Annuleringskosten huwelijkse voorwaarden terecht in rekening gebracht door notaris

  • Home >>
  • Notariaat >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Notariaat    Categorie: Kosten    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1315834/1337450

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

Deze zaak gaat over een geschil tussen een cliënt en een notaris over de kosten die in rekening zijn gebracht nadat de opdracht voor het opstellen van huwelijkse voorwaarden werd stopgezet. De cliënt vond de annuleringsfactuur van € 1.447,16 onredelijk hoog, omdat de akte uiteindelijk niet is gepasseerd, er volgens haar geen duidelijke prijsafspraak was gemaakt en de conceptstukken later werden ontvangen dan verwacht. Ook stelde zij dat de notaris onvoldoende duidelijk was over de kosten en verschillende bedragen had genoemd. De notaris voerde aan dat de cliënt opdracht had gegeven voor het opstellen van de huwelijkse voorwaarden, dat de meeste werkzaamheden al waren uitgevoerd voordat de opdracht werd ingetrokken en dat de algemene voorwaarden bepaalden dat ook bij annulering de gemaakte werkzaamheden mochten worden gefactureerd. De Geschillencommissie oordeelde dat voldoende vaststaat dat de cliënt de opdracht heeft gegeven en dat de notaris gerechtigd was de reeds verrichte werkzaamheden in rekening te brengen. De commissie vond de annuleringskosten niet onredelijk, omdat de conceptakten al waren opgesteld en alleen het passeren van de akte nog niet had plaatsgevonden. Ook zag de commissie geen aanwijzingen dat de notaris zijn zorgplicht had geschonden, dat de kosten onvoldoende waren toegelicht of dat sprake was van een onredelijke vertraging. Daarom werd de klacht ongegrond verklaard en werden alle verzoeken van de cliënt afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Cliënte heeft de klacht voorgelegd aan de notaris.

Het geschil betreft de verschuldigdheid van de factuur van de notaris.

Cliënte heeft de betwiste factuur d.d. 16 juli 2025 van € 1.447,16 aan de notaris voldaan.

Standpunt van cliënte

Voor het standpunt van cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 2 juni 2025 hadden cliënte en haar toenmalige partner een afspraak met de notaris voor het opstellen van huwelijkse voorwaarden. Op 3 juni 2025 ontving cliënte een opdrachtbevestiging met een incorrecte factuur ten bedrage van € 2.547,60. Er bleken kosten voor huwelijkse voorwaarden en twee testamenten in de factuur te zijn opgenomen. Op 4 juni 2025 heeft cliënte de notaris gevraagd de kosten voor de testamenten uit de factuur te halen en op 5 juni 2025 heeft zij om een aangepaste factuur gevraagd. De notaris heeft daarop aangegeven dat zij de aangepaste factuur zou ontvangen gelijk met de concept-huwelijkse voorwaarden. Er was op dat moment nog geen akkoord gegeven door cliënte op de prijs voor enkel het opstellen van de huwelijkse voorwaarden.

Cliënte was toegezegd dat zij de concepten binnen ongeveer een week zou ontvangen, maar omdat dat niet gebeurde heeft zij op 16 en 30 juni 2025 bij de notaris navraag gedaan waar de documenten bleven. Op 1 juli 2025 ontving cliënte de concept-huwelijkse voorwaarden en een factuur van € 1.954,63.
Aangezien het huwelijk van cliënte geen doorgang vond, heeft zij het proces tot het opstellen van de huwelijkse voorwaarden vervolgens geannuleerd, waarna zij van de notaris een factuur annuleringskosten van € 1.447,16 ontving, terwijl de voorwaarden niet eens bij de notaris gepasseerd waren. Cliënte was het met deze factuur niet eens, vooral omdat zij niet de gevraagde aangepaste offerte had ontvangen, er geen duidelijke prijsafspraak was gemaakt voor alleen de huwelijkse voorwaarden en omdat de werkzaamheden niet binnen de afgesproken termijn waren uitgevoerd. De termijn werd een maand in plaats van de afgesproken week. Bovendien is cliënte nimmer akkoord gegaan met een bedrag van € 1.954,63.

