Commissie stelt extra vragen over lage terugleververgoeding en hoge vaste kosten

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Kosten    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: aanhouding beslissing   Referentiecode: 1194150/1268938

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De verbruiker met zonnepanelen vindt dat het bedrijf zich niet houdt aan eerdere toezeggingen over de terugleververgoeding en dat de tarieven sinds juli 2024 extreem ongunstig zijn geworden: een terugleverprijs van slechts € 0,04 en later € 0,01 per kWh, plus een enorme stijging van de vaste kosten. Het bedrijf zegt dat deze tarieven zijn toegestaan, door de toezichthouder zijn beoordeeld en dat zij de hogere kosten van klanten met zonnepanelen moeten doorberekenen. De commissie vindt dat zij het geschil mag behandelen, maar heeft nog onvoldoende informatie om te kunnen oordelen. Daarom stelt zij het bedrijf vier vragen over voor wie deze tarieven gelden, of ze zijn gemeld bij de toezichthouder en of de verbruiker als consument moet worden behandeld. Pas na beantwoording daarvan neemt de commissie een definitief besluit.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Partijen zijn gebonden aan een modelleveringscontract waarin bepaald is dat de netto terugleveringsprijs gelijk is aan de kale stroomprijs. Ook is daarin geen ruimte voor een terugleververgoeding. Het bedrijf heeft voor zijn kosten in verband met de teruglevering compensatie gezocht in een lage kWh-prijs en in verhoging van de vaste kosten. De commissie wenst nader ingelicht te worden en stelt aan het bedrijf een aantal vragen.

Beoordeling

De verbruiker/aangeslotene stelt dat hij een investering in zonnepanelen heeft gedaan ter waarde van € 58.628 nadat hij van de klantenservice van het bedrijf desgevraagd op 19 november 2021 per mailbericht had vernomen: “Allereerst heel mooi te horen dat je gaat investeren in zonnepanelen en daarmee de natuur een handje helpt! Wanneer je meer terug levert dan je verbruikt, wordt die hoeveelheid vergoed tegen het kale tarief per kWh.” Het bedrijf leeft deze afspraak na, echter sinds medio 2024 hanteert het bedrijf daarbij niet een gangbare, concurrerende stroomprijs, maar slechts € 0,04 per kWh en sinds 1 januari 2025 € 0,01 per kWh. Daarbij komt dat het bedrijf de vaste leveringskosten verhoogd heeft van € 99,17 naar € 2.066,12 per jaar. De verbruiker/aangeslotene is van mening dat de tarieven welke het bedrijf nu hanteert niet voldoen aan hetgeen hij mocht verwachten na de toezeggingen die het bedrijf hem in de herfst van 2021 gedaan heeft. De verbruiker/aangeslotene verlangt dat het bedrijf met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2024 een gangbare, concurrerende stroomprijs vergoedt van tenminste € 0,13737 per kWh voor de energie welke hij per saldo teruglevert. Tevens wil de verbruiker/aangeslotene dat het bedrijf als ‘vaste leveringskosten’ hem een redelijk bedrag in rekening brengt (dit was tot en met 30 juni 2024
€ 99,17 per jaar en vanaf 1 juli 2024 € 2.066,12 per jaar, bijna 21 keer zoveel). Subsidiair verwacht de verbruiker/aangeslotene van het bedrijf dat het hem de aanschafwaarde van de zonnepanelen-installatie minus de afschrijving tot 1 juli 2024 betaalt, vermeerderd, zowel primair als subsidiair, met € 5.520,48 aan kosten voor juridische bijstand.

