Commissie: Energie
Categorie: Bevoegdheid inzake bepaling hoogte definitief energielabel
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bevoegdverklaring
Uitkomst: bevoegd
Referentiecode:
1050138/1075053
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De ondernemer stelde dat de Geschillencommissie Energie niet bevoegd was om het geschil te behandelen, omdat de consument woont in een complex waar de verhuurder verantwoordelijk is voor het inpandige warmtenet. De commissie oordeelde echter dat de ondernemer zelf een overeenkomst heeft met de consument en kosten in rekening brengt, waardoor zij bevoegd is. Daarnaast wees de commissie de ondernemer op zijn verplichting om alle relevante stukken aan te leveren, waaronder de overeenkomst en algemene voorwaarden, zodat kan worden getoetst of aan de precontractuele informatieplichten is voldaan. De commissie verklaart zich bevoegd het geschil te behandelen.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De commissie is bevoegd van het geschil kennis te nemen. De commissie geeft aanwijzingen aan de ondernemer met betrekking tot de samenstelling van het dossier.
Beoordeling
De ondernemer levert aan de consument warmte. Het geschil heeft betrekking op een rekening met betrekking tot de levering van warmte. De ondernemer voert aan dat de commissie niet bevoegd is het geschil te behandelen, omdat de consument woont in een wooncomplex waar de verhuurder/gebouweigenaar verantwoordelijk is voor het inpandige warmtenet en het leidingstelsel. Dit moge zo zijn, maar dit neemt dit weg dat het de ondernemer is die een overeenkomst heeft met de consument en aan de consument kosten in rekening brengt. Reeds om die reden is de commissie bevoegd van het geschil kennis te nemen.
De commissie ziet aanleiding in het kader van de dossiervorming de ondernemer op het volgende te wijzen. In lijn met de overheidsrechter rekent de commissie het tot haar taak zo nodig ambtshalve te onderzoeken of voldaan is aan de essentiële informatieplichten in de zin van afdeling 5.2B van Boek 6 BW bij het tot stand komen van een overeenkomst met een consument. Dit volgt uit de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677 (met name rov. 3.1.7, 3.1.9, 3.1.10 en 3.1.11). Het betreft informatie die volgens artikel 6:230m lid 1 aanhef BW op duidelijke en begrijpelijke wijze aan de consument moet worden verstrekt vóórdat de consument gebonden is aan de overeenkomst (hierna ook wel aan te duiden als precontractuele informatieplichten). Voorts moet de commissie ambtshalve onderzoeken of de bedingen die op de vervolgens gesloten overeenkomst van toepassing zijn, eerlijk zijn. Om deze toetsen te kunnen uitvoeren moet de commissie beschikken over de voor de beslissing van belang zijnde feiten en stukken. Het ligt op de weg van de ondernemer om deze aan te leveren. De eisen van een goede procesorde brengen met zich mee dat de ondernemer de voor de beslissing van belang zijnde stukken uiterlijk bij verweer volledig en naar waarheid aanlevert aan de commissie. Ook wanneer de ondernemer geen verweerschrift indient dient de ondernemer de voor de beslissing van belang zijnde stukken -voorover deze zich niet al in het dossier bevinden – aan te leveren. In het algemeen gaat het dan om de (ondertekende) overeenkomst en de toepasselijke algemene voorwaarden en andere regelingen waarop de ondernemer zich beroept die op de overeenkomst van toepassing zijn en als algemene voorwaarden zijn aan te merken. Als de ondernemer deze stukken niet aanlevert, kan de commissie, mede gelet op artikel 18 lid 2 (NB dat kan per commissie verschillen) van haar reglement, daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht. Correcte naleving van de precontractuele informatieplichten moet worden onderbouwd, bijvoorbeeld met printscreens, belscripts of andere stukken, die inzicht geven in de bestelprocedure van de ondernemer. Indien precontractuele informatie in de algemene voorwaarden wordt opgenomen, moet worden voldaan aan de vereisten genoemd in het Tiketa-arrest (HvJ EU 24 februari 2022 ECLI:EU:C:2022:112). Ter onderbouwing van de stelling dat in de algemene voorwaarden (een deel van) de verplichte precontractuele informatie is opgenomen, moet worden vermeld waar die informatie in de algemene voorwaarden is opgenomen.
Uit: ECLI:NL:HR:2016:236: “Teneinde een effectieve bescherming van de consument te verzekeren die aan de specifieke omstandigheden van het geval is aangepast, kan een maatregel als het vernietigen van de overeenkomst passend zijn, voor zover daardoor de niet-nakoming van een verplichting wordt bestraft waarvan de vervulling essentieel is voor de wilsvorming van de consument en voor het bereiken van het door de Uniewetgever gewenste beschermingsniveau (HvJEU 17 december 2009, C-227/08 (Martín Martín), punten 31-34; vgl. ook HvJEU 3 oktober 2013, C-32/12, ECLI:EU:C:2013:637 (Duarte Hueros/Autociba), punten 39-43).”
Op grond van het voorgaande acht de commissie zich bevoegd het geschil te behandelen.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart zich bevoegd het geschil te behandelen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, mevrouw mr. J.M. Hoekstra, leden, op 26 juni 2025.