Communicatie en informatieverstrekking van advocaat schiet tekort.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Advocatuur    Categorie: Informatie    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 83413

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de totstandkoming en/of de uitvoering van de door de cliënt aan de advocaat verstrekte opdracht, de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat, de hoogte van de declaraties, onbetaalde declaraties en een schadeclaim.

De cliënt heeft een bedrag van € 2.922,39 onbetaald gelaten en dit bedrag bij de commissie in depot gestort.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het betoog van de cliënt op het volgende neer.

De cliënt beklaagt zich over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat. De cliënt heeft zich in maart 2013 tot de advocaat gewend met het verzoek hem bij te staan in een geschil met zijn ex-partner. Deze had een verzoekschrift ingediend ter vaststelling van kinderalimentatie en een zorgregeling, waarop gereageerd diende te worden. Daarnaast wenste de cliënt dat enkele andere zaken met zijn ex-partner geregeld zouden worden, waaronder een doorlopend krediet, verdeling van de boedel, onderwaarde/restschuld van de hypotheek, openstaande schulden en leningen alsmede roodstand op gemeenschappelijke rekeningen.
De cliënt heeft twaalf klachten tegen de advocaat bij de commissie aanhangig gemaakt.
Hij beklaagt zich blijkens het door hem ingevulde vragenformulier van de commissie d.d. 15 januari 2014 met bijlagen over het volgende.
 
– De algehele behandeling van zijn zaak door de advocaat en haar gebrek aan inzicht.
Zo had de cliënt uitdrukkelijk aangegeven dat hij (tijdelijk) afstand wilde houden van zijn twee minderjarige dochters, totdat alle zaken opgelost zouden zijn. De advocaat heeft evenwel, zonder zijn medeweten of toestemming, een e-mail aan de ex-partner van de cliënt gezonden waarin zij heeft gemeld dat de cliënt zijn kinderen graag weer zou zien. Vervolgens heeft zij ook op eigen houtje aan de ex-partner voorgesteld dat de cliënt zijn dochters op een zaterdag zou ophalen. De cliënt kon deze afspraak niet nakomen omdat hij al een andere afspraak had staan voor die datum. De cliënt is van mening dat zijn advocaat hiermee een grote fout heeft gemaakt, die getuigt van haar gebrek aan inzicht in de situatie.
– Het vele malen verzuimen om vooraf concepten aan de cliënt te sturen.
– Het onterecht voeren van de zaak.
 Na vier maanden meldde de advocaat dat elke onderlinge en door beide partijen ondertekende overeenkomst bindend is. De onderlinge afspraken die de cliënt met zijn ex-partner had gemaakt, voorafgaand aan de interventie door de advocaat, bleken dus bindend te zijn, zodat de zaak volgens de cliënt feitelijk ten onrechte is gevoerd. Hierdoor is hij direct en indirect financieel benadeeld.
– Financiële benadeling. De advocaat heeft volgens de cliënt zeer sterk aangedrongen op het vastleggen van afspraken die in zijn nadeel hadden kunnen zijn. De advocaat wenste een regeling op te nemen tot aan het 21e jaar van ieder kind. Door dit expliciet te willen vastleggen bleef er geen ruimte over voor invulling van de voortgezette onderhoudsplicht vanaf het 18e jaar van de kinderen. De cliënt heeft uiteindelijk zelf bepaald wat aan zijn ex-partner gezonden moest worden en de advocaat hiertoe opdracht gegeven. Dit voorstel is door de ex-partner zonder problemen geaccepteerd.
Voorts had de advocaat erop moeten wijzen dat de, op basis van de door hem aangeleverde informatie, nooit meer dan € 384,– per maand had behoeven te betalen voor beide kinderen. Thans betaalt hij 450,–. Het verschil bedraagt € 66,– per maand.
– Het weigeren om de levensbehoefte van de kinderen vast te leggen/communiceren.
– Onvolledige communicatie/accepteren van anti-bewijs.
– Het doorsturen van onjuiste/niet verdedigbare informatie aan de rechtbank. Al op 3 april 2013 zond de cliënt gegevens aan de advocaat. Op zijn vragen of dit wel de juiste berekeningen waren, of deze bij de rechtbank verdedigbaar zouden zijn en of ze geaccepteerd zouden worden, kreeg hij geen duidelijk antwoord van de advocaat. Vanaf begin juni 2013 bleek uit berichten van de advocaat dat de één-op-één door haar in het verweerschrift overgenomen gegevens (deels) niet verdedigbaar waren.
– Partijdigheid voor de verkeerde partij.
– Niet nakomen van afspraken en toezeggingen.
– Geen antwoord/reactie op inhoudelijke vragen/verzoeken.
– Ongeïnteresseerdheid/de zaak niet (willen/leren) kennen.

Bovenstaande zaken hebben tot veel irritaties, frustraties en verdriet gezorgd bij de cliënt en zijn destijds zwangere vrouw. Nog steeds zijn er problemen met de ex-partner en de cliënt ziet zijn kinderen inmiddels niet meer.