Het bedrijf betoogt allereerst dat de commissie niet bevoegd is een oordeel te geven over de hoogte van prijzen, tenzij sprake is van evident onredelijke prijzen (zie de beslissing in de zaak 193801/195953). In dit kader moet worden opgemerkt dat de [toezichthouder] in beginsel verantwoordelijk is voor het toezicht op de door de energieleveranciers te hanteren tarieven en de regulering daarvan. De door verbruiker/aangeslotene bestreden vaste en variabele leveringskosten zijn onderhevig geweest aan toetsing door de [toezichthouder] en door de [toezichthouder] als niet onredelijk bestempeld. De verbruiker/aangeslotene heeft een modelcontract, een contract voor onbepaalde tijd met variabele tarieven. In november 2021 heeft verbruiker/aangeslotene contact gezocht met de klantenservice van het bedrijf, met de vraag welke vergoeding het bood voor teruggeleverde elektriciteit. De verbruiker/aangeslotene gaf daarbij aan dat hij overwoog een aantal zonnepanelen te plaatsen. De klantenservice heeft hem toen geïnformeerd dat voor de netto teruglevering (waarvan alleen sprake is als er op jaarbasis na salderen op een aansluiting meer wordt teruggeleverd dan verbruikt) een vergoeding geldt ter hoogte van het kale leveringstarief, en dat die vergoeding op dat moment (november 2021) € 0,068 per kWh bedroeg (uitgaande van enkel tarief). Begin 2022 zijn de zonnepanelen op het leveradres in gebruik genomen. De kale leveringstarieven en de vaste leveringskosten van het modelcontract (en dus ook de netto terugleververgoeding) zijn sindsdien steeds per 1 januari en 1 juli aangepast Alle tariefwijzigingen zijn tijdig aan contractant gecommuniceerd. Alle tarieven zijn door de [toezichthouder] beoordeeld en niet onredelijk bevonden. Onderzoek door en standpunt van de [toezichthouder]: Op 12 maart 2024 heeft de [toezichthouder] een rapportage, getiteld “Meerkosten van klanten met zonnepanelen voor energieleveranciers” gepubliceerd. In dit rapport geeft de [toezichthouder] de uitkomsten weer van een verkennende studie naar eventuele meerkosten voor energieleveranciers als gevolg van het toenemende aantal zonnepanelen. De [toezichthouder] stelt vast dat er drie oorzaken zijn waarom leveranciers worden geconfronteerd met meerkosten: hogere inkoopkosten, hogere onbalanskosten en extra kosten die samenhangen met de salderingsregeling. De [toezichthouder] concludeert op basis van verzamelde informatie dat de kosten voor een leverancier voor een gemiddelde klant met zonnepanelen in 2023 op jaarbasis enkele honderden euro’s hoger waren dan van een vergelijkbare klant zonder zonnepanelen. Op [datum] heeft de [toezichthouder] de Rapportage [naam] gepubliceerd. Dit betrof een vervolgonderzoek op het eerdergenoemde rapport en bevat de resultaten van een onderzoek naar de redelijkheid van de tarieven van consumenten met zonnepanelen. In dit onderzoek zijn ook de tarieven van het bedrijf beoordeeld. De [toezichthouder] heeft geconcludeerd dat de onderzochte elektriciteitstarieven voor consumenten met zonnepanelen niet onredelijk zijn en binnen het wettelijke kader vallen. De [toezichthouder] stelde ook vast dat de meerkosten van klanten met zonnepanelen door veel leveranciers niet langer worden gesocialiseerd onder alle klanten (dus ook die zonder zonnepanelen), maar deze gericht doorberekenen aan klanten met zonnepanelen. Dit gebeurt door een verhoging van de vaste leveringskosten, of door terugleverkosten in rekening te brengen. De [toezichthouder] concludeert: “Leveranciers mogen op grond van de wet in hun tarieven onderscheid maken tussen consumenten met en zonder zonnepanelen. Uit de Monitor Consumentenmarkt Energie van de [toezichthouder] blijkt dat ook steeds meer leveranciers dat doen. Uit de verkennende studie en uit het vervolgonderzoek bij vier grote leveranciers blijkt dat leveranciers daadwerkelijk extra kosten maken voor consumenten met zonnepanelen en dat er geen aanwijzingen zijn dat de onderzochte leveranciers onredelijke tarieven hanteren. De markt voor de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers is een vrije markt met onderlinge concurrentie. Dat betekent onder meer dat consumenten keuzevrijheid hebben tussen verschillende aanbieders en dat energieleveranciers zullen innoveren in producten, dienstverlening en soort energie die aangeboden wordt om klanten te winnen. Een energieleverancier mag zelf kiezen op welke manier hij meerkosten berekent aan consumenten met en zonder zonnepanelen. Wel dienen de meerkosten een relatie te hebben met het geleverde product. Meerkosten doorberekenen via het gastarief (voor consumenten met zonnepanelen die zowel elektriciteit als gas afnemen bij dezelfde leverancier) mag niet.” Het bedrijf heeft een grote voorkeur voor het doorbelasten van de meerkosten van zonnepanelen via het in rekening brengen van terugleverkosten per zelf opgewekte kWh. Hiermee worden aan klanten in lijn met hun daadwerkelijke volumes aan ingevoede kWh de passende kosten daarvoor in rekening gebracht. Bij nieuwe contracten past het bedrijf die methodiek inmiddels toe. De voorwaarden van een modelcontract bieden echter geen mogelijkheid voor het introduceren van dergelijke terugleverkosten per opgewekte kWh. Gelet op die beperking van het modelcontract heeft het bedrijf ervoor gekozen om ten aanzien van het modelcontract verhoogde vaste leveringskosten te hanteren. Het bedrijf begrijpt dat het in rekening brengen van de meerkosten als gevolg van zonnepanelen door klanten niet altijd wordt gewaardeerd, zeker als dat een (forse) verhoging van de kosten voor klanten oplevert.

