Ernstige vertraging en gebrekkige communicatie bij nalatenschapsafhandeling

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Notariaat    Categorie: (On)Zorgvuldig handelen    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1320774/1333712

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

De zaak gaat over de afhandeling van de nalatenschap van de overleden vader van cliënte, waarbij de notaris optrad als executeur. Cliënte vond dat de notaris zijn werkzaamheden niet zorgvuldig had uitgevoerd. Volgens haar verliep de communicatie slecht, kreeg zij onvoldoende informatie, werden haar vragen en klachten niet goed behandeld en duurde de afwikkeling van de nalatenschap veel te lang. Ook werden de aangifte erfbelasting en de uitbetaling van legaten aanzienlijk te laat geregeld. De notaris erkende dat de afhandeling vertraging had opgelopen door personeels- en capaciteitsproblemen op kantoor en gaf toe dat ook de communicatie onvoldoende was geweest. De Geschillencommissie Notariaat oordeelde dat de klacht volledig gegrond is. Volgens de commissie heeft de notaris niet gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en zorgvuldig notaris mag worden verwacht. De commissie vond dat werkdruk en personeelsgebrek geen geldige reden zijn voor de grote vertragingen, de gebrekkige communicatie en het onvoldoende beheer van het dossier. Vast stond dat de erfbelasting te laat was ingediend, de legaten veel te laat waren uitgekeerd en dat cliënte zelf veel moeite moest doen om informatie te verkrijgen. Daarom kende de commissie een schadevergoeding van in totaal € 6.000 toe aan cliënte en de vijf volmachtgevers, bepaalde zij dat de boete voor de te laat ingediende erfbelasting voor rekening van de notaris blijft, gelastte zij terugbetaling van het depotbedrag van € 2.485 aan cliënte en veroordeelde zij de notaris ook tot vergoeding van het klachtengeld van € 102,50.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Cliënte heeft de klacht voorgelegd aan de notaris.

Het geschil betreft het handelen en/of nalaten daarvan van de notaris in zijn rol als executeur testamentair in de nalatenschap van de vader van cliënte.
Cliënte heeft een bedrag van € 2.485,- bij de commissie gedeponeerd.

Feiten

Op 24 januari 2025 is de vader van cliënte, [naam] op 94-jarige leeftijd overleden. De notaris heeft in het kader van de afhandeling van de nalatenschap zorggedragen voor het ontruimen van zijn huurappartement.

Op 6 mei 2025 heeft cliënte bij de notaris navraag gedaan naar de vorderingen van de afhandeling van de nalatenschap.

Vanaf 8 mei 2025 is [naam] (verder: behandelaar) belast met de werkzaamheden inzake de afhandeling van de nalatenschap.

Op 27 mei 2025 heeft er een Zoomgesprek tussen cliënte en de kandidaat-notaris [naam] (verder: kandidaat-notaris) plaatsgevonden, waarin de kandidaat-notaris mondeling heeft geïnformeerd over de inhoud van de nalatenschap. Aangezien geen verder onderzoek naar eventuele schulden van de vader kon worden gedaan, heeft cliënte bij de BKR hierover navraag gedaan. Er bleken geen schulden bekend te zijn, waarna cliënte de nalatenschap zuiver heeft aanvaard.

Op 28 juli 2025 heeft een Zoomgesprek plaats gevonden tussen de kandidaat-notaris en cliënte teneinde de aanvaarding de nalatenschap te onderteken.

Op 13 augustus 2025 heeft de behandelaar cliënte gevraagd een document in te vullen met informatie over de financiële situatie van de vader op de dag van overlijden. Tevens is cliënte gevraagd de boedel te beschrijven, waarbij haast was geboden omdat de erfbelasting voor 24 augustus 2025 diende te worden ingediend. Cliënte heeft aangegeven dat zij niets anders wist over de inhoud van de nalatenschap dan wat de kandidaat-notaris haar had verteld.

Op 22 september 2025 heeft cliënte een bericht van de behandelaar gekregen die vroeg om de BSN-nummers en namen en adressen van alle legatarissen op te geven. De deadline voor het indienen van de erfbelasting zou de daaropvolgende dag zijn. Cliënte is op dat moment op vakantie op Mallorca. Cliënte zelf heeft niet de beschikking over een BSN-nummer omdat zij al sinds 1990 in [land] woonachtig is.

Op 23 september 2025 heeft cliënte met de behandelaar gebeld, die dan aangeeft dat hij het indienen van de erfbelasting wil uitstellen, tenzij cliënte schriftelijk kan bevestigen dat het kindsdeel van elk van de twee kinderen van de overleden stiefmoeder is ingeteerd door de vader van cliënte. Het interingsverhaal heeft de kandidaat-notaris aan cliënte verteld. Een uitgebreide administratie van de vader van cliënte zou bij de notaris liggen. De behandelaar heeft daar geen kennis van en zegt toe uitstel aan belastingdienst te zullen vragen. Cliënte vraagt direct na terugkomst van haar vakantie een BSN nummer aan, wat tijd kost aangezien zij daarvoor verschillende [buitenlandse] documenten nodig heeft.