Op grond van het voorgaande betreft de kern van de klacht van cliënte:
1. het ontbreken van voorafgaande en duidelijke kostencommunicatie;
2. het verstrekken van meerdere, onderling tegenstrijdige declaraties;
3. rekenfouten in eerdere kostenopgaven;
4. een urenspecificatie die niet aansluit op de eindfactuur;
5. het in rekening brengen van kosten zonder voorafgaande toestemming;
6. het te laat leveren van het concept (meer dan drie weken), waardoor cliënte is benadeeld.

Cliënte vindt het factuurbedrag van annuleringskosten ad € 1.447,16 onredelijk hoog voor een niet gepasseerde akte. Cliënte geeft aan bereid te zijn te betalen voor de bespreking en de beperkt verrichte werkzaamheden. De overige gedeclareerde kosten dienen te vervallen.
Om die reden verzoekt cliënte de commissie om:
1. de declaratie te vernietigen of te verlagen;
2. vast te stellen dat de zorgplicht is geschonden;
3. te oordelen dat de kosten onredelijk zijn;
4. te bepalen dat cliënte geen kosten verschuldigd is voor niet-geleverde of te late diensten.

Ter zitting heeft cliënte – voor zover van belang voor de beoordeling van het geschil – het volgende naar voren gebracht.

Cliënte heeft ter zitting benadrukt dat zij aan de notaris te veel heeft betaald nu zij de akte van huwelijkse voorwaarden niet heeft afgenomen. Wat haar daarbij vooral dwars zit is het minimale verschil in de hoogte van de factuur bij afname van de huwelijkse voorwaarden (ad € 1.954,63, waarvoor door de notaris overigens nooit om haar akkoord is gevraagd) en de annuleringsfactuur. Dit verschil is onredelijk klein. Bovendien is in de door haar betaalde annuleringsfactuur zelfs tijd in rekening gebracht voor de momenten dat cliënte contact opnam met de notaris om naar de stand van zaken te vragen.

Standpunt van de notaris

Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 2 juni 2025 heeft een bespreking plaatsgevonden met cliënte, haar (voormalige) partner, de notaris en de kandidaat-notaris, met betrekking tot het opstellen van huwelijkse voorwaarden en testamenten. Naar aanleiding van deze bespreking is op 3 juni 2025 een opdrachtbevestiging aan cliënte toegezonden, waarin een gespecificeerde prijsopgave stond opgenomen voor de kosten verband houdende met het opstellen van de huwelijkse voorwaarden respectievelijk testamenten. Cliënte heeft op 4 juni 2025 bevestigd dat zij uitsluitend de huwelijkse voorwaarden wilde laten opstellen, waarbij cliënte expliciet heeft aangegeven het op prijs te stellen als de huwelijkse voorwaarden zo spoedig mogelijk zouden worden opgesteld en zij deze op korte termijn ter beoordeling zou ontvangen. Met deze (dubbele) bevestiging heeft zij de opdrachtbevestiging voor wat betreft de huwelijkse voorwaarden geaccepteerd en de kosten voor de huwelijkse voorwaarden waren op dat moment voor haar kenbaar en duidelijk. Tussen partijen zijn geen concrete afspraken gemaakt over een exacte termijn waarbinnen de concepten zouden worden toegezonden. Cliënte verzocht tevens om een aangepaste factuur. De opdrachtbevestiging dient echter niet als factuur (declaratie) aangemerkt te worden. De factuur volgt op het moment van toezending van het ontwerp van de akte. Dat is cliënte ook bevestigd, evenals dat in de finale factuur enkel de kosten
voor de huwelijkse voorwaarden zouden staan vermeld. Het was de notaris op dat moment niet duidelijk dat de kosten van de huwelijkse voorwaarden voor cliënte niet duidelijk waren. Verder is het bij de notaris niet gebruikelijk om voor een aangepaste opdracht een nieuwe opdrachtbevestiging in een situatie als de onderhavige te verstrekken, omdat cliënte reeds expliciet opdracht had gegeven tot het opmaken van (enkel) de huwelijkse voorwaarden.