De commissie overweegt dat de verbruiker/aangeslotene aanvoert, althans daarop komt het neer, dat de aan hem per 1 juli 2024 en 1 januari 2025 berekende tarieven evident onredelijk zijn. Onder verwijzing naar de door het bedrijf genoemde uitspraak (die de vaste lijn van de commissie weergeeft) is de commissie dan ook bevoegd het geschil te beoordelen.
Als hiervoor overwogen gaat het om de op 1 juli 2024 en 1 januari 2025 jegens de verbruiker/aangeslotene gehanteerde tarieven. De verbruiker/aangeslotene acht die tarieven in strijd met de gemaakte afspraken, althans in strijd met zijn verwachtingen, althans onredelijk.
De commissie acht zich onvoldoende voorgelicht en stelt een aantal vragen die beantwoord dienen te worden door het bedrijf:

a. Zijn de jegens de verbruiker/aangeslotene per 1 juli 2024 en 1 januari 2025 gehanteerde tarieven (waaronder in het bijzonder te verstaan het elektriciteitstarief, waarbij het terugleveringstarief gelijk is aan het kale leveringstarief, en de vaste lasten) alleen op hem van toepassing?
b. Zo de onder a gestelde vraag ontkennend beantwoord wordt, op welke groep klanten van het bedrijf zijn bedoelde tarieven van toepassing (bijvoorbeeld alleen de klanten met een modelcontract of alle klanten)?
c. Zijn bedoelde tarieven gemeld aan de [toezichthouder] en zo ja, heeft het bedrijf van de [toezichthouder] een reactie ontvangen?
d. Kunt u bevestigen, zoals ter zitting gezegd, dat de verbruiker/aangeslotene gelijk te stellen is aan een consument, zodat op hem de aan een consument toekomende rechten van toepassing zijn?
Het bedrijf dient voorgaande vragen te beantwoorden binnen 14 dagen na verzending van deze beslissing. De verbruiker/aangeslotene kan daarop eveneens binnen 14 dagen reageren.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het bedrijf dient binnen 14 dagen na verzending van deze beslissing de hiervoor gestelde vragen te beantwoorden. De verbruiker/aangeslotene kan daarop binnen 14 dagen reageren.

De commissie houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer drs. G.J. Visser, de heer mr. C.J.J. Havermans, leden, op 19 januari 2026.

 

Opslaan als PDF