Consument krijgt vergoeding voor herstel gebrekkige biocementvloer

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Afbouw    Categorie: Schade    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1278696/1314570

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze uitspraak gaat over een consument die klachten had over een aangelegde biocementvloer. Kort na de aanleg ontstonden beschadigingen, losse deeltjes, oneffenheden en zichtbare blaas- en ringvorming in de vloer. Eerdere herstelpogingen hadden niet het gewenste resultaat. Uit onderzoek van de deskundige bleek dat de vloer niet de kwaliteit en eigenschappen heeft die de consument op basis van de overeenkomst mocht verwachten. Plaatselijk herstel werd niet geschikt geacht, omdat daarmee de problemen niet blijvend zouden worden opgelost. De deskundige adviseerde daarom herstel van het volledige vloeroppervlak. De commissie neemt dit oordeel over en concludeert dat de vloer gebreken vertoont waarvoor de ondernemer verantwoordelijk is. De consument heeft daarom recht op vergoeding van de herstelkosten van € 11.100,-, zodat het herstel door een derde partij kan worden uitgevoerd. Daarnaast moet de ondernemer het klachtengeld van € 127,50 vergoeden.

 

De volledige uitspraak

 

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een overeenkomst van 24 september 2024 met betrekking tot de aanleg van een biocementvloer, inclusief Warp10 vloer met vloerverwarming.

Standpunt van de consument

De klacht van de consument luidt als volgt:

Ondernemer heeft op de gehele beneden verdieping een biocement vloer aangelegd. Vlak na de aanleg zijn al verschillende beschadiging opgetreden (stukjes uit de vloer), waarbij de dikte van de biocement laag maar 0.3-0.4mm bleek te zijn. Deze beschadigingen zijn gerepareerd. Vlak daarna zijn er weer beschadigingen. Hierover is een klacht ingediend. Met deze klacht is verder niks gedaan. Verschillende herinneringen zijn gestuurd, zonder enige verdere actie. Ik ben van mening dat de vloer niet de kwaliteit heeft die deze zou moeten hebben.

De consument eist vergoeding van de herstelkosten.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer is van oordeel dat de vloer conform de overeenkomst is geleverd en geschikt is voor normaal gebruik. Voorafgaand aan de overeenkomst is de consument geïnformeerd over de eigenschappen van het systeem. In de getekende offerte is vermeld dat het een handmatig aangebrachte vloer betreft waarbij onder meer pinholes, kleine oneffenheden, structuurverschillen en zichtbare gebruikssporen kunnen voorkomen. De door de consument vermelde kleine puntbeschadigingen betreffen slechts een zeer gering deel van het totale vloeroppervlak die cosmetisch kunnen worden hersteld.

Het deskundigenonderzoek

De deskundige O.R. de Vries heeft de klacht onderzocht en op 26 februari 2026 rapport uitgebracht van zijn bevindingen, die als volgt luiden:

Bij binnenkomst van de woning is het eerste aanzicht van de vloerafwerking goed. Het oppervlak is enigszins ruw en er zijn wat lichte spaanslagen zichtbaar maar dat past bij het geleverde product. Onder de tussendeur tussen gang en woonkamer is een kleine oneffenheid zichtbaar omdat daar kennelijk een groter tijdverschil tussen aangebrachte delen vloerafwerking heeft gezeten. Dat is, gezien de vorm van de vloer op de begane grond niet te voorkomen en is ook geen klacht van bewoners. Bij de voordeur valt bij de deurmat al een (eigenlijk tweetal) groepen kringen en poriën op. Deze horen niet voor te komen in een dergelijke vloerafwerking. Het gehele vloeroppervlak toont op tientallen plekken kleine witte puntjes, welke waarschijnlijk losgekomen steenkorreltjes (lava) betreffen. Er zijn geen sporen van mechanische beschadiging daaraan te treffen die dat zouden hebben veroorzaakt, uitstekende delen zijn kennelijk losgewreven. Op enkele plaatsen zijn wel degelijk mechanische (gebruiks)schades te herkennen. Op die plaatsen kan, door de aanwezigheid van een lichter gekleurde onderlaag(schraaplaag), worden waargenomen dat de dikte van de bio-lava vloerafwerking zelf inderdaad zeer gering is, in overeenstemming met eerdere waarneming door consument.