Op 1 juli 2025 zijn het concept van de huwelijkse voorwaarden, de bijbehorende toelichting
en de declaratie aan cliënte toegezonden. Zij heeft daarop niet gereageerd, noch heeft zij bezwaar gemaakt tegen de in rekening gebrachte kosten. Aangezien een reactie van cliënte uitbleef, heeft de notaris op 16 juli 2025 telefonisch contact met haar opgenomen. Cliënte heeft op dat moment aangegeven dat het huwelijk geen doorgang meer zou vinden en zij heeft gevraagd of zij in dat geval kosten aan ons kantoor
verschuldigd was. De notaris heeft cliënte uitgelegd dat in de opdrachtbevestiging uitdrukkelijk is opgenomen dat bij annulering of intrekking van de opdracht de tot dat moment gemaakte kosten voor de verschuldigde werkzaamheden in rekening worden gebracht en dat in haar geval aan werkzaamheden enkel nog het passeren en inschrijven van de akte resteerde.
De notaris heeft op dat moment aangegeven een aangepaste factuur toe te zenden, waarop de resterende werkzaamheden – de kosten voor het passeren en inschrijven van de akte- in mindering zouden worden gebracht. De daadwerkelijke kosten aan honorarium voor de reeds verrichte werkzaamheden, berekend op basis van de bestede uren en het uurtarief, waren op dat moment zelfs ruim hoger dan de geoffreerde kosten voor de huwelijkse voorwaarden. Juist omdat de notaris begrip had voor de persoonlijke omstandigheden van cliënte en omdat een deel van de dienstverlening aangaande de huwelijkse voorwaarden niet meer hoefde plaats te vinden, is uit coulance niet het hele geoffreerde bedrag in rekening gebracht, maar is daarop een ruime korting toegepast.

De notaris heeft met het opstellen van de annuleringsfactuur ad. € 1.447,16 redelijk en gerechtvaardigd gehandeld en heeft daarmee aangesloten bij het voorstel van cliënte voor het enkel betalen voor de bespreking en de verrichte werkzaamheden. De notaris heeft dan ook zorgvuldig, redelijk en coulant gehandeld.

Gelet op het voorgaande verzoekt de notaris de klacht ongegrond te verklaren en te oordelen dat de door de notaris verzonden declaratie redelijk en terecht is.

Ter zitting heeft de notaris gereageerd op het klachtpunt over het minimale verschil tussen de facturen van 1 en 16 juli 2025. Het kleine verschil tussen de eindfactuur en de annuleringsfactuur is alleen gelegen in het feit dat behoudens het passeren van de akte alle benodigde werkzaamheden reeds waren verricht. Bovendien heeft de notaris coulance betracht door de honorariumkosten in de annuleringskosten te verlagen van € 1.300,- naar € 1.100,-.

Beoordeling van het geschil

De commissie overweegt het volgende.

In geschil tussen partijen is of de notaris tekort geschoten is in de vereiste zorgplicht door het in rekening brengen van de (aangepaste) declaratie van 16 juli 2025 met factuurnummer [nummer]. De maatstaf die in de rechtspraak hiervoor wordt aangehouden is of de notaris heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk handelend notaris mag worden verwacht.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting staat vast dat de cliënte en haar toenmalige partner op 2 juni 2025 een gesprek hebben gehad op het kantoor van de notaris over in ieder geval huwelijkse voorwaarden. Naar aanleiding van de bespreking heeft de notaris cliënte op 3 juni 2025 een opdrachtbevestiging toegezonden met daarin de verwijzing naar de geldende algemene voorwaarden en voorzien van een gespecificeerde prijsopgave. Cliënte heeft de overeenkomst van opdracht op 4 juni 2025 aanvaard voor wat betreft het opstellen van de huwelijkse voorwaarden onder toevoeging van het verzoek om deze zo spoedig mogelijk in concept te willen ontvangen. Daarmee is naar het oordeel van de commissie genoegzaam komen vast te staan dat cliënte de notaris opdracht heeft gegeven tot het opstellen van huwelijkse voorwaarden. Vervolgens zijn op 1 juli 2025 de concept huwelijkse voorwaarden en de declaratie voor de verrichte werkzaamheden aan cliënte toegestuurd, die daarop niet reageerde. De notaris heeft daarom op 16 juli 2025 contact met cliënte opgenomen, die op dat moment aangaf dat het huwelijk geen doorgang zou vinden. De notaris heeft daarom op 16 juli 2025 een aangepaste declaratie opgesteld, die in de plaats kwam van de declaratie van 1 juli 2025.
De commissie constateert dat de kern van het geschil betreft de hoogte van de declaratie voor de annuleringskosten van 16 juli 2025 ad € 1.447,16 die volgens cliënte niet in verhouding staat tot de declaratie voor verrichte werkzaamheden ad € 1.954,63 die cliënte op 1 juli 2025 ontving, voor de volledige opdracht inclusief het passeren van de akten.

