Commissie: Energie
Categorie: Conformiteit
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
212730/215250
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had een klacht over zijn gasverbruik en de bedragen die hij daarvoor heeft betaald. Hij vond dat de meterstand per 23 januari 2022 niet klopte en dat hij te veel had betaald. De ondernemer gaf aan dat deze meterstand niet door de consument was opgegeven, maar dat het een berekende schatting was op basis van latere gegevens. De ondernemer heeft het verbruik over twee jaren eerlijk verdeeld en alle betalingen van de consument verwerkt in de jaarrekeningen. De commissie heeft onderzocht of de meterstand en betalingen juist zijn verwerkt en komt tot de conclusie dat de schatting van de meterstand redelijk is en dat er geen betalingen ontbreken. Daarom is de klacht ongegrond en hoeft de ondernemer niets terug te betalen.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Partijen discussiëren over het gasverbruik en de door de consument betaalde bedragen. Uit de door de ondernemer na een tussenadvies ingebrachte stukken, blijkt dat de ter discussie staande meterstand in redelijkheid geschat is en dat alle door de consument betaalde bedragen door de ondernemer verwerkt zijn.
Beoordeling
Het gaat in deze zaak in de kern om de meterstand gas per 23 januari 2022. Uit het betoog van de ondernemer was af te leiden dat de consument de meterstand per die datum had opgegeven, hetgeen de consument uitdrukkelijk ontkende. De consument stelde zelf de meterstand per die datum opgegeven te hebben (76.354). Ook gaat het om de door de consument betaalde bedragen.
In de tussenbeslissing heeft de commissie het volgende gevraagd aan de ondernemer:
1. een duidelijk overzicht van het berekende gasverbruik in 2021 en 2022 onder vermelding van geschatte en opgegeven meterstanden en zo de meterstanden geschat zijn, wanneer daarom gevraagd is;
2. de reden van de creditering op 24.2.2023 met € 437,66;
3. de e-mail (of telefoonnotitie) van de door de consument gedane opgave d.d. 23.1.2022 met de meterstand 75.557;
4. een overzicht van alle betalingen van de consument en het door hem verschuldigde in de periode 23.1.2021 tot 23.1.2023.
De consument kon vervolgens daarop reageren, in het bijzonder op het onder 4 vermelde door onder overlegging van betaalbewijzen aan te geven welke betalingen van zijn kant ontbreken.
De ondernemer heeft de gevraagde stukken overgelegd. De consument heeft daarop gereageerd.
Uit de stukken van de ondernemer volgt dat de door hem gehanteerde meterstand per 23 januari 2022 (75.557) als eindstand van het jaar 2021/2022 niet berust op een opgave van de consument, maar op een berekening zijnerzijds die gebaseerd is op een opgave van de consument betreffende de meterstand per 5 februari 2023. Die opgave luidde 76.816 welke opgave de ondernemer gehanteerd heeft als eindstand van het jaar 2022/2023. De ondernemer heeft, omdat hij toen bemerkte dat de door hem gehanteerde meterstand per 23 januari 2022 (76.354) niet kon kloppen die meterstand aangepast naar 75.557, aldus het verbruik over de jaren 2021/2022 en 2022/2023 gelijkelijk verdelend (elk jaar 1259 m³). De consument toont niet aan dat hij een meterstand per 23 januari 2022 aan de ondernemer heeft opgegeven. De commissie komt tot het oordeel dat de schatting van de ondernemer per 23 januari 2022 redelijk is. Hij mocht het verbruik over beide jaren corrigeren toen hij bemerkte dat de gehanteerde meterstand per 23 januari 2022 niet kon kloppen. De klacht wordt dan ook in zoverre afgewezen. Terzijde merkt de commissie op dat, zo de meterstand van de consument gevolgd zou worden, dat zou leiden tot een herziening van de jaarafrekening over 2022/2023. Immers dan zou de eindstand van 2021/2022 de beginstand van 2022/2023 moeten zijn, hetgeen zou betekenen dat weliswaar de rekening over 2021/2022 omlaag zou gaan, maar de rekening over 2022/2023 zou (hoogstwaarschijnlijk niet in dezelfde mate) omhooggaan.
In zijn reactie heeft de consument niet aangegeven welke betalingen van hem ontbreken in het overzicht van de ondernemer. Nu de consument geen ontbrekende betalingen aanwijst, concludeert de commissie dat alle betalingen van de consument in de jaarrekeningen van de ondernemer verwerkt zijn. Ook in zoverre wordt de klacht afgewezen.
De aan de ondernemer gestelde vraag omtrent de creditering op 24 februari 2023 blijkt betrekking te hebben op het terugdraaien van de ingetrokken jaarnota over 2021/2022 en is daardoor niet meer relevant voor onderhavig geschil.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer R.A. Timmer, de heer H.W. Zuur, leden, op 7 maart 2024.