Commissie stelt voorwaarden voordat klacht behandeld kan worden

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Bevoegdheid commissie    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: aanhouding beslissing   Referentiecode: 1316476/1326581

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument en de ondernemer verschillen van mening over het geldbedrag waar de klacht over gaat. Omdat klachten boven € 5.000 niet automatisch door de commissie behandeld mogen worden, heeft de consument haar klacht verlaagd naar € 4.559,77. Daardoor valt de klacht binnen de regels, maar dit betekent ook dat het resterende bedrag van € 1.191,54 niet langer wordt betwist en dus gewoon betaald moet worden. De commissie bepaalt dat de consument dit bedrag eerst moet betalen, of een bindende betalingsregeling moet afspreken, voordat haar klacht inhoudelijk kan worden behandeld. Doet zij dat niet, dan wordt zij alsnog niet‑ontvankelijk verklaard. De consument heeft ook gevraagd om vrijstelling van het verplichte depotbedrag. Uit haar financiële gegevens blijkt dat zij het volledige bedrag niet in één keer kan storten. Daarom krijgt zij een gedeeltelijke en voorwaardelijke vrijstelling: pas als zij het onbetwiste bedrag heeft betaald, moet zij binnen vier weken een depot van € 2.250 storten. Pas daarna neemt de commissie de klacht in behandeling. De verdere beslissing wordt aangehouden.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Financieel belang boven € 5.000,-. Consument beperkt klacht tot € 4.559,77. Het meerdere is daarom onbetwist en moet betaald worden. Daarnaast is depotontheffing gedaan. De commissie verleent die gedeeltelijk en voorwaardelijk.

Beoordeling
Volgens de consument bedraagt het financieel belang bij de klacht € 6.513,61.

Volgens de ondernemer bedraagt het financieel belang bij de klacht € 5.751,31.

Indien het financieel belang groter is dan € 5.000,-, verklaart de commissie zich ambtshalve
niet-ontvankelijk tenzij partijen anders overeenkomen (artikel 5, lid 1 sub d Reglement Geschillencommissie Energie, verder het “reglement”).

De ondernemer heeft de commissie bericht niet met behandeling van de klacht in te stemmen tenzij de consument het volledige bedrag in depot stort. De commissie gaat ervan uit dat de ondernemer doelt op het door haarzelf genoemde bedrag van € 5.751,31.

De consument heeft daarop aan de commissie laten weten haar vordering te matigen tot € 4.559,77.

De commissie stelt vast dat daarmee de klacht formeel binnen de ontvankelijkheidsgrens valt. Het matigen van de klacht brengt echter tevens met zich dat het meerdere (waarbij de commissie steeds uitgaat van het volgens de ondernemer nog verschuldigde bedrag, aangezien dat lager is dan het door de consument genoemde bedrag) door de consument niet langer als betwist kan worden aangemerkt. In dit geval dus € 1.191,54 (€ 5.751,31 – € 4.559,77). Dat de consument dit bedrag moet betalen staat daarmee vast.

De commissie is van oordeel dat dit bedrag eerst daadwerkelijk betaald zal moeten worden (of daarvoor op zijn minst een afdwingbare betalingsregeling overeengekomen moet zijn) alvorens de consument definitief in haar klacht kan worden ontvangen. Indien dit anders zou zijn, zou de uit artikel 5 reglement voortvloeiende bevoegdheid van een partij (in dit geval de ondernemer) om niet in te stemmen met de behandeling van een klacht met een geldelijk belang boven € 5.000,- immers een lege huls zijn. De andere partij zou dan immers ongehinderd ten aanzien van het meerdere in de gestelde niet-nakoming kunnen volharden, waardoor het geschil op papier weliswaar tot het lagere belang is gereduceerd, maar in werkelijkheid niet.

De commissie zal daarom bepalen dat de consument eerst het meerdere boven haar gematigde klacht aan de ondernemer betaalt, of daar een afdwingbare betalingsregeling voor overeenkomt, alvorens zij in haar klacht kan worden ontvangen. Bij gebreke hiervan zal de consument alsnog niet-ontvankelijk verklaard worden. De commissie zal de consument daarvoor de hierna te melden termijn gunnen.

De consument heeft daarnaast om depotontheffing verzocht.

Uit de door de consument overgelegde financiële gegevens blijkt naar het oordeel van de commissie dat zij niet in staat is het bij de gematigde klacht behorende depotbedrag in een keer in depot te storten bij de commissie. Daarom zal de commissie haar gedeeltelijk ontheffen van de verplichting dit bedrag in depot te storten. Deze ontheffing is voorwaardelijk en geldt slechts voor het geval dat de consument aan de hiervoor genoemde verplichtingen met betrekking tot het meerdere boven het gematigde belang heeft voldaan en (dus) in haar klacht kan worden ontvangen. De commissie stelt het bedrag dat de consument bij de commissie in depot moet storten naar redelijkheid en billijkheid vast op het hierna in de beslissing genoemde bedrag.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

1: Bepaalt dat het door de consument niet langer betwiste bedrag van € 1.191,54 binnen vier weken na datum van verzending van deze beslissing volledig aan de ondernemer moet betalen, althans daarvoor met ondernemer een afdwingbare betalingsregeling moet sluiten, alvorens in haar klacht te kunnen worden ontvangen;
2: Bepaalt dat partijen de commissie binnen vier weken na datum van verzending van deze beslissing schriftelijk berichten of aan het onder 1: bepaalde is voldaan;
3: Bepaalt dat indien de consument niet aan het onder 1: bepaalde voldoet, zij na ommekomst van de onder 2: genoemde termijn terstond niet-ontvankelijk zal worden verklaard;
4: Bepaalt dat indien de consument wel aan het onder 1: bepaalde zal blijken te hebben voldaan, zij binnen vier weken nadien een bedrag van € 2.250,- bij de commissie in depot moet storten, waarna het geschil in behandeling zal worden genomen;
5: Houdt elke verdere beslissing aan.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. J.B. Smits, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, mevrouw mr. E.M. van Gelder, leden, op 26 februari 2026.

Opslaan als PDF