In geschil is of de notaris gerechtigd was om een bedrag van € 1.447,16 aan annuleringskosten bij cliënte in rekening te brengen.

De op de overeenkomst van opdracht van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalen het volgende over verschuldigd honorarium in het algemeen en bij intrekking van een opdracht als volgt:

‘Artikel 5 – Tarieven, meerwerk en verschotten
1. De opdrachtgever is aan (naam notaris) een honorarium verschuldigd dat wordt berekend op basis van het aantal bestede uren vermenigvuldigd met de toepasselijke uurtarieven zoals deze van tijd tot tijd door (naam notaris) worden vastgesteld. Terzake van werkzaamheden kan (naam notaris) een voorschot vragen alvorens met de werkzaamheden wordt aangevangen. Voorts is (naam notaris) gerechtigd tussentijds te
declareren.
(2. …………
9. …………..)
10. Ook werkzaamheden die verricht worden, zonder dat deze uiteindelijk leiden tot een notariële akte, vallen onder de opdracht. (Naam notaris) is bevoegd ter zake van die werkzaamheden alsmede na een ingetrokken opdracht aan de opdrachtgever te declareren op basis van het bepaalde in dit artikel.’

De stelling van cliënte dat de annuleringskosten niet in verhouding staan tot op 1 juli 2025 totaal gedeclareerde bedrag, onderschrijft de commissie niet. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de notaris enkel de reeds uitgevoerde werkzaamheden bij cliënte in rekening heeft gebracht en daar op grond van de algemene voorwaarden ook toe gerechtigd was. Op het moment van annuleren van de huwelijkse voorwaarden door cliënte waren de concept-akten reeds naar cliënte verzonden. Enkel het passeren van de akten heeft uiteindelijk niet meer plaatsgevonden, maar daar staat tegenover dat de notaris niet het volledig geoffreerde bedrag van € 1.300,- van de declaratie van 1 juli 2025 in rekening heeft gebracht, maar in plaats daarvan een bedrag aan honorarium van € 1.100,-.

De notaris heeft dit ook naar het oordeel van de commissie ook duidelijk en zorgvuldig toegelicht, onder meer in een e-mailbericht van 4 september 2025 gericht aan cliënte:
‘Op het moment van intrekken van de opdracht was het overgrote deel van de notariële werkzaamheden aangaande uw huwelijkse voorwaarden reeds verricht. Op het moment van intrekken van de opdracht had mevrouw (naam kandidaat-notaris) met u een uitgebreide bespreking gevoerd, naar aanleiding waarvan de opdrachtbevestiging, het ontwerp van uw huwelijkse voorwaarden, de daarbij behorende toelichting en de factuur zijn opgemaakt en aan u zijn toegezonden en er een aantal contactmomenten zijn geweest. De met deze werkzaamheden gepaard gaande kosten vallen onder het kopje “honorarium” zoals opgenomen op uw aangepaste factuur. De enige resterende juridische werkzaamheden aangaande uw opdracht waren aan onze zijde nog het passeren en registreren van uw huwelijkse voorwaarden, hetgeen niet langer plaats zal vinden. Zodoende zijn de daarmee verband houdende kosten (een gedeelte ad € 200,00 van het oorspronkelijk gefactureerde honorarium (incl. BTW en 6% kantoorkosten), de kosten voor de wettelijke bijdrage aan het kwaliteitsfonds notariaat en de kosten voor de inschrijving van de huwelijkse voorwaarden bij de rechtbank) niet op de aangepaste factuur opgenomen. Volledigheidshalve zend ik bijgaand ook nog de aangepaste factuur inclusief een urenspecificatie toe, waarop u kunt zien dat de daadwerkelijk reeds bestede tijd en de daarmee gepaard gaande kosten zelfs hoger zijn dan nu in rekening is gebracht’.