Op 21 oktober 2025 heeft cliënte haar eerste klachtbrief aan de kandidaat-notaris.

Op 4 november 2025 heeft cliënte als antwoord daarop een bericht van de behandelaar ontvangen met daarbij een (onvolledige) boedelbeschrijving.

Op 12 november 2025 heeft cliënte haar BSN-nummer per email naar de behandelaar gestuurd.

Op 1 december 2025 heeft cliënte telefonisch contact opgenomen met de behandelaar met de vraag naar de stand van zaken. De aangifte erfbelasting bleek op dat moment nog niet te zijn ingediend.

Op 2 december 2025 heeft cliënte een tweede klachtbrief bij de notaris ingediend en op 3 december 2025 heeft zij onderhavig geschil aan de commissie voorgelegd.

Op 11 mei 2026 heeft de notaris een schikkingsvoorstel aan cliënte gedaan en zijn de legaten uitbetaald. Het schikkingsvoorstel is niet door cliënte aanvaard.

Standpunt van cliënte

Voor het standpunt van cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De notaris heeft bij de afwikkeling van de nalatenschap van de vader van cliënte zijn communicatie- en informatieplicht geschonden, de werkzaamheden niet goed en adequaat opgepakt, de verantwoordelijkheid voor de dossierbehandeling steeds op een behandelaar afgeschoven en de afwikkeling van de nalatenschap en het uitbetalen van legaten veel te lang op zijn beloop gelaten. De conclusie luidt dan ook dat de notaris hiermee zijn zorgplicht heeft geschonden.

Zo ontbrak onderlinge communicatie tussen de kandidaat-notaris en de behandelaar en verliep de communicatie met cliënte als enige erfgename niet goed. Cliënte ontving geen informatie over de gang van zaken, ontving geen schriftelijke bevestigingen, alles gebeurde mondeling, beloftes werden niet nagekomen (onder meer ten aanzien van de aangifte van erfbelasting) en e-mails en telefoonverzoeken niet beantwoord. Ook de behandelaar liet nauwelijks iets van zich horen, deed zijn werk niet goed en had weinig kennis van de zaak en wist zo bijvoorbeeld niet wat er bij de notaris in de kluis lag. Cliënte werd volledig genegeerd en haar klachtbrieven zijn niet – door de kandidaat-notaris als eindverantwoordelijke – beantwoord. Niets is tot stand gekomen zonder bemoeienis van cliënte, zoals: de boedelbeschrijving, de afhandeling van legaten, de urenspecificatie en de informatie over de gang van zaken.

Ter illustratie: na elf maanden was er nog geen volledige boedelbeschrijving, niemand die legaten uit de nalatenschap zouden krijgen is hierover geïnformeerd. Zo wist de onterfde zus pas in december 2025 dat zij een legaat zou krijgen. De legaten zijn bovendien veel te laat, pas op 11 mei 2026 en daarmee zeven maanden te laat uitbetaald door de notaris. Onderaan de berichtgeving van de notaris hieromtrent, stond vermeld dat de belasting over het legaat uiterlijk 12 mei 2026 bij de belastingdienst binnen moest zijn. Vervolgens is de opgave erfbelasting niet binnen de voorgeschreven acht maanden door de behandelaar bij de belastingdienst ingediend.

Dat cliënte niet is ingegaan op het schikkingsvoorstel van de notaris komt omdat een slotnota ontbreekt, de wettelijke rente voor te laat uitbetaalde legaten niet is besproken en informatie over het beheer van de nalatenschap ontbreekt. Daarom is niet duidelijk of ten aanzien van het beheer zorgvuldig is gehandeld en wat de financiële consequenties zijn. Dat de boete voor de erfbelasting door de notaris wordt betaald, ziet cliënte niet als een aanbod maar als vanzelfsprekend. Daarbij komt nog dat door de notaris geen enkel begrip is geuit voor de gevolgen voor cliënte van het handelen en nalaten van de notaris.

Cliënte verlangt van de commissie vanwege voornoemd onzorgvuldig handelen van de zijde van de notaris een vergoeding vast te stellen in redelijkheid en billijkheid. Cliënte heeft in haar akkoordverklaring aangaande onderhavige procedure verklaard dat zij de vordering tot schadevergoeding beperkt tot het maximum van € 10.000,- en doet uitdrukkelijk afstand van het meerdere. Daarbij dient de notaris de boete voor de te laat ingediende erfbelasting alsmede de wettelijke rente voor de te laat uitbetaalde legaten voor eigen rekening te nemen. Cliënte verlangt daarbij dat de commissie rekenschap neem van de volgende schadeposten.

