Calorische waarde; verbrandingswaarde

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Tariefbepalingen    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ENE06-1071

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de levering van gas.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer brengt, door middel van een berekeningsfactor, meer gas in rekening dan mijn meters als verbruik aangeven.

Het antwoord van de ondernemer op mijn klacht komt – kort samengevat – hierop neer dat door de ondernemer gas wordt geleverd afkomstig uit verschillende gasvelden. Door de verschillende samenstelling van deze gassen hebben zij ieder een andere verbrandingswaarde.

Dit verschil in verbrandingswaarde wordt door een zogenaamde berekeningsfactor gecorrigeerd waarbij door de ondernemer gebruik wordt gemaakt van een standaardwaarde gedefinieerd voor de verbrandingswaarde van gas. Deze gegevens worden door de Gasunie aan de ondernemer verstrekt.

Deze opvatting van de ondernemer is onjuist. In de eerste plaats heb ik met de ondernemer een overeenkomst voor de levering van kubieke meters gas. Een bulkovereenkomst dus. In mijn woning zijn dan ook meters geplaatst die volume registreren. De ondernemer meent mij kwaliteit in rekening te kunnen brengen. De ene kubieke meter gas is energierijker dan de andere. Die overeenkomst heb ik niet met de ondernemer. Bovendien zou levering van energierijker gas geen volumestijging met zich brengen. Dit in strijd met de berekeningsfactor. Bij levering van gas waarbij de ene kubieke meter energierijker is, wordt er minder volume gebruikt. Immers, een gebakken ei is eerder gebakken met energierijker gas en dus is het verbruik (volume) lager. Bij levering van minder energierijk gas wordt meer volume verbruikt voor hetzelfde resultaat. Bovendien zijn mijn meters niet uitgerust voor het meten van het verschil in energie tussen de ene en de andere kubieke meter gas.

De consument verlangt dat het verbruik in rekening wordt gebracht en niet de kilojoules.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument maakt bezwaar tegen het feit dat wij het aantal kubieke meters gas dat op de gasmeter is geregistreerd, vermenigvuldigen met de berekeningsfactor calorische waarde (verbrandingswaarde).

Sinds jaar en dag hanteren energiebedrijven deze berekeningsfactor. In het verleden werd de verbrandingswaarde verdisconteerd in de prijs per kubieke meter gas. Sinds enkele jaren hanteren wij een systeem waarbij een correctie (in het kader van de verbrandingswaarde van het geleverde gas) op de afgelezen meterstanden wordt toegepast en derhalve een van die meterstanden afwijkende hoeveelheid kubieke meters gas in rekening wordt gebracht. Het bevreemdt ons dan ook dat de consument pas nu bezwaar maakt tegen deze methodiek, terwijl deze in de regio Amsterdam in ieder geval al reeds sinds 1997 wordt gehanteerd.

Voorts heeft de commissie in het verleden reeds geoordeeld dat het gebruik van de berekeningsfactor calorische waarde is toegestaan (onder andere dossiers OPN-D02-0354 en OPN-D03-2005). Wij stellen ons gezien het vorenstaande op het standpunt dat wij het gasverbruik op correcte wijze in rekening hebben gebracht en wij derhalve niet hoeven over te gaan tot hetgeen de consument voorstelt als oplossing voor het geschil. Tevens zijn wij van mening de consument op correcte en volledige wijze te hebben geïnformeerd aangaande de berekeningsfactor.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting onderschrijft de commissie het standpunt van de ondernemer. Reeds eerder heeft de commissie beslist dat het op zichzelf correct is dat de ondernemer bij de berekening van de gasprijs rekening houdt met de hogere calorische waarde.

Aangezien de ondernemer tegenwoordig verplicht is de opbouw van rekeningen transparant te maken, is thans duidelijk op welke wijze rekening wordt gehouden met de hogere calorische waarde van het geleverde gas ten opzichte de standaardkwaliteit. Bij een vermenigvuldigingsom van (feitelijk) verbruik x prijs per eenheid x correctiefactor, maakt het echter voor het resultaat rekenkundig gezien niets uit of nu eerst de prijs per eenheid wordt vermenigvuldigd met de correctiefactor (leidende tot een iets hogere eenheidsprijs) en vervolgens dat product met het feitelijk verbruik wordt vermenigvuldigd, dan wel of eerst het feitelijk verbruik wordt vermenigvuldigd met de correctiefactor (leidende tot een iets hoger fictief verbruik) en vervolgens dat product met de normale prijs per eenheid. Al met al betaalt de consument niet meer dan hij ingevolge de overeenkomst aan de ondernemer verschuldigd is. De klacht treft dan ook geen doel.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie en Water op 12 juli 2006.