Onvoldoende transparantie en tekortschietende dienstverlening door advocaat

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Advocatuur    Categorie: Kwaliteit dienstverlening    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1329183/1351746

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

Het geschil gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van een advocaat en de kosten die daarvoor in rekening zijn gebracht. De cliënte vond dat de advocaat verwachtingen had gewekt die niet zijn waargemaakt, omdat het behaalde resultaat uiteindelijk niet verder ging dan de teruggave van btw die al eerder was toegezegd. Daarnaast klaagde zij dat de advocaat haar niet had geïnformeerd toen het betaalde voorschot was verbruikt, waardoor zij geen inzicht had in de oplopende kosten. De advocaat stelde dat hij aan zijn inspanningsverplichting had voldaan, dat de werkzaamheden correct waren uitgevoerd en dat de cliënte zelf had besloten de opdracht te beëindigen. De commissie oordeelde echter dat de advocaat onvoldoende transparant is geweest over de kosten en de tijdsbesteding. Ook heeft de advocaat volgens de commissie onvoldoende inzicht gegeven in de inhoud van zijn werkzaamheden, waardoor niet kon worden vastgesteld dat hij volledig aan zijn inspanningsverplichting had voldaan. Daarom concludeerde de commissie dat de dienstverlening niet volledig aan de professionele standaard voldeed. De klacht werd gegrond verklaard. Het door de cliënte in depot gestorte bedrag van € 700,59 moet aan haar worden terugbetaald en de advocaat moet daarnaast € 52,50 aan klachtengeld vergoeden. Het verzoek om volledige restitutie van alle gemaakte kosten werd afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat en de daarvoor door de advocaat in rekening gebrachte kosten.

De cliënt heeft een bedrag van € 700,59 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van cliënte

Voor het standpunt van cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Cliënte stelt allereerst dat de door de advocaat gewekte verwachtingen niet in verhouding staan tot het uiteindelijke resultaat.
Het uiteindelijke resultaat bestond uit het terugkrijgen van de btw, wat feitelijk al was toegezegd aan cliënte voordat de advocaat betrokken was, aangevuld met de voorwaarde dat cliënte niet naar de Geschillencommissie Makelaardij zou stappen. Per saldo is cliënte dan ook slechter af dan voor het inschakelen van de advocaat. Voorts stelt cliënte dat de advocaat onvoldoende transparant is geweest over het gebruik van het door cliënte betaalde voorschot. Zij is nimmer door de advocaat geïnformeerd dat het voorschot op was. Hierdoor had zij geen inzicht in het oplopen van de kosten en geen mogelijkheid om haar positie te heroverwegen. Deze werkwijze is onvoldoende transparant en in strijd met de zorgplicht die van een advocaat mag worden verwacht, aldus cliënte. De eindafrekening kwam voor cliënte dan ook als een totale verrassing.

Cliënte verzoekt de commissie om te beoordelen of de dienstverlening heeft voldaan aan de professionele standaard, te beoordelen of de declaratie redelijk en billijk is en te bepalen of (gedeeltelijke) restitutie van de kosten op zijn plaats is.

Standpunt van de advocaat

Voor het standpunt van de advocaat verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De advocaat stelt dat hij volledig heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting en dat geen sprake is geweest van disproportioneel declareren. Bovendien heeft cliënte er zelf voor gekozen de opdracht te beëindigen en zich tot de commissie te wenden. De advocaat begrijpt niet waarop de veronderstelling van cliënte is gebaseerd dat zij een gedeelte van haar voorschot zou terugkrijgen, nu de eindafrekening pas later kwam. Uit deze einddeclaratie blijkt dat de werkzaamheden zijn verricht in de periode 28 oktober 2025 tot en met 24 november 2025 en dat het betaalde voorschot van € 1.250,- exclusief btw op 7 november 2025 was verbruikt. Dat na 7 november 2025 niet een nieuwe voorschotdeclaratie is verstuurd, vindt haar oorzaak in het feit dat de advocaat cliënte in een e-mailbericht van 7 november 2025 heeft verzocht telefonisch contact met hem te zoeken in het kader van een aanbod van de wederpartij. De advocaat hield er rekening mee dat de werkzaamheden kort nadien zouden worden beperkt tot het doen van een tegenvoorstel. Het valt de advocaat dan ook niet aan te rekenen dat de kwestie niet is geëindigd met het doen van een tegenvoorstel. Het is de keuze van cliënte geweest om de opdracht te beëindigen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de advocaat hanteert dat deze heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat. De commissie overweegt verder dat bij de uitvoering van de opdracht sprake is van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatsverbintenis. De prestatie van de advocaat bestaat niet in het behalen van een bepaald resultaat, maar bestaat daaruit dat de advocaat zich daarvoor dient in te spannen.

De commissie constateert dat de kern van de klacht van cliënte is dat de advocaat haar onnodig op kosten heeft gejaagd door namens cliënte een schikkingsvoorstel aan de makelaar te doen, terwijl dit uiteindelijk geen enkele zin had.