De cliënt stelt schade te hebben geleden als gevolg van het handelen of nalaten va de advocaat.
Hij wenst terugbetaling van het reeds aan de advocaat betaalde, alsmede creditering van de openstaande facturen. Daarnaast wenst de cliënt een schadevergoeding van € 6.950,– als vergoeding voor emotionele en financiële schade, alsmede een bedrag van € 2.550,– als compensatie voor misgelopen inkomsten.

Ter zitting heeft de cliënt verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Het betreft een emotionele zaak, die grotendeels veroorzaakt is door de advocaat. De advocaat was steeds gefocust op de omgang en minder op de andere zaken die de cliënt uitdrukkelijk eerst opgelost wenste te zien.
Direct al nadat de eerste e-mail niet in concept aan hem was voorgelegd heeft de cliënt zijn ongenoegen hierover aan de advocaat kenbaar gemaakt. Zij bleef evenwel concepten niet toezenden, kwam afspraken niet na en reageerde niet op vragen.
Veel te laat volgens de cliënt, want vier weken voor de zitting, drie weken voor de bruiloft, kwam er een antwoord van de advocaat op vragen rond de eerder door de cliënt aangeleverde stukken en berekeningen. Toen pas bleek dat een groot deel niet verdedigbaar of mogelijk was.
De cliënt is van mening dat de advocaat, gelet op haar uurtarief, meer rekening had moeten houden met de wensen van de cliënt en had moeten nagaan wat goed voor hem was.

Standpunt van de advocaat

Voor het standpunt van de advocaat verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het betoog van de advocaat op het volgende neer.

Bij schrijven van 17 maart 2014 heeft de advocaat gereageerd op het door de cliënt bij de commissie aanhangig gemaakte geschil.

De advocaat betreurt het dat de cliënt haar optreden als advocaat als onprettig en onvolledig heeft ervaren. Zij stelt dat het achteraf misschien beter was geweest als de samenwerking eerder was verbroken.
De cliënt wilde of kon weinig juridisch advies aannemen van de advocaat, omdat hij de wet en regels onrechtvaardig vond. Ook was er veel discussie over de aanpak van de zaak.

De cliënt heeft zich begin maart 2013 tot de advocaat gewend nadat zijn ex-partner een verzoekschrift vaststelling kinderalimentatie en omgangsregeling had ingediend. De cliënt was hierdoor gedwongen een verweerschrift in te dienen. Er was derhalve, anders dan de cliënt stelt, geen sprake van het onnodig voeren van een procedure.
De cliënt gaf aanvankelijk aan dat hij niet de draagkracht bezat om de verzochte kinderalimentatie te voldoen. Nadat het verweerschrift al was ingediend, meldde de cliënt dat zijn inkomsten waren toegenomen. Gelet hierop wenste hij liever in te stemmen met de verzochte kinderalimentatie en af te zien van de zitting, dan het risico te lopen een hogere kinderalimentatie te moeten gaan betalen.
Een andere reden dat de cliënt wilde afzien van de zitting was zijn aankomende bruiloft. Hij wilde dat zijn dochters hierbij aanwezig zouden zijn. Dit verzoek is opgenomen in het verweerschrift. In reactie hierop had de ex-partner al aangegeven hiermee akkoord te gaan.

Nadat de ex-partner ermee instemde om af te zien van een zitting, is er overleg geweest over de tekst van het akkoord dat aan de rechtbank is voorgelegd.
De cliënt wenste voor langere tijd zekerheid te hebben en daarom is voorgesteld dat de overeengekomen kinderalimentatie tot 2018 zou gelden. Dit is ook zo door de rechtbank in de beschikking vastgelegd. Het bevreemdt de advocaat dat de cliënt zich er nu over beklaagt dat er weinig ruimte is om de kinderalimentatie aan te passen.
Verder is de vakantieregeling aan de orde geweest en is overeengekomen dat de cliënt in 2014 de eerste keuze had. De zaak is verder schriftelijk afgedaan en de beschikking van de rechtbank is op 11 juli 2013 afgegeven.

De cliënt heeft vervolgens niet de overeengekomen alimentatie voldaan omdat hij dit wilde verrekenen met andere posten. De advocaat heeft hem uitgelegd dat dit juridisch niet mag en hem geadviseerd dit dus niet te doen. De cliënt verwijt haar nu partijdig te zijn maar als advocaat moet zij hem op de juiste wijze inlichten.
Na deze discussie heeft de cliënt bij e-mail van 26 juli 2013 laten weten de zaak te willen stoppen. Enkele maanden later heeft hij een klacht ingediend. In reactie daarop is voorgesteld om de eerste nota te matigen met € 292,34. Met dit voorstel is de cliënt niet akkoord gegaan.

