Commissie: Voertuigen
Categorie: Herstel
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1316965/1327631
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had een klacht over reparaties aan zijn caravan en wilde niet betalen voor een onderhoudsbeurt waarvoor volgens hem geen opdracht was gegeven. Ook vond hij dat een vervangen remvoering veel te snel weer defect was geraakt. De ondernemer zei dat wel toestemming was gegeven, maar had eerder beloofd dat de onderhoudsbeurt niet betaald hoefde te worden. De commissie oordeelt dat de ondernemer aan die toezegging vastzit. Daarnaast vond de commissie dat een remvoering langer mee moet gaan dan één jaar en dat mogelijk sprake was van een fout bij de eerdere reparatie. Daarom moet de ondernemer een deel van de kosten terugbetalen en krijgt de consument het depotbedrag terug.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft klachten over de reparatie van een caravan.
De consument heeft een bedrag van € 325,- niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument wil niet betalen voor een onderhoudsbeurt waarvoor hij geen opdracht heeft gegeven. Voorts is hij van mening dat hij een vordering heeft op de ondernemer omdat deze de reparaties niet naar behoren heeft uitgevoerd. Een remvoering behoort bij deugdelijke montage minimaal 15.000 km mee te gaan. De consument heeft sinds de eerste reparatie van de remvoering slechts 3.000 km gereden met de caravan. De consument is bereid te betalen voor de door hem gevraagde werkzaamheden te weten het neuswiel en de noodkabel. Het rooster is niet een dometic rooster en daar wil hij dus minder voor betalen. De consument heeft € 535,70 betaald aan de ondernemer en wil een bedrag van ca. € 250 – € 300 terugontvangen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 15 mei 2025 ontving de ondernemer van de consument een mail dat hij een probleem heeft met water in de badkamer. Er is een werkbon gemaakt door de heer [naam] van de ondernemer waarop staat dat de lekkage hoogst waarschijnlijk niets te maken heeft met de reparatie en, mocht dit wel zo zijn, dat het onder garantie gerepareerd gaat worden. Tevens staat op de bon een BOVAG-onderhoudsbeurt vermeld. Toen de wagen werd opgehaald heeft de heer [naam] samen met de consument de bon doorgenomen en punt voor punt alles uitgelegd, uit coulance heeft hij toen de onderhoudsbeurt laten vervallen. Mevrouw [naam] was het hier niet mee eens en heeft later alsnog de factuur voor de onderhoudsbeurt gestuurd. De heer [naam] heeft het allemaal uitgelegd, nu gaat het ineens over een vervangend rooster dat niet van Dometic zou zijn en er kit is gebruikt. De beurt staat op beide werkbonnen, is doorgenomen toen zij de caravan brachten en toen de heer [naam] de consument belde met de offerte voor reparatie de verwachte € 860,70 is deze ook akkoord gegaan met alles. De ondernemer heeft geen fout met de werkzaamheden gemaakt en gewerkt zoals afgesproken, de lekkage van het water had niets met de vorige reparatie van doen. Dus staat er nog een factuur open van € 325,- voor de onderhoudsbeurt.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De ondernemer heeft de stelling van de consument dat hij geen opdracht heeft gegeven voor de onderhoudsbeurt gemotiveerd weersproken. In beginsel dient de consument derhalve de kosten daarvan te betalen. De ondernemer heeft echter bevestigd dat de heer [naam] namens de ondernemer na een discussie hierover met de consument heeft toegezegd dat de consument deze kosten niet hoefde te betalen. De ondernemer kan in de gegeven omstandigheden achteraf niet op die toezegging terugkomen.
Voorts staat vast dat de remvoering in 2024 vervangen was door de ondernemer. Zonder nadere toelichting, welke de ondernemer niet heeft gegeven, is de commissie van oordeel dan de consument er geen rekening mee behoefde te houden dat de remvoering binnen een jaar daarna wederom aan vervanging toe zou zijn. Een remvoering behoort langer mee te gaan. De commissie houdt daarom rekening met de mogelijkheid dat de remvoering in 2024 op onjuiste wijze is gemonteerd of in 2025 ten onrechte door de ondernemer is vervangen. De commissie acht het in de gegeven omstandigheden billijk dat de ondernemer de in rekening gebrachte prijs van de remvoering ten bedrage van € 127,12 excl. BTW terugbetaalt.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De consument is geen vergoeding verschuldigd voor de onderhoudsbeurt en de ondernemer dient de prijs van de remvoering ten bedrage van € 127,12 excl. BTW terug te betalen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag aan de consument terugbetaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer K. Doorten, de heer mr. G. Febus, leden, op 29 april 2026.