Cliënte heeft zich in verband met een geschil met een makelaar over onder andere de berekende courtage gewend tot de advocaat. Uit de stukken en de mondelinge behandeling is de commissie gebleken dat het de advocaat duidelijk moet zijn geweest dat door de makelaar al was erkend dat cliënte de over de courtage berekende btw zou terugkrijgen. Dit bedroeg een bedrag van € 3.000,-. Nu de advocaat tijdens het intakegesprek heeft aangegeven “haakjes” te zien om méér uit de zaak te halen dan de al toegezegde teruggave van de btw heeft cliënte de zaak aan de advocaat toegezegd. De advocaat heeft op 24 oktober 2025 de opdracht bevestigd. Na ontvangst van het voorschot zou de advocaat de door cliënte toegezonden stukken bestuderen en overgaan tot het concipiëren van een e-mail aan de makelaar in welk kader hij namens cliënte een schikkingsvoorstel zou doen. Cliënte heeft daarop het voorschot van € 1.250,- exclusief btw betaald. Uit de overgelegde opdrachtbevestiging blijkt dat het cliënte duidelijk moet zijn geweest dat het tarief van de advocaat € 310,- exclusief btw per uur is. Tijdens de mondelinge behandeling is door cliënte onweersproken naar voren gebracht dat haar financiële belang € 18.900,- inclusief btw was. Verder is tijdens de mondelinge behandeling duidelijk geworden dat een eerste voorstel dat door de advocaat aan de makelaar is gedaan € 9.084,- inclusief btw bedroeg en dat dit uiteindelijk is geëindigd in een door de makelaar gedane aanbod van teruggave van de btw met daarbij de voorwaarde dat cliënte niet naar de Geschillencommissie Makelaardij zou stappen.

De commissie overweegt allereerst dat zij uit de overgelegde stukken niet kan afleiden wat de inhoud is van de werkzaamheden die zijn verricht. De einddeclaratie is wel voldoende gespecificeerd, maar de daaraan onderliggende stukken zoals onder andere de op 28-10-2025 verstuurde ‘e-mail partij’ en op 12-11-2025 verstuurde ‘e-mail derde’ maken geen onderdeel uit van het dossier dat aan de commissie is overgelegd. Ook blijkt niet hoe de communicatie tussen cliënte en advocaat is geweest over de schikkingsonderhandelingen tussen de advocaat en de makelaar. Uit deze einddeclaratie volgt dat op 10 november 2024 een bedrag van € 1.240,- is gedeclareerd, nagenoeg het gehele voorschot.

Uit het arrest van het Hof van Justitie van 12 januari 2023 (ECLI:EU:C:2023:14) blijkt dat het hof van oordeel is dat weliswaar niet geëist kan worden dat de ondernemer (de advocaat) de consument (de cliënt) volledig informeert over de uiteindelijke financiële consequenties van de overeenkomst, maar dat dit niet wegneemt dat de informatie die verstrekt wordt, de consument in staat moet stellen om met de nodige voorzichtigheid een beslissing te nemen. De informatie die wordt verstrekt, moet aanwijzingen bevatten die de consument in staat stelt bij benadering de totale kosten van de diensten te ramen. Het Hof van Justitie geeft als voorbeeld het geven van een raming van het voorzienbare of minimale aantal uren dat nodig is om een bepaalde dienst te verlenen of het regelmatig tussentijds factureren.

De advocaat heeft tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd verklaard dat hij cliënte niet heeft gemeld dat het voorschot op was. Hij zou een en ander na het einde van de maand bekijken. Het leek er volgens de advocaat op dat nog wat werkzaamheden moesten worden verricht. De advocaat heeft cliënte ook niet tussentijds middels urenspecificaties op de hoogte gehouden van de tijdsbesteding. De commissie is in dit specifieke geval van oordeel dat de advocaat cliënte op deze wijze onvoldoende inzicht heeft gegeven in de kosten en niet heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem kon worden verwacht.

Daarbij komt dat de commissie van oordeel is dat niet is gebleken dat de advocaat (volledig) heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting. Door de commissie kan dit niet worden beoordeeld. De stukken daartoe ontbreken en het had op de weg van de advocaat gelegen de commissie (meer) inzicht te geven in wat de inhoud is geweest van zijn werkzaamheden. Afgaande op dat wat cliënte tijdens de mondelinge behandeling naar voren heeft gebracht, dat naar het oordeel van de commissie onvoldoende is weersproken door de advocaat, moet het er voor worden gehouden dat de advocaat niet heeft gehandeld als een redelijk en vakbekwaam advocaat.

Gelet op dit alles is de commissie van oordeel dat de uitvoering van de opdracht en de kwaliteit van de dienstverlening door de advocaat niet geheel voldoende is geweest, wat er naar het oordeel van de commissie toe leidt dat het door cliënte bij de commissie in depot gestorte bedrag niet aan de advocaat wordt uitbetaald, maar aan cliënte wordt overgemaakt. Ten overvloede overweegt de commissie nog dat zij geen aanleiding ziet om tot volledige restitutie van de kosten over te gaan. Daarvoor is een en ander door cliënte onvoldoende onderbouwd in de stukken en tijdens de mondelinge behandeling.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

verklaart de klacht van de cliënte gegrond;

bepaalt dat de advocaat overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan cliënte dient te vergoeden ter zake van het klachtengeld; betaling dient binnen één maand na verzending van dit bindend advies plaats te vinden;

bepaalt dat het in depot gestorte bedrag van € 700,59 aan cliënte wordt overgemaakt.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

wijst af het meer of anders verlangde.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Advocatuur, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, de heer mr. I.L. Haverkate, de heer B.M.A.J. Felet, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. I. van der Kamp, secretaris, op 18 september 2026.

 

Opslaan als PDF