In het vloeroppervlak zijn enkele reparaties terug te vinden. Enkele zijn zeer goed gelukt en niet of nauwelijks zichtbaar, maar er zijn er ook ten minste twee die duidelijk herkenbaar aanwezig zijn door kleur- en structuurverschil. De detaillering van de vloer is niet overal correct uitgevoerd. Kantstroken ontbreken bij de schuifpui en langs ruw metselwerk is soms vloerafwerking over de kantstrook aangebracht (hoort niet, schadekans) of is de kantstrook zeer duidelijk zichtbaar. Een en ander is herstelbaar en zou bij herstelwerkzaamheden in overleg kunnen worden aangepast. In de vloerafwerking zijn, ondanks het aanbrengen van twee egaliserende lagen nog relatief grote on- vlakheden aanwezig. Onder een rei van 1m’ worden in het midden gapingen van 2-3mm waargenomen. Op zich nog net toelaatbaar, maar dat had in de gegeven vloeropbouw wel beter gekund. In de hoek van de woonkamer is nog een grote groep blaasjes en ringen zichtbaar. Dit is opvallend en zeer ontsierend aanwezig en zeker geen normaal verschijnsel. Vermoedelijk ligt de oorzaak in een bovenmatig aanzuigende ondergrond bij aanbrengen van de schraaplaag of een vervuiling op de (beige/crème kleurige) schraaplaag, die een effect heeft gekregen op de grijze bio-lava vervolglaag. Bij applicatie van de bio-lava in twee lagen was een dergelijk beeld niet mogelijk geweest omdat de eerst aangebrachte laag dan de zuigkracht naar een voorspelbaar niveau (immers eigen materiaal) had gebracht. Dat kan dus alsnog een oplossing zijn.
Het aanzicht van de witte puntjes valt op zich wel mee, maar de groepen ringen/blazen zijn zeer duidelijk aanwezig. De laagdikte van het systeem maakt het bovenmatig kwetsbaar voor beschadiging en door geringe inbedding zullen ook korrels lavasteen eenvoudig los kunnen komen. Dat is geen zichtbaar gebrek, maar wel degelijk bepalend voor de ernst van de ervaren problemen.

De aanwezigheid van enkele groepen ringen/blazen maakt dat lokaal oppervlakkig herstel niet eenvoudig mogelijk is. Dergelijk herstel is sowieso al moeilijk, hetgeen blijkt uit de aanwezige herstellingen met afwijkende kleur en structuur. Daarnaast zou dergelijk herstel niet het ontstaan van de witte plekjes door uitkomende steentjes en mechanische beschadigingen in de toekomst voorkomen. Een oplossing kan wel worden gevonden door het gehele vloeroppervlak van de begane grond te voorzien van een overlaging. Gezien de geringe dikte welke wordt vastgesteld zou dat het complete systeem moeten worden. Door het toenemen van de laagdikte zal de mechanische belastbaarheid op een normaal niveau komen en huidige visuele gebreken aan het zicht onttrokken worden.

Herstel bestaat daarmee dan uit de volgende handelingen:
– Uitruimen woning BG, verwijderen plinten.
– Schuren huidige vloeroppervlak t.b.v. hechting.
-Aanbrengen primerlaag Quartz primer, eventueel ingezand
-Aanbrengen twee (!) lagen bio lava (schraplaag en bio-lava laag)
-Aanbrengen sealing gel
-Aanbrengen transparante sealer PU Clearseal supermat (1 of 2 lagen).

De deskundige begroot de totale herstelkosten, inclusief de bijkomende kosten op € 11.100,00 inclusief btw.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie sluit zich aan bij de beoordeling van de deskundige O.R. de Vries. Daaruit blijkt dat de opgeleverde vloer niet de eigenschappen heeft die de consument daarvan op grond van de overeenkomst mocht verwachten, zulks gelet op de door de deskundige geconstateerde en als ernstig gekwalificeerde oneffenheden. De deskundige acht plaatselijk cosmetisch herstel niet aan te bevelen en adviseert tot overlaging van het gehele vloeroppervlak. De ondernemer heeft daartegen ingebracht dat de consument daarmee een technisch verbeterde vloer zou krijgen hetgeen niet als een proportioneel herstel is aan te merken. De commissie volgt ook in dit opzicht het oordeel van de deskundige omdat alleen plaatselijk herstel de consument niet de vloer zou leveren waarop hij op grond van de overeenkomst recht kan doen gelden, zoals uit het deskundigenoordeel blijkt.

Dit brengt mee dat de consument recht heeft op herstel van de vloer op de wijze zoals door de deskundige geadviseerd is. Mede gelet op het verzet door de ondernemer tegen deze herstelwijze acht de commissie het aangewezen dat de ondernemer aan de consument de begrote herstelkosten vergoedt, zodat de consument het herstel door een derde partij kan doen uitvoeren.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer dient binnen twee weken na verzending van deze uitspraak aan de consument een vergoeding te betalen van € 11.100,00.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer mr. B.C. Westenbroek, mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 28 april 2026.

 

Opslaan als PDF