Beëindiging opvangovereenkomst gerechtvaardigd, maar opzegging niet zorgvuldig uitgevoerd

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Beëindiging / opzegging    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: deels gegrond   Referentiecode: 1328220/1338113

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De uitspraak betreft de beëindiging van een buitenschoolse opvangovereenkomst voor een kind met specifieke ondersteuningsbehoeften. De commissie oordeelt dat de ondernemer zich gedurende langere tijd voldoende heeft ingespannen om passende opvang mogelijk te maken en daarom voldoende zwaarwegende redenen had om de overeenkomst te beëindigen. Wel heeft de ondernemer nagelaten de consument vooraf schriftelijk te waarschuwen dat beëindiging zou volgen bij uitblijven van verbetering. Daarom is de klacht over de beëindiging ongegrond, maar de klacht over de wijze van opzegging gegrond.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de begeleiding van de zoon van de consument, de communicatie tijdens de opvang en de opzegging van de overeenkomst.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

Er hebben zich meerdere incidenten voorgedaan tijdens de BSO-opvang van de zoon van de consument, daarbij is sprake geweest van fysiek grensoverschrijdend gedrag. De consument heeft hiervan melding gemaakt bij de ondernemer. De ondernemer is onzorgvuldig omgegaan met deze meldingen, de consument heeft beperkte informatie gekregen over de maatregelen die de ondernemer naar aanleiding hiervan zou treffen. De consument vindt het gebrek aan transparantie zorgelijk en twijfelt of de ondernemer de veiligheid van haar zoon, zowel fysiek als emotioneel, voldoende heeft geborgd.

Kort na de incidenten heeft de ondernemer de overeenkomst eenzijdig beëindigd. Daarbij lijkt geen sprake te zijn geweest van een zorgvuldig en proportioneel proces, de ondernemer heeft onvoldoende zorg gedragen voor het onderzoeken van alternatieven. Ook heeft de ondernemer de privacy van de consument en haar zoon geschonden door (vertrouwelijke) informatie te delen met medewerkers die niet betrokken waren bij de zoon van de consument.

De consument verzoekt de commissie te beoordelen of de ondernemer heeft gehandeld zoals van de ondernemer verwacht mag worden op grond van de geldende wet- en regelgeving, de eigen protocollen van de ondernemer en de op de ondernemer rustende zorgplicht.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

De zoon van de consument is een kind met specifieke ondersteuningsbehoeften, zowel op sociaal emotioneel als op cognitief gebied. De ondernemer heeft lange tijd intensief ingezet op gepaste opvang binnen haar mogelijkheden. Sprake is geweest van intensieve begeleiding, observaties, afstemming met de consument en het proactief zoeken naar passende oplossingen en maatregelen.

In november 2025 heeft de ondernemer meldingen ontvangen over incidenten waarbij fysiek is gehandeld door twee pedagogische professionals. Dit heeft ertoe geleid dat een intern onderzoek heeft plaatsgevonden en de ondernemer heeft ingezet op het verduidelijken van de handswijze. De ondernemer heeft coaching ingezet voor de medewerkers en heeft de instructies over positieve benadering opnieuw met de pedagogische professionals besproken.

De opzegging van de overeenkomst is niet het gevolg van de incidenten maar van de structurele zorgen van de ondernemer over de hanteerbaarheid van de opvang van de zoon van de consument binnen de reguliere groepsopvang en de borging van de emotionele en fysieke veiligheid van alle kinderen.

De beslissing met betrekking tot de beëindiging is niet lichtvaardig genomen. Er heeft voorafgaand overleg met de consument plaatsgevonden, de alternatieven zijn besproken en voor zover dit binnen de mogelijkheden van de ondernemer lag uitgevoerd. Dit heeft echter niet tot het gewenste resultaat geleid, zodat de ondernemer geen andere mogelijkheid meer zag dan de overeenkomst op te zeggen.

De ondernemer verzoekt de commissie de klacht ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil

Bevoegdheid
Op grond van artikel 1 lid 1 van het reglement van de commissie heeft de commissie tot taak geschillen tussen een consument en een ondernemer te beslechten voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van overeenkomsten met betrekking tot de door de ondernemer te leveren of geleverde diensten en/of zaken, alsmede op gedragingen van de ondernemer of van voor de ondernemer of door zijn tussenkomst werkzame personen jegens een ouder of een kind, dat gebruik maakt van de diensten van de ondernemer.

De consument heeft de commissie verzocht vast te stellen dat er onvoldoende objectieve feitelijke grondslag was voor beschuldigingen, vast te stellen dat de ondernemer onvoldoende onderzoek gedaan heeft naar de incidenten en daardoor de aanleiding niet heeft betrokken in haar beslissingen, dat de beëindiging van de overeenkomst hier niet op gebaseerd had mogen worden, op te nemen welke feitelijke stellingen van de ondernemer onjuist dan wel onvoldoende bewezen zijn en te gelasten dat de onjuiste beschuldigingen worden gerectificeerd of ingetrokken.

Gelet op de bevoegdheid van de commissie kan niet op voornoemde onderdelen worden beslist. Deze vallen buiten de bevoegdheid van de commissie.
De commissie zal, voor zover mogelijk, wel een en ander meewegen in haar oordeel over de beëindiging van de overeenkomst. De beëindiging van de overeenkomst vormt de kern van de klacht.