De door cliënte geleden schade bestaat uit de volgende posten:
– Boete van de belastingdienst vanwege te laat indienen van de aangifte van erfbelasting ad € 1.384,-.;
– wettelijke rentevergoeding van 7% (over zes maanden) voor te laat uitbetaalde legaten ad € 3.715 ,-;
– Renteverlies banksaldi;
– Kosten voor opslag van de boedel tot oktober 2025 omdat er nog steeds geen boedelbeschrijving was (kosten daarvoor € 180,- x 9 maanden), kosten verhuizer;
– Koersval euro (ten opzichte van de koers van de [valuta]) waardoor de nalatenschap veel minder waard is geworden;
– Depotbedrag ad € 2.485,- dat cliënte bij de commissie in depot heeft moeten storten voor behandeling van onderhavige kwestie met daarbij komend het renteverlies van spaarrente voor cliënte. Deze kosten dienen uit de nalatenschap te worden voldaan en behoren niet ten laste van cliënte te komen;
– Klachtengeldbetaling aan de commissie ad € 102,50;
– Alle tijd, uitgedrukt in uren en dagen, die cliënte heeft moeten besteden aan het proberen voortgang te bewerkstelligen in de afwikkeling van de nalatenschap. Dit heeft bij cliënte voor behoorlijke emotionele impact en veel stress gezorgd, temeer nu er last minute acties nodig waren van de zijde van cliënte om de zaak in goede banen te leiden. De zaak is voor cliënte al belastend genoeg geweest vanwege de onterving van haar zus en in verband met de interingskwestie van haar twee stiefzussen.

Standpunt van de notaris

De notaris heeft zijn standpunt ter zitting kenbaar gemaakt. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Na het overlijden van de vader van cliënte is de notaris als executeur gestart en heeft de woning ontruimd. Omdat kantoorvestiging in [plaatsnaam] over te weinig capaciteit beschikte om af te wikkelen, is het dossier overgegaan naar de vestiging in [plaatsnaam], waar op dat moment wel voldoende capaciteit aanwezig was. Helaas begon ook op die vestiging enerzijds de werkdruk toe te nemen en anderzijds vertrokken daar collega’s, waardoor aan onderhavig dossier helaas niet de aandacht besteed is die eraan besteed had moeten worden. Hoewel de kandidaat-notaris (formeel) de executeur was, werd het dossier feitelijk behandeld door een behandelaar.
Om die reden kon de kandidaat-notaris ook de stand van zaken niet aangeven. Desondanks bleef cliënte hem benaderen en berichten sturen, die vervolgens naar de behandelaar werden doorgestuurd.

De afwikkeling van de boedel heeft te lang geduurd. De oorzaak daarvan was dat de notaris het te druk had en dat wist cliënte ook. Door de drukte is de notaris ook tekortgeschoten in de communicatie. Dit neemt echter niet weg dat er wel degelijk werkzaamheden zijn verricht. Daarvoor is een nota verzonden en zal nog een nota worden verzonden. Het is niet reëel om het volledig in rekening gebrachte en nog te brengen bedrag in zijn geheel kwijt te schelden.

De notaris heeft gepoogd met cliënte tot een schikking te komen, inhoudende dat zij het in depot gestorte bedrag niet aan de notaris hoeft te voldoen. Helaas is daar geen overeenstemming over bereikt. Zonder causaal verband wordt ook door cliënte een vergoeding geëist voor hetgeen (meer) aan rendement had kunnen worden verkregen indien wel eerder zou zijn uitbetaald.

De huidige stand van zaken is dat de aangifte erfbelasting is gedaan en de legaten zijn betaald. Voor de
verdere afwikkeling van de nalatenschap zal cliënte worden benaderd om de bestemming van de
resterende gelden kenbaar te maken.

Beoordeling van het geschil

De commissie overweegt het volgende.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

De commissie stelt vast dat de vader van cliënte op 24 januari 2025 is overleden en dat de notaris de executeur van zijn nalatenschap is. De notaris heeft erkend dat de afwikkeling van de nalatenschap van de vader te lang heeft geduurd en dat dat vooral voortkomt uit te weinig kantoorcapaciteit om de nalatenschap af te wikkelen. Dat de notaris, na anderhalf jaar, de afwikkeling van de relatief ongecompliceerde nalatenschap nog steeds niet volledig heeft afgerond, is naar het oordeel van de commissie in strijd met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelend notaris mag worden verwacht. De door de notaris aangevoerde omstandigheden acht de commissie onvoldoende rechtvaardiging voor de opgetreden vertraging. Kantoordrukte en volume van werkzaamheden vormen naar het oordeel van de commissie geen geldig excuus voor onvoldoende voortgang. Evenmin vormt werkdruk een excuus voor onvoldoende zorgvuldigheid bij het vormen en bijhouden van het nalatenschapsdossier en bij interne en externe communicatie over het dossier. De notaris heeft in dat kader erkend dat de communicatie niet naar behoren is geweest.

