Consument krijgt vergoeding na misleidende communicatie tijdens woningverkoop

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Makelaardij Consumentenmarkt    Categorie: Schadevergoeding    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 670242/770991

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

Deze zaak gaat over een woningverkoop waarbij de consument vindt dat de makelaar tijdens het verkoopproces onjuiste of onduidelijke informatie heeft gegeven over een gehuurde geiser in de woning. Volgens de consument ontstond hierdoor onterecht de indruk dat de geiser een probleem vormde voor de kopers en hun financiering. Onder tijdsdruk besloot de consument daarom de huurgeiser af te kopen voor € 1.554,91. Later bleek dat de kopers hierover geen bezwaar hadden gemaakt en dat deze kosten dus niet nodig waren geweest. De makelaar stelde dat de informatie over de huurgeiser wel beschikbaar was in de verkoopstukken en dat de consument zelf had besloten de geiser af te kopen. De Geschillencommissie oordeelt echter dat de makelaar niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en zorgvuldig makelaar mag worden verwacht. De makelaar heeft onduidelijkheid gecreëerd en de consument onvoldoende en gebrekkig geïnformeerd, waardoor de consument onnodig kosten heeft gemaakt. Daarom verklaart de commissie de klacht gegrond en beslist zij dat de makelaar € 1.554,91 schadevergoeding en € 77,50 klachtengeld aan de consument moet betalen. Ook moet de makelaar de behandelingskosten van de commissie vergoeden.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Dit geschil vloeit voort uit de op 18 april 2024 gesloten overeenkomst, waarbij de makelaar zich heeft verbonden tot dienstverlening bij de verkoop van de woning [adres] te [woonplaats] tegen de door de consument betaalde courtage van € 6.510, -.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. Dat op zitting toegelichte standpunt komt in de kern op het volgende neer.

Zoals sinds 9 augustus 2024 bij de makelaar is gemeld, is tweemaal tijdens het verkoopproces onjuiste of onvolledige informatie verstrekt. Het eerste moment was toen de makelaar na de ondertekening van het voorlopige koopcontract door de kopers mogelijke problemen voorzag wegens de niet gemelde huurgeiser en kennelijk aanvullend nog doorgegeven informatie, waarop uiteraard een reactie van de kopers volgde met een informatieverzoek op termijn, dus na de bedenktijd van drie dagen. Het tweede moment was toen de makelaar de huurgeiser op de laatste dag van de bedenktermijn noemde als een mogelijk obstakel voor de financiering door de kopers. Wij hebben dit probleem toen opgelost door de huurgeiser te kopen tegen betaling van € 1.554,91. Tot onze verbazing bleek achteraf dat de kopers hierover geen probleem hadden opgeworpen, zodat deze betaling onnodig is geweest en te voorkomen was geweest door adequate informatie, zowel naar de kopers als naar ons als verkopers.

De consument eist betaling van € 1.554,94.

Standpunt van de makelaar

Voor het standpunt van de makelaar verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. Dit op zitting toegelichte standpunt komt in de kern op het volgende neer.

Inderdaad is het zo dat wij geen vermelding hebben gemaakt in de brochure dat er geen huurgeiser in de woning is. De brochure is gecontroleerd en goed bevonden door de consument. Tevens is door de consument de vragenlijst ingevuld, waarin de huurgeiser (zij het niet op de juiste plaats) was vermeld. Bij het maken van de afspraak door aspirant-kopers worden alle stukken toegestuurd, dus ook de vragenlijst waarop stond vermeld dat de geiser eigendom is van Volta. Bij de rondleiding is ook verteld dat er een huurgeiser is. Wij herkennen ons dan niet in het feit dat we niet aan de juiste mededelingsplicht hebben voldaan. De consument heeft zelf besloten om de geiser af te kopen. Op dat moment waren wij in gesprek met de koper en omdat de consument zelf extra kosten heeft gemaakt, zijn wij hiervoor niet aansprakelijk.

Beoordeling van het geschil

De commissie overweegt als volgt.

