Commissie: Energie
Categorie: commissie onbevoegd
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Onbevoegdverklaring
Uitkomst: onbevoegd
Referentiecode:
472308/521742
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde over de verdeling van warmteverbruikskosten in een appartementencomplex. De commissie oordeelt dat dit de verantwoordelijkheid is van de VvE en niet van de ondernemer. Daarom is de commissie niet bevoegd om de klacht te behandelen.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Commissie is onbevoegd het geschil te behandelen.
Beoordeling
De consument heeft, kort weergegeven, het volgende gesteld.
Tussen partijen bestaat een overeenkomst voor de levering van warmte.
Aanleiding voor de klacht is de nota over verbruiksjaar 2022-2023. De consument is eigenaar/bewoner van een appartement dat is gelegen in een wooncomplex dat bestaat uit meerdere woningen. De ondernemer heeft het daar berekende warmteverbruik over het verbruiksjaar 2022/2023 niet op juiste gronden gedaan. De consument kan zich niet vinden in de door de ondernemer toegepaste kostenverdeelsystematiek.
De ondernemer declareert het verbruik voor elke woning apart op basis van een rekenmodel dat een onredelijk en onnodig grote foutmarge oplevert. In dat rekenmodel wordt de omslagfactor geschat op basis van de aanname dat de verhouding tussen vast en variabel totaalverbruik van jaar tot jaar gelijk is. De ondernemer heeft in totaal zo’n € 3.000,- tot € 3.500,- te veel in rekening gebracht.
De consument stelt een alternatieve individueel te hanteren rekenmethode voor en heeft een rekenmodel bijgevoegd. Dit verdient de voorkeur, zowel uit oogpunt van redelijkheid en billijkheid als op grond van de wettelijke eis om het verbruik zo dicht mogelijk te benaderen.
De consument verlangt dat uit de in de loop der jaren verzamelde meetgegevens wordt afgelezen hoe het totaalverbruik van het complex in GJ samenhangt met het totaalverbruik in eenheden en het zo afgelezen
aantal GJ dat elke eenheid toevoegt aan het totaalverbruik te duiden als omslagfactor om voor elke woning apart het variabele verbruik in eenheden te vertalen naar variabel verbruik in GJ.
De ondernemer heeft, kort en voor zover van belang weergegeven, het volgende aangevoerd.
De ondernemer levert aan het adres van de consument stadsverwarming. Het appartement van de consument beschikt over radiatoren die aangesloten zijn op de stijgleidingen in het gebouw. De stijgleidingen maken onderdeel uit van het inpandige leidingstelstel dat via de collectieve aansluiting van het complex is aangesloten op het warmtenet van de ondernemer. Het inpandige leidingstelstel is eigendom van een vereniging van eigenaren (hierna: VvE). De verbruikers in het complex hebben geen individuele aansluiting op het warmtenet van de ondernemer. De ondernemer levert en factureert wel aan de individuele verbruikers. In elk appartement wordt het warmteverbruik gemeten door elektronische warmtekostenverdelers die op de radiatoren zijn geplaatst. De meting wordt in opdracht van de ondernemer uitgevoerd door meetbedrijf. De toegepaste kostenverdeelsystematiek geldt voor alle bewoners van het wooncomplex. Indien de consument zich niet kan vinden in de toegepaste verdeelsystematiek, dan kan zij via haar VvE een onderzoek laten instellen naar de voor haar gebouw toe te passen verdeling die dan het warmtebedrijf van de ondernemer kan vragen de verdeling aan de uitkomst van dat onderzoek aan te passen. Een individuele consument kan dat niet zelfstandig afdwingen. Aanpassing van de verdeling heeft op alle bewoners invloed en kan daarom alleen via de VvE.
De ondernemer verzoekt de klacht ongegrond te verklaren.
De commissie overweegt het volgende.
Op grond van artikel 3, lid 1 reglement van de geschillencommissie energie (hierna: reglement) heeft de commissie, voor zover hier van belang, tot taak geschillen tussen consument en ondernemer te beslechten, voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van overeenkomsten betreffende de aansluiting en/of de levering van warmte en daarmee samenhangende leveringen en diensten.
Niet is in geschil dat het appartement van de consument beschikt over radiatoren die aangesloten zijn op de stijgleidingen in het appartementencomplex waarin haar appartement is gelegen en dat de stijgleidingen onderdeel uitmaken van het inpandige leidingstelstel dat via de collectieve aansluiting van het complex is aangesloten op het warmtenet van de ondernemer. Evenmin is in geschil dat het inpandige leidingstelstel eigendom is van een vereniging van eigenaren (hierna: VvE) en dat de verbruikers in het complex, waaronder de consument, geen individuele aansluiting hebben op het warmtenet van de ondernemer.
De commissie heeft eerder in soortgelijke zaken, waaronder de zaak met nummer 49697/50972, overwogen dat de binneninstallatie van een appartementencomplex en de daarmee verbonden wijze van de kostenverdeling tussen variabel en vast energieverbruik in het complex een verantwoordelijkheid is van de verhuurder/gebouweigenaar die in feite daardoor de warmteleverancier is van de consument.
In lijn met die eerdere uitspraken is de commissie van oordeel dat de binneninstallatie en de daarmee verbonden wijze van de kostenverdeelsystematiek in het complex waarin het appartement van de consument is gelegen een verantwoordelijkheid is van de VvE die in feite daardoor de warmteleverancier is van de consument. De ondernemer heeft aldus geen zeggenschap over de kostenverdeelsystematiek. De consument dient zich derhalve met haar klacht te wenden tot de VvE als haar warmteleverancier.
Gelet op het bepaalde in hiervoor weergegeven artikel 3, lid 1 van het reglement is de commissie dan ook niet bevoegd om het geschil inhoudelijk te behandelen. Dit betekent dat de commissie niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht.
Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer R.A. Timmer en mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 25 november 2024.