Klacht over declaratie en communicatie advocaat bij echtscheiding ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Advocatuur    Categorie: Kwaliteit dienstverlening    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1325720/1338427

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

Het geschil gaat over de vraag of een advocaat tijdens een echtscheidingsprocedure onterecht kosten heeft gedeclareerd en onvoldoende heeft gecommuniceerd met haar cliënt over een gepland viergesprek dat uiteindelijk niet doorging. De cliënt vond dat de advocaat een e-mail over de annulering van het gesprek niet goed had opgevolgd, waardoor hij onnodig op kantoor verscheen. Ook stelde hij dat werkzaamheden na 21 oktober 2025 geen waarde meer hadden en dat de declaratie daarom grotendeels moest worden terugbetaald. Daarnaast vroeg hij een vergoeding voor emotionele schade en vertraging van de procedure. De commissie oordeelt dat de advocaat zorgvuldiger had kunnen communiceren en dat de wijze van declareren duidelijker had gekund. Ook had zij beter kunnen navragen bij de nieuwe advocaat van de wederpartij of het viergesprek nog doorging. Toch is dit volgens de commissie niet ernstig genoeg om te concluderen dat de advocaat heeft gehandeld in strijd met wat van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht. De advocaat heeft de kosten van het niet doorgegane viergesprek en de voorbereiding daarvan uiteindelijk niet in rekening gebracht. De overige gedeclareerde werkzaamheden, waaronder een bespreking met de cliënt, een alimentatieberekening en het intakegesprek, acht de commissie redelijk. Daarom wordt de klacht ongegrond verklaard en wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Wel moet de advocaat nog een restant van het betaalde voorschot van € 230,45 aan de cliënt terugbetalen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat, de omvang van de door de advocaat in rekening gebrachte kosten en de schade die de cliënt stelt te hebben geleden door toedoen van de advocaat.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De advocaat heeft de cliënt bijgestaan inzake zijn echtscheiding,
Op 28 oktober 2025 stond een viergesprek met de wederpartij en haar advocaat gepland, op het kantoor van de advocaat. De cliënt was op het afgesproken tijdstip op het kantoor van de advocaat aanwezig. De wederpartij noch haar advocaat is verschenen. De advocaat stelt dat zij pas ter plaatse, via telefonisch contact van haar secretaresse met de wederpartij, heeft vernomen dat het gesprek geen doorgang zou vinden. Echter, de advocaat van de wederpartij heeft op 21 oktober 2025 al een e-mail naar de advocaat gestuurd met de annulering van het geplande viergesprek vanwege de beëindiging door de wederpartij van de samenwerking. Deze relevante informatie is door de advocaat vooraf niet onderkend, opgevolgd of geverifieerd. Zij heeft de cliënt niet geïnformeerd dat het viergesprek niet doorging. Hij is daardoor op 28 oktober 2025 onnodig verschenen.

Door de nalatigheid van de advocaat voelde de cliënt zich onvoldoende beschermd tegen onnodige belasting en kosten. Dit heeft geleid tot een onherstelbare vertrouwensbreuk. De cliënt heeft de samenwerking met de advocaat daarom op 30 oktober 2025 beëindigd.

De cliënt is van mening dat de advocaat de kosten vanaf 21 oktober 2025 ten onrechte heeft gedeclareerd. De vanaf deze datum verrichte werkzaamheden hadden geen toegevoegde waarde voor de zaak van de cliënt en zijn het directe gevolg van een interne communicatiefout. Dat tijdens de op 28 oktober 2025 ontstane tijd nog andere onderwerpen zijn besproken, doet hier niet aan af. De advocaat heeft bovendien aanvankelijk het intakegesprek van 27 augustus 2025 niet in rekening gebracht en later met terugwerkende kracht wel.

De cliënt verzoekt de commissie te oordelen dat de declaratie van de advocaat ten bedrage van € 1.535,49 geheel dan wel grotendeels onterecht is. Voorts verzoekt hij de commissie hem een vergoeding toe te kennen voor de emotionele schade die hij door toedoen van de advocaat heeft geleden en voor de onnodige vertraging van het proces.

Standpunt van de advocaat

Voor het standpunt van de advocaat verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De advocaat heeft werkzaamheden verricht in het kader van de echtscheiding van de cliënt, waaronder dossierstudie, correspondentie, advisering, voorbereiding van een viergesprek en het opstellen van een alimentatieberekening.

