Commissie: Recreatie
Categorie: (On)bevoegdheid
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Onbevoegdverklaring
Uitkomst: onbevoegd
Referentiecode:
1001463/1172339
De uitspraak:
Waar gaat deze uitspraak over?
Het geschil gaat over de vraag of de consument na het overlijden van haar vader gebonden is aan de overeenkomst voor de huur van een standplaats op het terrein van de ondernemer. De consument stelt dat zij nooit een overeenkomst met de ondernemer heeft gesloten en dat het voor haar onduidelijk was dat de ondernemer haar als contractpartij zag. Zij had wel gevraagd om als mederecreant aan de overeenkomst van haar vader te worden toegevoegd, maar dat is niet gebeurd. De commissie stelt vast dat de overeenkomst uitsluitend tussen de overleden vader en de ondernemer bestond en dat de consument deze niet heeft overgenomen. Omdat er geen mederecreanten waren, is de overeenkomst door het overlijden van de vader automatisch geëindigd. Hierdoor bestaat er geen overeenkomst tussen de consument en de ondernemer. De commissie oordeelt daarom dat zij niet bevoegd is om het geschil inhoudelijk te behandelen en verklaart zich onbevoegd.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de afwikkeling van de overeenkomst die de vader van de consument had met de ondernemer met betrekking tot de huur van een standplaats op het terrein van de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft aangevoerd dat de ondernemer van mening is dat hij een contract met haar heeft, omdat ze gezegd zou hebben dat ze wilde blijven. Naar haar mening is dit niet het geval. Ze heeft al vóór het overlijden van haar vader (in augustus 2024) gevraagd of het mogelijk was om haar als mederecreant in het contract op te nemen. Gezien de plannen voor de camping heeft de ondernemer dat niet gedaan.
Het is voor de consument volledig onduidelijk dat ze een overeenkomst met de ondernemer heeft – ook gezien het feit dat alle correspondentie gericht is aan haar vader en niet aan haar.
Standpunt van de ondernemer
De ondernemer heeft zijn standpunt (inzake de bevoegdheidsvraag) niet schriftelijk kenbaar gemaakt aan de commissie.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft als volgt overwogen.
Vaststaat dat de consument en de ondernemer geen overeenkomst hebben. De overleden vader van de consument had dat wel, maar die overeenkomst heeft de consument niet overgenomen. Ze was geen mederecreant, hoewel ze de ondernemer in 2024 had gevraagd haar als zodanig op te nemen. Nu er geen mederecreanten zijn, is de overeenkomst tussen de overleden vader van de consument en de ondernemer van rechtswege geëindigd. Dat maakt, gelet op artikel 3 van het reglement van de commissie, dat de commissie niet bevoegd is.
Op grond van het voorgaande zal de commissie zich onbevoegd verklaren het geschil te behandelen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer P.W.M. Meijkamp, mevrouw mr. J.M. Huijsman- Hartkamp, leden, op 18 september 2025.