Weliswaar zijn door de notaris werkzaamheden verricht – wat door cliënte ook niet wordt ontkend- echter daarbij heeft de notaris wel steken laten vallen. Uit de overgelegde stukken en de toelichting van cliënte ter zitting, volgt naar het oordeel van de commissie dat de notaris niet zorgvuldig heeft gehandeld bij het afhandelen van de aangifte erfbelasting door deze aangifte veel te laat in te dienen, namelijk tweeënhalve maand na overschrijding van de acht maanden termijn.
Ook heeft de commissie genoegzaam kunnen vaststellen dat de notaris de legaten niet tijdig oftewel binnen negen maanden na het overlijden heeft uitbetaald maar pas na bijna zestien maanden, hetgeen de notaris ook heeft erkend. Cliënte heeft verder pas in oktober 2025 een incomplete boedelbeschrijving ontvangen, bestaande uit de status van de bankrekeningen en voor het overige foto’s van de inboedelgoederen. Verder heeft cliënte zelf een kredietoverzicht bij BKR moeten aanvragen en heel lang moeten wachten alvorens zij uiteindelijk een urenspecificatie van de notaris ontving, pas nadat zij daar veelvuldig om gevraagd had.

Cliënte beklaagt zich over de informatie en communicatieverstrekking door de notaris. De commissie treft in de overgelegde stukken en in hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gebracht gronden en aanwijzingen aan voor de – door de notaris niet weersproken – stelling van cliënte dat de notaris haar, behoudens een ZOOM gesprek met de kandidaat-notaris op 27 mei 2025, niet adequaat van informatie heeft voorzien. De stellingen van cliënte vinden derhalve steun in de overgelegde stukken.

De commissie is op grond van het voorgaande van oordeel dat de klacht in volle omvang gegrond is en komt toe aan de vraag of sprake is van schade, die aan de notaris is toe te rekenen. Voor aanspraak op een schadevergoeding is vereist dat de notaris in enig opzicht toerekenbaar is tekortgeschoten in zijn werkzaamheden. De commissie ziet aanleiding in onderhavige kwestie schadevergoeding toe te kennen en heeft daarbij het hele verloop van de zaak bekeken. Het staat voor de commissie vast dat cliënte vanwege de trage afwikkeling van de nalatenschap kosten heeft moeten maken, zoals onder meer de opslagkosten voor de inboedel van haar vader. Daarnaast heeft de vertraging in de aangifte van de erfbelasting en het te laat uitkeren van de legaten forse financieel verlies tot gevolg gehad, afgezien van alle tijd, moeite en energie die het cliënte heeft gekost om enige voortgang in het proces te bewerkstelligen.

De commissie is van oordeel dat nu notaris hier ernstig tekort geschoten is in zijn zorgplicht ter zake de afhandeling van de nalatenschap en stelt derhalve de schade ex aequo et bono vast op € 6.000,- voor cliënte en de vijf volmachtgevers tezamen. De commissie zal de notaris tot betaling aan cliënte en de vijf volmachtgevers veroordelen.

De boete van de belastingdienst vanwege te laat indienen van de aangifte van erfbelasting ad € 1.384,- blijft voor rekening van de notaris.

Het depotbedrag wordt aan cliënte terugbetaald. Dit bedrag is gebaseerd op een factuur, niet gericht aan cliënte, maar betreft een factuur voor de nalatenschap.

Daar de klacht van de cliënt gegrond wordt verklaard, zal de commissie tevens de notaris veroordelen tot vergoeding van het klachtengeld dat cliënte aan de commissie heeft voldaan, te weten een bedrag van € 102,50. Bovendien dient de notaris – overeenkomstig het reglement van de commissie – een bijdrage in de behandelingskosten aan de commissie te voldoen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie oordeelt de klacht gegrond.
Veroordeelt de notaris tot het betalen van een schadevergoeding van in totaal € 6.000,-, te weten € 1.000,-aan cliënte en € 1.000,- aan eenieder van de vijf volmachtgevers, allen procespartij in onderhavig geschil. Betaling dient plaats te vinden binnen één maand na verzenddatum van dit advies.

Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. Het depotbedrag ad
€ 2.485,- wordt aan cliënte gerestitueerd.

Bovendien dient de notaris overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 102,50 aan cliënte te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de notaris aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, de heer mr. M. de Waal, de heer H.W. Zuur, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.M. Bouter – Bijsterveld, secretaris, op 26 juni 2026.

Opslaan als PDF