Ter zitting heeft de advocaat verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De advocaat is van mening dat zij juridisch correct heeft gehandeld. Dat de cliënt sommige juridische regels niet terecht vindt doet daar niet aan af.
Het is niet haar werkwijze om alles in concept aan cliënten te zenden. Uiteraard worden wel de belangrijke stukken in concept voorgelegd maar voor het overige gaat zij er vanuit dat zij de vrije hand heeft om te handelen. Achteraf had zij dat in deze zaak wellicht beter moeten communiceren en/of vastleggen Ook was het goed geweest om bijvoorbeeld afspraken over een bezoek eerst in concept aan de cliënt te zenden.
Er was sprake van een moeilijke, emotionele situatie met een onwillige ex-partner.
De cliënt zond ook gemengde signalen uit. Enerzijds wilde hij dat zijn kinderen op de bruiloft zouden zijn, anderzijds wilde hij geen omgang, zolang zaken niet waren geregeld. De advocaat meende dat het in ieders belang was als de kinderen voor de bruiloft eerst een aantal keer bij hun vader waren geweest.

De advocaat verzoekt de commissie de klachten af te wijzen, aangezien er naar haar mening geen sprake is van onzorgvuldig en/of onjuist handelen. Ook verzoekt zij de commissie de door de cliënt verzochte schadevergoeding af te wijzen. Zij wenst dat de cliënt de achterstallige bedragen aan honorarium, griffierechten en verschotten, ad € 2.922,39 betaalt. Dit bedrag kan desgewenst in termijnen worden voldaan.

Beoordeling van het geschil

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de advocaat hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat.

Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.

De commissie stelt vast dat, blijkens de opdrachtbevestiging van 12 maart 2013, de advocaat
door de cliënt is verzocht om juridische bijstand in verband met een door zijn ex-partner ingediend verzoekschrift vaststelling kinderalimentatie en omgangsregeling. Overeengekomen is dat de advocaat een verweerschrift zou opstellen en zou trachten met de ex-partner tot een minnelijke regeling te komen.
Naar het oordeel van de commissie volgt uit de stukken en het verhandelde ter zitting dat de advocaat, wat betreft de door haar verleende juridische bijstand, gehandeld heeft zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat.

Ten aanzien van de communicatie is de commissie evenwel van oordeel dat de advocaat in deze niet geheel naar behoren heeft gehandeld.
Zoals de advocaat zelf ter zitting ook heeft aangegeven, had de communicatie op bepaalde punten achteraf beter gekund. Zo had het in de rede gelegen als de advocaat, alvorens zij contact zocht met de ex-partner van de cliënt over de omgang met de kinderen, alsmede het maken van een afspraak, een en ander eerst met de cliënt had besproken. Dit zeker nu zij wist dat de omgang een gevoelig punt was tussen de cliënt en zijn ex-partner, waarbij mede van invloed was dat de ex-partner niet coöperatief was. De problemen die zijn ontstaan doordat de cliënt de afspraak niet na kon komen, hadden met een betere communicatie voorkomen kunnen worden.

Ook had de advocaat op de vragen van de cliënt inzake de financiën, naar het oordeel van de commissie, eerder en duidelijker moeten reageren.
 
Tevens ware het naar het oordeel van de commissie beter geweest als de advocaat bij het aangaan van de dienstverlening haar gebruikelijke werkwijze, waarbij niet alle stukken in concept worden voorgelegd aan de cliënt, had besproken met de cliënt en een en ander schriftelijk had vastgelegd, zodat hierover geen onduidelijkheid kon ontstaan.
De commissie komt op grond van het voorgaande tot het oordeel dat de advocaat in deze niet  geheel heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht. De commissie ziet hierin aanleiding om het openstaande bedrag van € 2.922,39 in redelijkheid en billijkheid te matigen tot € 2.000,– inclusief btw.
De commissie acht de cliënt hiermee voldoende gecompenseerd.

De door de cliënt gevorderde schadevergoeding zal de commissie afwijzen, nu de cliënt naar het oordeel van de commissie niet, dan wel niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt door het handelen of nalaten van de advocaat schade te hebben geleden. Bovendien heeft de cliënt nagelaten deze schade nader te onderbouwen.
 
Voor zover door partijen aangevoerde argumenten c.q. klachten niet zijn besproken, kan daarvan worden afgezien, omdat deze niet tot een andere beslissing kunnen leiden.

Nu de klachten van de cliënt deels gegrond worden verklaard ziet de commissie daarin aanleiding de advocaat te veroordelen tot vergoeding van het door de cliënt betaalde klachtengeld, derhalve een bedrag van € 102,50.
 
Bovendien dient de advocaat – overeenkomstig het reglement van de commissie – een bijdrage van € 115,– in de behandelingskosten aan de commissie te voldoen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het openstaande declaratiebedrag wordt gematigd tot een bedrag van € 2.000,– inclusief btw.

Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag van € 2.922,39 als volgt verrekend.
Een bedrag groot € 2.000,– wordt overgemaakt aan de advocaat. Het restant wordt geretourneerd aan de cliënt.

Bovendien dient de advocaat overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 102,50 aan de cliënt te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de advocaat aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 115,–.

Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Aldus beslist op 13 mei 2014 door de Geschillencommissie Advocatuur.