Bewijs voor het bestaan van een overeenkomst ontbreekt

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Telecommunicatiediensten    Categorie: Bewijs    Jaartal: 2015
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ECD08-0714

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft een internet- en telefoonabonnement.   De consument heeft op 25 september 2008 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Volgens de ondernemer heb ik een internet- en telefonieabonnement bij hem afgesloten dat op 1 oktober 2008 zou ingaan. Ik heb direct nadat ik hierover een brief van de ondernemer had ontvangen een brief teruggeschreven dat ik geen aanvraag had ingediend. Ik heb namelijk al een abonnement bij een kabelbedrijf. Het ontvangen modem, dat gewoon tijdens mijn afwezigheid bij mijn voordeur was neergezet, heb ik na telefonisch overleg met de helpdesk van de ondernemer teruggestuurd. De ondernemer heeft niet gereageerd op mijn brief en heeft het abonnement desondanks laten ingaan. Nadat ik nogmaals een brief had gestuurd, ontving ik een reactie van de ondernemer waaruit bleek dat men op het standpunt bleef staan dat ik een abonnement had aangevraagd en dat ik dit niet tijdig had geannuleerd. Ik heb echter nooit een aanvraag ingediend en ik heb niets ondertekend. De ondernemer heeft intussen wel bedragen van mijn rekening afgeboekt. De ondernemer beschikte over mijn gegevens en mijn bankrekening, omdat ik een mobiel telefoonabonnement heb. Kennelijk heeft de ondernemer van die gegevens gebruik gemaakt.   De consument verlangt onmiddellijke beëindiging van het abonnement en terugbetaling van de bedragen die de ondernemer van haar rekening heeft doen afschrijven.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Op 11 september 2008 werd op naam van de consument een [internet aanbieding van de ondernemer] met [vast bellen van de ondernemer] aangevraagd. Na deze aanvraag werd direct een contract verzonden, gericht aan [het woonadres] van de consument. In deze brief zijn de abonnementsvoorwaarden opgenomen en de mededeling dat het contract binnen 7 werkdagen kan worden geannuleerd. Binnen deze termijn hebben wij geen annulering ontvangen, zodat het abonnement is ingegaan. De contractsperiode is een jaar, zodat het abonnement, dat per 1 oktober 2008 effectief is geworden, niet eerder kan worden beëindigd dan per 1 oktober 2009. Coulancehalve zijn wij echter bereid het abonnement tussentijds te ontbinden per 2 december 2008. Wij gaan niet akkoord met terugbetaling van abonnementskosten. De consument stelt dat zij het modem heeft teruggestuurd, maar dat blijkt niet uit onze administratie.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De consument heeft gemotiveerd betwist dat zij een abonnement bij de ondernemer heeft afgesloten. Hiertegenover dient de ondernemer het bestaan van dat abonnement te bewijzen. Het enkele feit dat de ondernemer kennelijk heeft beschikt over de NAW- en bankgegevens van de consument vormt niet voldoende bewijs. Er dient dus tenminste een door beide partijen ondertekend contract te worden overgelegd en/of een voicelog van een telefoongesprek waarin de consument haar aanvraag heeft bevestigd. De ondernemer heeft geen voicelog overgelegd. Wel heeft de ondernemer een contract overgelegd, maar daarin zijn de namen en adressen onleesbaar gemaakt. Dat moet dus als een standaardovereenkomst worden beschouwd, die geen bewijs levert van een contract op naam van de consument. De ondernemer betwist het modem te hebben terugontvangen. Bij de stukken bevindt zich echter een kopie van een ontvangstbewijs van [de postbezorgdienst] d.d. 29 september 2008, waaruit blijkt dat op die dag een pakket met een gewicht van minder dan 10 kg ter verzending is aangeboden. De commissie beschouwt dit onder de gegeven omstandigheden als voldoende bewijs van de verzending van het modem. De commissie moet concluderen dat niet is komen vast te staan dat tussen partijen een abonnement tot stand is gekomen. De klacht is derhalve gegrond.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer is gehouden de bedragen die hij in het kader van het door de consument betwiste abonnement van de rekening van de consument heeft afgeschreven aan de consument terug te betalen.   Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over de verschuldigde bedragen vanaf de verzenddatum van het bindend advies.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 50,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Elektronische Communicatiediensten  op 20 maart 2009.