Geen recht op afkoopvergoeding bij voortzetting energiecontract

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie Zakelijk    Categorie: Beëindiging overeenkomst    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 224849/237504

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De verbruiker stelt dat het energiebedrijf de levering voortijdig wilde stoppen en bood een afkoopvergoeding van € 350 aan. De verbruiker vond dit bedrag te laag en eiste € 1.350. De commissie oordeelt dat er geen overeenkomst tot afkoop is ontstaan, omdat het aanbod van het bedrijf niet is aanvaard. Ook heeft het bedrijf de levering voortgezet nadat het aanbod werd afgewezen. Er is dus geen verplichting tot het betalen van een afkoopvergoeding. De klacht is ongegrond en wordt afgewezen.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Het bedrijf is de verbruiker/aangeslotene geen afkoopvergoeding voor de energieleveringsovereenkomst verschuldigd.

Beoordeling
Aan de orde is of het bedrijf de verbruiker/aangeslotene een vergoeding voor afkoop van de energieleveringsovereenkomst dient te betalen.

De verbruiker/aangeslotene heeft het volgende gesteld.
Het bedrijf heeft besloten de levering van gas en elektriciteit te stoppen voor het aflopen van de overeengekomen duur van de overeenkomst (2 september 2024) met de verbruiker/aangeslotene. Het bedrijf heeft de verbruiker/aangeslotene een vergoeding aangeboden van €350,–, maar dat is met huidige tarieven niet acceptabel. De consument verlangt een bedrag van € 1.350,–.
Het bedrijf heeft geen verweer bij de commissie gevoerd. In de door de verbruiker/aangeslotene overgelegde stukken bevindt zich echter wel het bericht van 1 november 2023 van het bedrijf aan de verbruiker/aangeslotene waarin een standpunt van het bedrijf is aangetroffen.
Gelet op hetgeen de verbruiker/aangeslotene heeft gesteld en de door hem overgelegde stukken, met daarin bedoeld standpunt van de ondernemer, verwerpt de commissie de klacht van de verbruiker/aangeslotene.
Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding daarvan. De commissie verwijst voor deze grondregel naar artikel 6:217 lid 1 Burgerlijk Wetboek. De wet schrijft niet voor op welke wijze aanvaard dient te worden. Mondeling en schriftelijk is mogelijk. Er dient duidelijk te worden dat het aanbod geaccepteerd wordt door degene aan wie dat aanbod gedaan wordt. Gesteld noch gebleken is dat tussen partijen een overeenkomst als bedoeld in dit artikel tot stand gekomen is. Bij dit oordeel is acht geslagen op de inhoud van de eigen klachtbrief van de verbruiker/aangeslotene van 15 juni 2023. Daaruit blijkt dat hij het op 14 juni 2023 gedane aanbod van het bedrijf om hem € 350,– te betalen niet heeft aanvaard. Uit dit bericht blijkt duidelijk dat hij het aanbod te laag vindt. Hij stelt daarin immers dat de aangeboden eenmalige vergoeding die het bedrijf noemt volledig ontoereikend is. Gelet hierop is geen overeenkomst tot afkoop van de leveringsovereenkomst tot stand gekomen. Dit oordeel vindt zijn bevestiging in voormeld bericht van 1 november 2023 van het bedrijf waarin staat dat er geen afkoop tot stand gekomen is omdat de verbruiker/aangeslotene het aanbod van het bedrijf afgewezen heeft.

De verbruiker/aangeslotene heeft in deze procedure voorgesteld dat het bedrijf hem € 1.350,– betaalt, maar dit voorstel is door het bedrijf niet aanvaard, zodat ook om die reden geen overeenkomst tot stand is gekomen. Gesteld noch gebleken is dat het bedrijf gehouden is dit aanbod te aanvaarden. Daarbij wordt betrokken dat in voormeld bericht van 1 november 2023 wordt vermeld dat het bedrijf het bestaande contract respecteert en de levering aan de verbruiker/aangeslotene heeft voortgezet toen het eerder gedane aanbod niet was aanvaard door de verbruiker/aangeslotene. Dit heeft de verbruiker/aangeslotene niet weersproken, zodat de commissie van de juistheid daarvan uitgaat.

Dit alles betekent dat geen grond bestaat voor het oordeel dat het bedrijf de verbruiker/aangeslotene een afkoopvergoeding verschuldigd is.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de verbruiker/aangeslotene verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer mr. C.M.H. Vlaanderen, leden, op 20 maart 2024.

Opslaan als PDF