De consument legt aan de eis in de kern ten grondslag dat de makelaar tekort is geschoten door onjuiste informatieverstrekking of advisering en daardoor als slecht opdrachtnemer de consument onnodig extra kosten heeft laten maken. De makelaar betwist de verweten tekortkoming.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is de commissie overtuigd geraakt dat de makelaar niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mocht worden verwacht.

Zo blijkt de makelaar bij de ondertekening van het koopcontract onduidelijkheid te hebben geschapen door hardop te melden dat er een fout was gemaakt omdat de huurgeiser over het hoofd zou zijn gezien. Dat was onnodig, reeds omdat uit het bijbehorende vragenformulier voor beide (bij de koop betrokken) partijen kenbaar was dat het geen eigendoms- maar een huurgeiser betrof.

Bovendien blijkt uit het verhandelde ter zitting dat de makelaar op de laatste dag van de wettelijke (kopers)bedenktijd rond het middaguur naar de consument heeft gebeld met de mededeling dat de huurgeiser een probleem is gebleven, althans voor de (financier van de) kopers problematisch zou kunnen zijn. In reactie daarop heeft de (echtgenoot van de) consument toen meteen gezegd dat probleem dan op te gaan lossen door de geiser alsnog te gaan kopen. Ter zitting erkent de makelaar ook dat dit hem toen meteen is meegedeeld en dat hij vooraf bekend was met dat voornemen tot koop van de huurgeiser, maar niet gesteld of gebleken is dat de makelaar ondanks de bekendheid met dat voornemen heeft geadviseerd om daarvan (al dan niet voorlopig) af te zien. Dit verbaast nog te meer in het licht van de door de makelaar in het verweerschrift opgeworpen stellingname:
“Verkoper heeft geheel op eigen initiatief en tegen ons advies besloten om de geiser af te kopen. Op dat moment waren wij in gesprek met koper was onze verwachting dat koper de woning ook zou kopen voor de overeengekomen prijs zonder afkoop van de geiser.”
Ter zitting naar een toelichting op deze eigen bewering gevraagd, zegt de makelaar niet (meer) te weten wat met dat beweerde advies en die verwachting is bedoeld. Ter zitting zegt de makelaar zelfs bij herhaling niet (meer) te kunnen aangegeven wat er in of na de wettelijke (kopers)bedenktijd wel of niet aan de consument is meegedeeld.

Wat van dat laatste verder ook zij, voor de commissie staat vast dat de makelaar de consument in en rond de wettelijke bedenktijd van de koper door onjuiste of gebrekkige informatieverschaffing of advisering onnodig op het verkeerde been heeft gezet, onduidelijkheid heeft geschapen en laten voortbestaan en onder ervaren tijdsdruk onnodig de huurgeiser heeft laten kopen. In zoverre heeft de makelaar bij de dienstverlening niet de zorg van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in acht genomen. Vanwege deze tekortkoming oordeelt de commissie de eis van de consument toewijsbaar voor het bedrag van de onnodig gemaakte aankoopkosten, die onbestreden
€ 1.554,91 hebben bedragen. De commissie oordeelt dat ter beëindiging van dit geschil ook redelijk en billijk.

Nu wat verder nog is aangevoerd niet anders doet beslissen, komt de commissie tot de slotsom dat de klacht van de consument gegrond is. Overeenkomstig het Reglement dient de makelaar het betaalde klachtengeld aan de consument te vergoeden en aan de commissie behandelingskosten te betalen. De commissie beslist nu als volgt.

Beslissing

De commissie bepaalt dat de makelaar aan de consument € 1.554,91 moet vergoeden en wel binnen een maand na de verzenddatum van dit advies.
Als de makelaar dit niet binnen die maand heeft gedaan, moet de makelaar ook de wettelijke rente daarover betalen vanaf een maand na de verzenddatum van dit bindend advies tot de dag van volledige betaling.

De commissie bepaalt dat de makelaar aan de consument ook € 77,50 voor betaald klachtengeld moet vergoeden.

De commissie bepaalt dat de makelaar aan de commissie behandelingskosten verschuldigd is.

De commissie wijst het meer of anders door de consument verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Makelaardij, bestaande uit mr. M.G.W.M. Stienissen, voorzitter, E.H. Jansen en mr. P.P. van der Neut, leden, op 25 april 2025.

Opslaan als PDF