Commissie verplicht ondernemer om warmte-metingen uit te voeren

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Overig    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: aanvullende informatie nodig   Referentiecode: 363012/550719

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument vindt dat de ondernemer onvoldoende warmte levert om zijn appartement goed te verwarmen en dat hij daardoor moet bijverwarmen; volgens een servicebedrijf zou de aanvoertemperatuur te laag zijn. De ondernemer stelt dat onderzoek op 25 maart 2024 geen afwijkingen liet zien: bij een buitentemperatuur van 10 graden was de aanvoertemperatuur van 36 graden volgens de stooklijn normaal. Hij vermoedt dat het probleem in de binneninstallatie van de consument zit, die buiten zijn verantwoordelijkheid valt. Omdat het appartement van de consument bovendien als enige een zeer hoog verbruik heeft—ook bij de vorige bewoner—ziet de ondernemer dit als aanwijzing dat de oorzaak intern ligt. De commissie kan echter niet vaststellen dat het probleem inderdaad in de binneninstallatie zit, omdat eerst duidelijk moet worden of de ondernemer steeds warmte levert volgens de stooklijn. Daarom vindt de commissie het noodzakelijk dat de ondernemer gedurende maximaal een jaar metingen verricht naar de aanvoertemperatuur, vooral bij lage buitentemperaturen, en hiervan schriftelijk verslag uitbrengt. De consument mag daarna binnen vier weken reageren, waarna de commissie een bindend advies zal geven. Iedere verdere beslissing wordt voorlopig aangehouden.

De volledige uitspraak

Samenvatting

De commissie acht het noodzakelijk dat metingen worden gedaan met betrekking tot de aanvoertemperatuur in het bijzonder bij lage buitentemperaturen.

Standpunt van de consument

De ondernemer levert onvoldoende warmte om ons appartement te verwarmen. Om ons appartement warm te krijgen moeten we bijverwarmen. Het servicebedrijf dat onze binneninstallatie getest heeft stelde dat de aanvoertemperatuur te laag is.

Standpunt van de ondernemer

De heer [naam] is per 4 december 2023 in het appartement te [adres] komen wonen en heeft voor de levering van warmte een Leveringsovereenkomst met [bedrijf] afgesloten. De heer [naam] heeft vervolgens bij [bedrijf] in 2024 meerdere meldingen gedaan omtrent het niet ontvangen van afdoende warmtelevering.

Op basis van de meldingen heeft een monteur namens [bedrijf] op 25 maart 2024 een bezoek aan het appartement van [naam] gebracht en nader onderzoek verricht. De monteur heeft naar aanleiding van dit bezoek en onderzoek geen afwijkende en/of vreemde zaken met betrekking tot de levering vanuit [bedrijf] aan het woonadres van [naam] kunnen constateren. In het appartement van [naam] is sprake van een afleverset zonder wisselaar (zie de hieronder toegevoegde foto waarop eveneens de demarcatie duidelijk is opgenomen (foto 1)). De afleverset is enkel een directe doorstroming vanuit het centrale systeem met 1 regelklep. Bij het nadere onderzoek door de monteur op 25 maart 2024 is gebleken dat de aanvoertemperatuur 36 graden was de retourtemperatuur 29 graden en de flow 424 liter per uur was Op 25 maart 2024 was de buitentemperatuur circa 10 graden waardoor de aanvoertemperatuur, conform de stooklijn, afdoende is.