Cliënte benoemt voorts onder haar juridisch standpunt een aantal klachten over de notaris en stelt dat de notaris een verwijt kan worden gemaakt van het ontbreken van voorafgaande en onduidelijke kostencommunicatie, het verstrekken van onderling tegenstrijdige declaraties, het maken van rekenfouten, het opstellen van een urenspecificatie die niet aansluit op de eindfactuur, het niet vooraf toestemming vragen aan cliënte voor het in rekening brengen van kosten en het te laat aanleveren van het concept huwelijkse voorwaarden. Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting en kijkend naar het verloop van het proces, ziet de commissie geen aanleiding tot gegrondverklaring van deze klachtpunten.
De notaris heeft gedaan waartoe cliënte uiteindelijk opdracht heeft gegeven, het opstellen van alleen de huwelijkse voorwaarden. De commissie overweegt daarbij dat de factuur haar niet bovenmatig voorkomt. Nu de notaris pas tijdens het telefoongesprek van 16 juli 2025 hoorde dat het huwelijk van cliënte geen doorgaan zou vinden en cliënte geen prijs meer stelde op het passeren van de akte huwelijkse voorwaarden, had cliënte er naar het oordeel van de commissie rekening moeten mee houden dat de notaris de reeds gemaakte kosten in rekening zou brengen, temeer nu dat reeds in de opdrachtbevestiging stond vermeld. Wanneer de notaris er door cliënte eerder op was gewezen dat zij de akte niet meer wenste te verkrijgen en haar opdracht introk, waren er mogelijk minder werkzaamheden verricht en waren daarmee de gedeclareerde kosten navenant lager geweest.

Dat de concept huwelijkse voorwaarden te laat en niet conform de overeengekomen termijn aan cliënte zijn verstrekt is de commissie niet gebleken. Vast staat dat cliënte heeft gevraagd de concept-akten zo spoedig mogelijk aan te leveren, echter van een concreet afgesproken termijn is de commissie niet gebleken. Nu de wettelijke procedure bij de notaris voor huwelijkse voorwaarden doorgaans zes tot acht weken in beslag neemt, gerekend vanaf het eerste gesprek tot de daadwerkelijke ondertekening van de akten en in onderhavige kwestie de concept-voorwaarden binnen vier weken door de notaris aan cliënte zijn toegezonden, heeft de notaris binnen een redelijke termijn gehandeld is ook hier geen sprake van het schenden van de zorgplicht.

Gelet op het voorgaande is de commissie van oordeel dat de gedeclareerde annuleringskosten niet onredelijk zijn en de notaris derhalve gerechtigd was om deze kosten in rekening te brengen bij cliënte nu de inspanningen door de notaris verricht, hebben geleid tot de factuur van 16 juli 2025. Het is niet gebleken dat de notaris op enigerlei wijze in deze kwestie de zorgplicht heeft geschonden. De klacht van cliënte zal dan ook ongegrond worden verklaard en haar verzoeken worden afgewezen.

Nu de klacht van cliënte ongegrond wordt verklaard, dient het klachtengeld overeenkomstig het reglement van de commissie voor rekening van cliënte te blijven.

Hetgeen partijen ieder voor zich verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen verdere bespreking, nu dat niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht van cliënte ongegrond en wijst het door haar verzochte af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, de heer mr. M. de Waal, de heer H.W. Zuur, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.M. Bouter – Bijsterveld, secretaris, op 26 juni 2026.

Opslaan als PDF