Commissie: Energie
Categorie: Teruglevering
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
174460/181332
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde dat zij geen btw kreeg over de teruggeleverde stroom, terwijl dat volgens haar wel was afgesproken. Ook vond ze dat haar maandelijkse voorschot niet op tijd was aangepast, terwijl ze al meer dan € 1.000 verschil had tussen verbruik en betaling. De commissie oordeelt dat de ondernemer wél btw vergoedt zoals afgesproken, en dat het voorschotbedrag vanaf september 2022 is aangepast zoals overeengekomen. Er is dus geen sprake van een fout of tekortkoming. De klacht is ongegrond.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument beklaagt zich erover dat de ondernemer geen BTW over de terug geleverde elektriciteit wil vergoeden terwijl dit wel is overeengekomen. Tevens beklaagt zij zich erover dat de ondernemer ten onrechte niet bereid is om binnen een redelijke termijn het maandelijks voorschotbedrag aan te passen, terwijl daar wel aanleiding voor is omdat het verschil tussen het verbruik en de bevoorschotting t/m mei 2022 al tot meer dan € 1.000,– opgelopen. Niet gebleken is dat de ondernemer op beide punten jegens de consument in verzuim verkeerd. Klacht ongegrond.
Beoordeling
Naar de commissie uit de door de consument ingediende stukken begrijpt, beklaagt zij zich erover dat de ondernemer geen BTW over de terug geleverde elektriciteit wil vergoeden terwijl dit wel is overeengekomen. Tevens beklaagt zij zich erover dat de ondernemer ten onrechte niet bereid is om binnen een redelijke termijn het maandelijks voorschotbedrag aan te passen, terwijl daar wel aanleiding voor is omdat het verschil tussen het verbruik en de bevoorschotting t/m mei 2022 al tot meer dan € 1.000,– opgelopen.
De consument verlangt dat de ondernemer toegeeft althans aangeeft dat er BTW wordt geheven over het teruglevertarief overeenkomstig hetgeen staat vermeld bij punt 3.3 van de tussen partijen geldende overeenkomst. Tevens verlangt de consument dat het voorschot in lijn komt te liggen met het verbruik. Daartoe voert zij aan dat het standpunt van vereniging Energie-Nederland is dat de door klanten betaalde voorschotbedragen zo goed mogelijk dienen overeen te komen met het eindbedrag op de nota, dat om zo min mogelijk bij of terug te betalen volgens Energie-Nederland.
De commissie maakt uit de dossierstukken op dat de ondernemer reeds bij e-mail van 28 juli 2022 maar ook daarna, aan de consument heeft uitgelegd dat voor wat betreft de na saldering overgebleven totale teruglevering de terugleververgoeding wordt berekend op basis van het kale daltarief, te vermeerderen met BTW. De commissie kan niet anders dan concluderen dat de ondernemer dus bij herhaling heeft aangegeven te handelen en te zullen blijven handelen overeenkomstig datgene waartoe de ondernemer op dit punt jegens de consument gehouden is. Uit de bij de dossierstukken gevoegde jaarafrekening blijkt niet dat ondernemer op dit punt jegens de consument tekortschiet.
Ook wat betreft het voorschotbedrag is niet komen vast te staan dat de ondernemer zich niet bereid heeft getoond het maandelijkse voorschotbedrag binnen een redelijke termijn aan te passen. Blijkens de dossierstukken zijn partijen op 30 augustus 2022 onderling tot een schikking gekomen waarbij is afgesproken dat de ondernemer het termijnbedrag vanaf september 2022 zal aanpassen naar het afgesproken bedrag van € 30,–. Niet gebleken is dat de ondernemer tekort is geschoten in de nakoming van deze afspraak.
Ambtshalve toetsing
Voor de beoordeling van de klacht is artikel 3.3 van de Productvoorwaarden
Particuliere Kleinverbruikaansluitingen van belang. Dit beding is door de commissie getoetst aan het Europese en Nederlandse (consumenten)recht waarvoor ambtshalve toetsing geldt en de commissie acht dit beding niet in strijd met deze regelgeving.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, mevrouw mr. J.M. Hoekstra, leden, op 23 mei 2024.