Geen contractuele relatie: commissie onbevoegd om geschil over cv-installatie te behandelen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Installerende bedrijven    Categorie: (On)bevoegdheid    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Onbevoegdverklaring   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 224188/244876

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagt over een defecte zoneklep in zijn cv-installatie, waardoor de verwarming op de eerste verdieping niet werkt. De installatie is in 2016 uitgevoerd door een installateur die werkte in opdracht van een bouwbedrijf. De commissie stelt vast dat er geen directe overeenkomst is tussen de consument en de installateur. Omdat de consument alleen een contract heeft met het bouwbedrijf, en niet met de installateur zelf, mag de commissie het geschil niet behandelen. De klacht wordt daarom niet inhoudelijk beoordeeld.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft een gebrek aan een in 2016 in de woning van de consument geïnstalleerde verwarming met cv ketel, in het bijzonder met betrekking tot de in de ketel aanwezige drieweg zoneklep. De installatie is in 2016 uitgevoerd door de ondernemer in onder aanneming van naam bouwbedrijf.

Standpunten van partijen

Voor de standpunten van partijen verwijst de commissie naar de overgelegde stukken.

Het deskundigenonderzoek

De deskundige K. Hermsen heeft de cv installatie aan een onderzoek onderworpen en op 24 maart 2024 een rapport uitgebracht van zijn bevindingen.

De deskundige stelt vast dat de installatie een gebrek vertoont bestaande uit het niet werken van de verwarming op de 1e verdieping. De oorzaak is een defecte zone regeling voor de 1e verdieping. Het gebrek kan worden opgelost door complete vervanging van de defecte zoneklep.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Uit de ter zitting door beide partijen gegeven toelichtingen is komen vast te staan dat tussen de consument en de ondernemer ter zake van de cv installatie geen contractuele band bestaat, slechts tussen de consument en het bouwbedrijf en tussen het bouwbedrijf en de ondernemer. Er bestaat dus ook geen tussen de consument en de ondernemer geldend beding op grond waarvan de commissie de bevoegdheid toekomt het geschil te behandelen.

Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Installerende Bedrijven, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer drs. H.H.F.M. van den Oever, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 23 mei 2024.

Opslaan als PDF