Commissie beslist: consument moet gereserveerd bedrag alsnog in depot storten

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Procedure    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: voorbeslissing   Uitkomst: aanvullende informatie nodig   Referentiecode: 256932/306815

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kreeg een energierekening van € 5.635,18 voor de periode september 2022 tot augustus 2023. Hij vindt dat een deel van die rekening verjaard is, omdat het verbruik al sinds 2016 loopt. De ondernemer wil geen verjaring toepassen, omdat er geen jaarlijkse meterstanden zijn. De consument vroeg om vrijstelling van het bedrag dat hij nog in depot moet storten (€ 2.907,85), omdat hij een laag inkomen heeft. Hij had eerder een afbetalingsregeling van € 165,49 per maand, maar is daarmee gestopt en heeft dat bedrag op een spaarrekening gezet. De commissie oordeelt dat de consument het gereserveerde bedrag alsnog in depot moet storten en daarna maandelijks € 165,49 moet blijven storten tot het volledige bedrag is bereikt. Pas dan wordt de zaak inhoudelijk behandeld. Als hij stopt met storten, kan de commissie de behandeling stopzetten.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De consument betoogt dat op een door hem ontvangen rekening verjaring toegepast dient te worden. De commissie dient echter eerst over een depotstorting te beslissen.

Beoordeling
De consument kreeg een rekening voor energieverbruik over de periode 10 september 2022 tot en met 14 augustus 2023, groot € 5.635,18. De consument is het met deze rekening niet eens, omdat zijns inziens daarop ten onrechte geen rekening is gehouden met verjaring. Immers in die rekening zit verbruik sinds 7 september 2016. De ondernemer heeft volgens de consument toepassing van verjaring geweigerd, omdat er geen meterstanden per jaar opgegeven zijn. De consument verzoekt ontheffing van het in depot te storten bedrag, dat pro resto € 2.907,85 groot is.

De consument betoogt dat hij oorspronkelijk een afbetalingsregeling met de ondernemer overeengekomen was (€ 165,49 per maand), doch dat hij ermee gestopt is om dat bedrag aan de ondernemer te betalen. Wel stortte hij dat bedrag sindsdien maandelijks op een spaarrekening. Hij voert aan dat zijn inkomen beperkt is (€ 2.458 netto per maand) en dat hij ongeveer € 689,– per maand overhoudt om van te leven. Daarbij heeft hij rekening gehouden met het maandelijks te reserveren bedrag van € 165,49, hypotheeklasten en studieschuld.

De commissie stelt voorop dat het uitgangspunt bij behandeling van geschillen bij haar is dat een betwist bedrag bij de commissie in depot gestort dient te worden voordat tot behandeling wordt overgegaan, tenzij er op grond van inkomen en lasten reden is om van dat uitgangspunt af te wijken.
De commissie overweegt dat de consument kennelijk in staat is bedoeld bedrag van € 165,49 maandelijks te reserveren. Zij komt dan ook tot het oordeel dat de consument de afbetalingsregeling met terugwerkende kracht dient te herstellen. Dat betekent dat hij het op zijn spaarrekening gereserveerde bedrag alsnog in depot stort. De commissie zal vervolgens de zaak in behandeling nemen. De consument dient echter ook daarna door te gaan met maandelijks € 165,49 in depot te storten tot het voornoemd bedrag van € 2.907,85 bereikt is. Mocht de consument in gebreke zijn met de maandelijkse storting, kan dat reden zijn voor de commissie om de behandeling stop te zetten.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De consument dient het op zijn spaarrekening gereserveerde bedrag in depot bij de commissie te storten. De commissie zal vervolgens de zaak in behandeling nemen. Ook daarna dient de consument maandelijks € 165,49 aan het depot toe te voegen (tot het bedrag van € 2.907,85 bereikt is).

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer R.A. Timmer, de heer mr. P. P. van der Neut, leden, op 13 mei 2024.

Opslaan als PDF