijd aan de cliënt was besteed. Uiteindelijk liet de notaris weten dat de cliënt de nota niet hoefde te betalen. De Geschillencommissie Notariaat heeft de klacht niet inhoudelijk beoordeeld. Volgens de commissie was er namelijk geen sprake van een opdracht aan de notaris en was de cliënt daarom geen afnemer van notariële diensten in de zin van het reglement. Omdat er geen opdrachtrelatie bestond, is de commissie niet bevoegd om het geschil te behandelen. Daarom heeft zij zich onbevoegd verklaard en beslist dat het depotbedrag van € 544,50 aan de cliënt wordt terugbetaald.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de notaris.

Het geschil betreft de door de notaris in rekening gebrachte kosten en de communicatie met de notaris.

De cliënt heeft een bedrag van € 544,50 bij de commissie in depot gestort.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De door de notaris verstuurde voorschotnota ad € 544,50 is disproportioneel. Ook is de notaris onvoldoende transparant geweest over de wijze waarop deze voorschotnota tot stand is gekomen en waarop deze is gebaseerd. De vragen die de cliënt naar aanleiding van deze voorschotnota heeft gesteld, zijn door de notaris bovendien niet beantwoord. Gelet hierop is ook de communicatie van de notaris niet zorgvuldig geweest.

De consument verlangt een minnelijke constructieve oplossing.

Standpunt van de notaris

Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het is gebruikelijk om een voorschotnota te sturen aan een cliënt, als de gerechtvaardigde verwachting bij de notaris bestaat dat hij of zij veel tijd zal moeten besteden aan een cliënt. In dit geval ging het om werkzaamheden die niet onder het geoffreerde tarief vallen. In zo een situatie mag de notaris honorarium vragen voor werkzaamheden die hij als zodanig voor de cliënt verricht.
De notaris heeft vele uren tijd besteed aan de cliënt en heeft in het begin op alle berichten van de cliënt geantwoord. Op een gegeven moment was de notaris zoveel tijd kwijt aan de cliënt, dat is besloten om een voorschotnota te vragen voor de verder te verwachten extra werkzaamheden. Dit leidde alsmaar tot discussie. Door de notaris is uiteindelijk aangegeven aan de cliënt dat hij de verstuurde nota niet hoeft te betalen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie is op basis van de stukken van oordeel dat zij eerst, aan de hand van de bepalingen van het Reglement geschillencommissie Notariaat, artikel 19, eerste lid (hierna: Reglement), dient vast te stellen of de commissie bevoegd is het geschil te behandelen voordat aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil kan worden toegekomen.
Artikel 4 van het Reglement bepaalt dat de commissie tot taak heeft geschillen tussen de cliënt en de notaris te beslechten, voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van een door de cliënt aan de notaris gegeven opdracht. In artikel 1 van het Reglement is voorts bepaald dat onder ‘cliënt’ wordt verstaan: ‘de afnemer van de diensten van een notaris’.
De commissie stelt op basis van de stukken vast dat de cliënt geen opdracht aan de notaris heeft gegeven. De cliënt heeft enkel een aantal vragen gesteld aan de notaris, maar dit kwalificeert naar het oordeel van de commissie niet als een opdracht. Daarbij heeft de commissie ook in aanmerking genomen dat er (eerst) nog een erfpachtovereenkomst met de gemeente moest worden gesloten. De commissie is van oordeel dat pas na het sluiten van een dergelijke erfpachtovereenkomst een opdracht aan de notaris kan ontstaan. De cliënt kan naar het oordeel van de commissie ook niet worden opgevat als een afnemer van een dienst van de notaris. Dat de cliënt vragen aan de notaris heeft gesteld over de door de notaris verstuurde voorschotnota, maakt hem in dit geval nog geen afnemer van diensten van de notaris.

Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen. Dit betekent dat de commissie niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:
– verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen;
– bepaalt dat het depotbedrag van € 544,50 aan de cliënt wordt terugbetaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer mr. M. de Waal, de heer H.W. Zuur, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. K.E. Heins, secretaris, op 2 juni 2026.

Opslaan als PDF