Consument moet energierekening van € 423,71 na verhuizing toch betalen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Beëindiging overeenkomst    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 383803/427329

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument had een energiecontract afgesloten voor één jaar vanaf 15 januari 2024, met een beloofd cadeau van € 240 op de jaarafrekening. Door persoonlijke omstandigheden moest zij verhuizen en wilde het contract op naam van haar ex-partner zetten, die op het adres bleef wonen. De ondernemer gaf aan dat dit niet mogelijk was, waardoor de consument het contract moest beëindigen. Ze kreeg daarna een eindnota van € 423,71 voor vier maanden energieverbruik. De consument vond dit bedrag te hoog en dacht dat er geen extra kosten zouden komen. De Geschillencommissie Energie oordeelt dat de ondernemer volgens de regels een eindafrekening mocht maken en dat het bedrag gebaseerd is op daadwerkelijk verbruik, niet op boetes. Omdat de consument het verbruik niet betwist, moet zij de rekening betalen. De klacht is daarom ongegrond. Wel betaalt de ondernemer de behandelingskosten aan de commissie.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Consument moet de eindnota betalen.

Beoordeling
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft met de ondernemer overeenkomsten gesloten voor levering van elektriciteit en gas op haar woonadres, per 15 januari 2024 voor één jaar, met een cadeau van € 240,00 op de jaarafrekening.
In verband met persoonlijke omstandigheden moest de consument verhuizen. De consument heeft steeds aangegeven dat zij wilde dat de overeenkomsten in stand bleven, op naam van haar ex-partner werden gezet omdat hij op het woonadres bleef wonen waarvoor de overeenkomsten waren afgesloten en dat uitsluitend de tenaamstelling werd aangepast. De ondernemer gaf aan dat overname niet mogelijk was. De consument vindt dat dit mogelijk moet zijn. De consument moest de overeenkomsten opzeggen.

Duidelijk is gevraagd of bij beëindiging extra kosten of boetes in rekening zouden worden gebracht.
Omdat de ondernemer beloofde dit niet te doen heeft de consument de overeenkomsten beëindigd en voor haar ex-partner een nieuw contract aangevraagd. Toch kreeg de consument een jaarrekening van €423,71 voor slechts vier maanden. Bij de consument zijn dus alsnog extra kosten in rekening gebracht.
Vanuit de ondernemer is hierover niet goed gecommuniceerd. De consument had niet hoeven verwachten dat er een eindafrekening zou komen en zeker niet zo’n hoge met extra kosten. Als zij dit zou hebben geweten zou zij met haar ex-partner hebben overlegd om dit goed af te handelen voor de rest van het jaar.
De consument verzoekt daarom kwijtschelding van het gefactureerde eindbedrag.

De ondernemer heeft gemotiveerd verweer gevoerd en verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

Het geschil betreft het gefactureerde bedrag van € 423,71 op de eindafrekening van 11 mei 2024.

De commissie volgt de consument niet in haar standpunt en neemt daarbij het volgende in aanmerking.

Vast staat dat partijen voor de levering van elektriciteit en gas op het woonadres van de consument overeenkomsten hebben gesloten, met als ingangsdatum 15 januari 2024 voor de duur van één jaar. Vast staat ook dat de overeenkomsten tussentijds op verzoek van de consument per 1 mei 2024 zijn beëindigd.

Volgens de toepasselijke algemene voorwaarden (artikel 12.3) van de ondernemer maakt de ondernemer na beëindiging van een overeenkomst een eindafrekening op, waarop berekend wordt hoeveel een klant terugkrijgt of hoeveel er nog bijbetaald moet worden. Dat heeft de ondernemer in dit geval dus ook moeten doen en gedaan. Gelet hierop had de consument als gevolg van de beëindiging van de overeenkomsten per 1 mei 2024 een eindafrekening kunnen verwachten.

Wat betreft de hoogte daarvan heeft de ondernemer uitgelegd dat in het geval van een beëindiging in/na de wintermaanden, zoals hier, een bijbetaling (na voorschotnota’s gebaseerd op een jaar) bij de achteraf opgemaakte eindnota niet ongebruikelijk is. De commissie heeft geen reden te twijfelen aan die uitleg. Ook wordt betrokken de uitleg van de ondernemer dat hij de consument pas na ontvangst van de meterstanden van de datum van afmelding correct kan informeren over de hoogte van de eindafrekening.

Dat door de ondernemer extra kosten in rekening zijn gebracht is niet gebleken. Daarbij wordt betrokken dat de ondernemer heeft aangevoerd dat hij de boete voor vroegtijdige beëindiging niet in rekening heeft gebracht, dat uitsluitend het daadwerkelijk verbruik over de contractperiode in rekening is gebracht en dat de bijbetaling op de eindafrekening geen boete is, maar bestaat uit verbruikskosten die de consument genoten heeft. Dit standpunt wordt bevestigd door de eindnota met specificatie waarop dit te zien is. Met de ondernemer is de commissie van oordeel dat de consument dit verbruik ook had moeten betalen indien de overeenkomsten niet zouden zijn beëindigd, nu sprake is van daadwerkelijk verbruik door de consument gedurende de contractperiode. Het verbruik wordt door de consument niet betwist, zodat zij gehouden is het bedrag op de eindnota te betalen.

Gelet op hetgeen partijen hebben aangevoerd en de door hen overgelegde stukken wordt geen steun gevonden voor het standpunt van de consument dat de ondernemer haar niet of onvoldoende adequaat informatie heeft verstrekt over de (on)mogelijkheden tot contractwijziging en de gevolgen van beëindiging van de overeenkomsten.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer ing. C. Verloop , de heer H.W. Zuur , leden, op 28 oktober 2024.

Opslaan als PDF