Vanaf aanvang van de opdracht, eind augustus 2025, is ingezet op een minnelijke afwikkeling van de echtscheiding, waaronder het organiseren van een viergesprek. Daartoe is herhaaldelijk met de advocaat van de wederpartij gecorrespondeerd en zijn over en weer beschikbare data uitgewisseld. Het viergesprek is uiteindelijk gepland op 28 oktober 2025. De toenmalige advocaat van de wederpartij heeft op 21 oktober 2025 bericht dat zij zich aan de zaak had onttrokken en dat zij niet bij het geplande viergesprek zou verschijnen. Tevens werd meegedeeld dat de wederpartij zich tot een andere advocaat had gewend.
Bij e-mail van 24 oktober 2025 heeft zich een andere advocaat gemeld als opvolgend advocaat van de wederpartij. In deze e-mail is geen bevestiging gegeven van deelname aan het viergesprek, noch werd een alternatieve datum voorgesteld.
Bij het geplande viergesprek verschenen de wederpartij en haar nieuwe advocaat niet. In het telefonisch contact met deze advocaat is meegedeeld dat hij wel wist van het bestaan van een viergesprek, maar dat hij de datum niet kende en dat zijn cliënte bovendien nog geen viergesprek wenste.

De advocaat is van mening dat zij niet verplicht was om te verifiëren of het viergesprek doorgang zou vinden; het lag primair op de weg van de wederpartij en haar advocaat om, na overname van het dossier, duidelijkheid te verschaffen over deelname aan een reeds gepland overleg. Het niet doorgaan van het viergesprek lag buiten de invloedsfeer van de advocaat en kan haar niet worden toegerekend. In overleg met de cliënt is besloten de gereserveerde tijd zinvol te benutten door hem nader juridisch te informeren. Van onnodige of onzorgvuldige tijdsbesteding is derhalve geen sprake. Daarnaast miskent de cliënt dat de werkzaamheden na 21 oktober 2025 niet uitsluitend zagen op het geplande viergesprek, maar mede op advisering over zijn rechtspositie, de alimentatiekwestie en mogelijke vervolgstappen in het dossier. Deze werkzaamheden vielen binnen de verstrekte opdracht en zijn verricht in het belang van de cliënt.

De advocaat heeft het gesprek van 28 oktober 2025 niet in rekening gebracht. Ook diverse andere werkzaamheden zijn uit coulance niet gefactureerd. Het verzoek van de cliënt van 30 oktober 2025 om de werkzaamheden te staken, is direct gerespecteerd. Nadien zijn geen inhoudelijke werkzaamheden meer verricht. De kosten van 1,45 uur intake zijn ten onrechte niet vermeld in de conceptdeclaratie, die aan de cliënt desgevraagd op 29 oktober 225 is verstrekt. Dit is later gecorrigeerd in de definitieve declaratie.
Na verrekening van de verrichte werkzaamheden resteert nog een restant van € 230,45 van het door de cliënt betaalde voorschot. De advocaat heeft de cliënt verzocht om aan te geven op welk rekeningnummer dit uitbetaald kan worden, maar de cliënt heeft dit niet laten weten.

Met betrekking tot de door de cliënt verzochte schadevergoeding ontbreekt iedere feitelijke en juridische onderbouwing van causaal verband, aansprakelijkheid en omvang van de gestelde schade.

De advocaat heeft de opdracht zorgvuldig uitgevoerd, de cliënt adequaat geïnformeerd en uitsluitend daadwerkelijk verrichte werkzaamheden gedeclareerd, waarbij geheel onverplicht en uit coulance de nodige werkzaamheden niet in rekening zijn gebracht.
Zij verzoekt de commissie derhalve de klacht ongegrond te verklaren en de verzoeken van de cliënt af te wijzen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat.

De cliënt stelt dat de advocaat hem ten onrechte kosten in rekening heeft gebracht voor werkzaamheden vanaf 21 oktober 2025, omdat deze betrekking hebben op een viergesprek dat uiteindelijk niet heeft plaatsgevonden; de wederpartij had de samenwerking met haar eerste advocaat beëindigd en is niet verschenen met haar nieuwe advocaat.

De commissie stelt vast dat de cliënt de advocaat bij e-mail van 29 oktober 2025 heeft verzocht:
“Goedemorgen zou u zo vriendelijk willen zijn om mij een specificatie van de kosten die tot nu toe zijn gemaakt te sturen zodat ik weet waar ik aan toe ben financieel”.
Namens de advocaat is op diezelfde dag via de e-mail een ‘factuur (ONTWERP)’ met bijbehorende specificatie gestuurd waarop vanaf 21 oktober 2025 de volgende werkzaamheden en kosten staan vermeld:

Datum Type Omschrijving Bedrag incl. BTW
22/10/2025 Bespreking met cliënt Bespreking met cliënt € 568,70
28/10/2025 Alimentatieberekening Alimentatieberekening € 284,35
28/10/2025 Bespreking met cliënt ivm 4-gesprek € 568,70
28/10/2025 Voorbereiding (Tel) gesprek Voorbereiding 4-gesprek € 113,74

Volgens de cliënt is het totaalbedrag van € 1.535,49 bij hem in rekening gebracht.