Op basis van het onderzoek ontstond bij de monteur het vermoeden dat de oorzaak van de problematiek naar alle waarschijnlijkheid gelegen is in de (werking van de) binnenhuisinstallatie in het appartement van de heer [naam]. De binnenhuisinstallatie behoort niet tot de demarcatie (verantwoordelijkheid) van [bedrijf] maar tot de demarcatie van de woningeigenaar (de heer [naam]) zelf. Dit is door de monteur ook aan de heer [naam] doorgegeven en daarbij is tevens door de monteur aangegeven dat de heer [naam] zelf nader onderzoek naar (de werking van) zijn eigen binnenhuisinstallatie dient te laten verrichten door middel van een warmtecamera op basis waarvan de vloerverwarming van de binnenhuisinstallatie kan worden nagelopen en gecontroleerd. Naar de verwachting van de monteur zal die nadere controle aan de binnenhuisinstallatie van [naam] uitwijzen dat de oorzaak van het probleem zich in de binnenhuisinstallatie van [naam] bevindt. [Bedrijf] is er niet mee bekend dat de heer [naam] een dergelijk nader onderzoek (al dan niet door middel c.q. met behulp van een warmtecamera) naar zijn eigen binneninstallatie heeft laten uitvoeren, althans, [bedrijf] heeft hier verder niets van de heer [naam] op vernomen. Zo heeft [bedrijf] hiervan vanuit de heer [naam] geen terugkoppeling op ontvangen en bijvoorbeeld ook geen deskundigenrapport van de resultaten van een dergelijk onderzoek met behulp van een warmtecamera naar zijn binnenhuisinstallatie van de heer [naam] mogen ontvangen. [Bedrijf] heeft wel een melding vanuit de heer [naam] voorbij zien komen over het bedrijf ‘Gasservice’ dat mogelijk naar zijn binnenhuisinstallatie (waarschijnlijk naar de aanwezige thermostaten en de vloerverdeler) heeft gekeken, echter, zonder enige terugkoppeling van de resultaten op basis van een warmtecamera onderzoek (dan wel van de bevindingen van Gasservice zelf). Op basis van deze enkele melding(en)/ mededelingen vanuit Gasservice (zoals bijvoorbeeld ‘de binneninstallatie is gecontroleerd en in orde bevonden’ c.q. dat ‘de aangeboden temperatuur te laag is’) kan daarnaast geen verklaring worden gegeven waarom het appartement van de heer [naam] het enige adres is waar de binnenhuisinstallatie niet voldoende warmte kan realiseren in de woning van de heer [naam]. De constatering dat de problematiek zich wel degelijk in de binnenhuisinstallatie van de heer [naam] bevindt (zoals door de monteur naar aanleiding van zijn bezoek ook werd geconstateerd), wordt daarentegen wel versterkt door het feit dat het appartement van de heer [naam] het enige woonadres is dat hinder ondervindt van die betreffende problematiek. Uit een nadere controle van het verbruik van naastgelegen en vergelijkbare appartementen als die van de heer [naam] (de buren op het complex [adres B]) in het computersysteem van [bedrijf] blijkt namelijk ook dat de heer [naam] de enige bewoner van deze appartementen is met een dergelijk hoog verbruik. Het appartement van de heer [naam] springt er qua verbruik dus bovenuit (qua verbruik aantal GJ’s). De heer [naam] is pas in december 2023 in het appartement komen wonen, echter, ook de voorgaande bewoner van ditzelfde appartement had het hoogste jaarlijkse verbruik qua aantal GJ’s.

Beoordeling

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting heeft de commissie niet kunnen vaststellen dat, zoals de ondernemer stelt, het probleem in de binneninstallatie van de consument zit. Daartoe zal moeten worden vastgesteld dat de ondernemer steeds warmte levert conform de stooklijn. Daarom acht de commissie het noodzakelijk dat daaromtrent door de ondernemer metingen worden gedaan en dat daarvan schriftelijk verslag wordt uitgebracht aan de commissie. Daartoe dient de ondernemer een meter plaatsen gedurende maximaal een jaar, waarbij met name ook bij lage buitentemperaturen metingen worden verricht.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer dient gedurende maximaal een jaar metingen te verrichten als hiervoor bedoeld en daarvan schriftelijk verslag aan de commissie uit te brengen. Vervolgens heeft de consument de gelegenheid om binnen 4 weken schriftelijk op dit verslag te reageren, waarna de commissie op basis van de stukken bindend zal adviseren.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer R.A. Timmer, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 24 maart 2025.

Opslaan als PDF