Toetsingskader
Op de overeenkomst tussen de consument en de ondernemer zijn de Algemene voorwaarden voor Kinderopvang, Dagopvang en Buitenschoolse opvang 2025 (hierna te noemen: Algemene voorwaarden) van toepassing. Uit artikel 6 lid 3 sub b onder iii van de Algemene voorwaarden volgt dat de ondernemer slechts bevoegd is de overeenkomst op te zeggen indien sprake is van een gegronde reden. Van een gegronde reden is sprake als een kind een extra verzorgingsbehoefte heeft die de overeengekomen zorg overschrijdt of de ondernemer die zorg feitelijk niet kan verlenen. Ook in geval de zorg voor een kind de dienstverlening van de ondernemer aan de kinderen van andere ouders belemmert of onevenredig verzwaard is sprake van een gegronde reden.

Opzegging van de overeenkomst door de ondernemer vindt plaats met inachtneming van de opzegtermijn, door middel van een aan de consument gerichte schriftelijke verklaring. De ondernemer motiveert de opzegging.

Conform eerdere jurisprudentie van de commissie merkt de commissie een eenzijdige beëindiging van de overeenkomst aan als een toekomstige weigering van de toegang tot de opvang. Dit betekent dat de bepalingen, die zien op de weigering van de toegang (in dit geval artikel 10 van de Algemene voorwaarden), van overeenkomstige toepassing zijn op dit geschil.

Voordat de ondernemer op deze grond de toegang weigert, waarschuwt de ondernemer de ouder, tenzij een waarschuwing redelijkerwijs niet kan worden verlangd vanwege de ernst of de spoed.

Beëindiging overeenkomst
Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting door de ondernemer naar voren is gebracht, is gebleken dat sprake is van sociaal-emotionele en cognitieve problematiek bij de zoon van de consument. De ondernemer heeft vanaf 2024 geprobeerd een passende oplossing te vinden, dit binnen de mogelijkheden die zij heeft als reguliere buitenschoolse opvang. Dit heeft echter niet tot het gewenste resultaat geleid. De ondernemer heeft, ter waarborging van de veiligheid van werknemers en andere kinderen op de opvang, de overeenkomst opgezegd.

De commissie stelt vast dat de ondernemer meermaals interventies heeft toegepast en heeft gezocht naar mogelijkheden om de opvang van de zoon van de consument voort te zetten, tegemoet te komen aan de zorgen van de consument en de veiligheid van alle betrokkenen te waarborgen. Het komt de commissie voor dat de ondernemer ver is gegaan in het zoeken naar oplossingen en zelfs overgegaan is tot interne coaching van de betrokken medewerkers. Dit terwijl deze medewerkers hebben moeten handelen om de veiligheid van de andere kinderen en medewerkers te waarborgen.

De commissie stelt vast dat de ondernemer, gelet op de genomen maatregelen en het feit dat deze niet tot een structurele verandering hebben geleid, voldoende zwaarwegende redenen had om tot een einde van de opvangovereenkomst te komen.

Het feit dat er voldoende zwaarwegende redenen waren om tot een einde van de overeenkomst te komen betekent niet dat aan de opzegging geen eisen mogen worden gesteld. De consument dient voorafgaande aan een opzegging een waarschuwing te krijgen, inhoudende dat bij onveranderd gedrag de overeenkomst opgezegd zal worden. Deze waarschuwing is achterwege gebleven, waardoor de beëindiging van de overeenkomst voor de consument als een verrassing is gekomen.

Hoewel de commissie kan vaststellen dat er veel gesprekken zijn gevoerd, is een dergelijke waarschuwing aan de consument niet (schriftelijk) vastgelegd, terwijl dit op grond van artikel 10 lid 2 onder b van de Algemene voorwaarden wel vereist is.

Conclusie
De commissie komt, ten aanzien van de klachtonderdelen waartoe zij wel bevoegd is, tot de navolgende beoordeling.

De commissie stelt vast dat de ondernemer zich voldoende heeft ingespannen een opvang voor de zoon van de consument mogelijk te maken, maar dat zij er niet in is geslaagd de opvang voort te zetten en tot een beëindiging van de overeenkomst is overgegaan. De beëindiging is daarmee op zichzelf niet onrechtmatig of onjuist, zodat de commissie de klacht op dit punt ongegrond verklaard.

Het niet vooraf schriftelijk waarschuwen met betrekking tot de beëindiging van de overeenkomst is door de ondernemer ter zitting erkend, zodat kan vastgesteld dat de opzegging niet overeenkomstig de voorgeschreven procedure heeft plaatsgevonden. Dit acht de commissie onzorgvuldig en dit klachtonderdeel gegrond.

De commissie heeft niet vast kunnen stellen dat sprake is geweest van een schending van de privacy, omdat de consument deze klacht onvoldoende heeft onderbouwd. De commissie verklaart de klacht dan ook op dit punt ongegrond.

Omdat de klacht gedeeltelijk gegrond zal worden verklaard dient de ondernemer, conform artikel 19 van het reglement van de commissie, het klachtengeld aan de consument te vergoeden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klacht ten aanzien van de beëindiging ongegrond;
– verklaart de klacht ten aanzien van de wijze van opzegging van de overeenkomst gegrond;
– verklaart de klacht ten aanzien van de privacyschending ongegrond;
– bepaalt dat de ondernemer binnen 14 dagen na verzending van dit bindend advies een bedrag ad € 25,00 aan de consument dient te voldoen ter zake van het klachtengeld;
– verklaart zich onbevoegd ten aanzien van het meer en/of anders gevorderde.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw mr. S.A.M.F. Sjoukes, de heer H. Stel, leden, in aanwezigheid van mr. D. le Pair, secretaris, op 14 juli 2026.

 

Opslaan als PDF