Echter, de commissie stelt vast dat deze declaratie een ontwerp (concept) betrof om de cliënt – conform zijn verzoek – op de hoogte te brengen van de tot dat moment in zijn dossier gemaakte uren. De advocaat heeft de cliënt op 16 januari 2026 een definitieve declaratie doen toekomen. In de daarbij verstrekte specificatie zijn de werkzaamheden vanaf 21 oktober 2025 en de kosten daarvan als volgt opgenomen:
Datum Type Omschrijving Bedrag incl. BTW
22/10/2025 Bespreking met cliënt Bespreking met cliënt € 483,40
28/10/2025 Alimentatieberekening Alimentatieberekening € 284,35
28/10/2025 Bespreking met cliënt ivm 4-gesprek dat niet doorging € 0,00
28/10/2025 Voorbereiding (Tel) gesprek Voorbereiding 4-gesprek € 0,00

Hieruit blijkt dat de advocaat – anders dan de cliënt stelt – over de periode van 22 oktober 2025 tot en met 28 oktober 2025 niet € 1.535,49 maar € 767,75 in rekening heeft gebracht. De kosten van het niet doorgegane viergesprek zelf en de telefonische voorbereiding daarvan heeft de advocaat in de definitieve declaratie op ‘€ 0,00” gezet.

Verder is op de conceptdeclaratie – zoals de cliënt terecht stelt – het intakegesprek van 27 augustus 2025 niet vermeld, hetgeen in de definitieve declaratie is gecorrigeerd.

De commissie kan zich voorstellen dat de wijze van declareren van de advocaat voor de cliënt nogal onduidelijk is geweest. Zij is van oordeel dat dit zorgvuldiger had gekund.

De advocaat heeft voorts desgevraagd ter zitting verklaard dat zij de e-mail van de eerste advocaat van de wederpartij van 21 oktober 2025 niet aan de cliënt heeft doorgestuurd. Dit had naar het oordeel van de commissie wel op haar weg gelegen. Vast staat voorts dat de nieuwe advocaat de advocaat op 24 oktober 2025 een e-mail heeft gestuurd met de mededeling dat zij het dossier had overgenomen.
Evenals de Deken – die naar aanleiding van de door de cliënt tegen de advocaat ingediende tuchtklacht zijn visie over de kwestie heeft gegeven -, is de commissie van oordeel dat het zorgvuldiger zou zijn geweest dat de advocaat bij de nieuwe advocaat navraag had gedaan of het viergesprek doorgang zou vinden.

Hoewel het handelen van de advocaat zowel ten aanzien van de wijze van declareren als de communicatie met de cliënt over het viergesprek niet de schoonheidsprijs verdient, acht de commissie dit onvoldoende voor de conclusie dat de advocaat niet heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat.

Aan de orde zijn dan de door de advocaat over de periode van 22 oktober 2025 tot en met 28 oktober 2025 (daadwerkelijk) in rekening gebrachte kosten. Zoals hiervoor overwogen, heeft de advocaat het viergesprek en de telefonische voorbereiding daarvan niet in rekening gebracht. De cliënt heeft niet weersproken dat er op 22 oktober 2025 een bespreking heeft plaatsgevonden. Dat de advocaat daarvoor kosten in rekening heeft gebracht, komt de commissie niet onredelijk voor. De cliënt heeft ter zitting bezwaar gemaakt tegen de kosten voor het maken van de alimentatieberekening. Echter, ook deze kosten komen de commissie niet onredelijk voor. Immers, de advocaat heeft deze berekening gemaakt ter voorbereiding op het viergesprek en op dat moment was nog niet duidelijk dat de wederpartij uiteindelijk geen alimentatie zou vragen.

Met betrekking tot het intakegesprek van 27 augustus 2025 overweegt de commissie nog dat de advocaat onweersproken heeft gesteld dat dit gesprek daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, dat tijdens dit gesprek de zaak van de cliënt inhoudelijk is besproken en dat dus niet louter een kennismakingsgesprek betrof.

Het geheel overziende is de commissie van oordeel dat de advocaat niet bovenmatig heeft gedeclareerd.
Na verrekening van het voorschot – dat de cliënt aan de advocaat heeft betaald -, heeft de cliënt blijkens de declaratie van 16 januari 2026 nog een bedrag van € 230,45 tegoed. De commissie gaat ervan uit dat de advocaat dit bedrag aan de cliënt overmaakt op de haar – door de betaling van het voorschot – kennelijk bekende bankrekeningnummer. Voor zover dit bankrekeningnummer voor de advocaat niet meer te achterhalen is, dient de cliënt dit aan de advocaat door te geven.

De door de cliënt verzochte schadevergoeding zal worden afgewezen, nu van schade door toedoen van de advocaat niet is gebleken.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart de klacht ongegrond en wijst het door de cliënt verlangde af;

– bepaalt dat de advocaat het bedrag van € 230,45 aan de cliënt dient te restitueren.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Advocatuur, bestaande uit de heer mr. J. van der Groen, voorzitter, de heer mr. T.B.M. Kersten en de heer mr. P. Rijpstra, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, secretaris, op 8 juli 2026.

 

Opslaan als PDF