Consument moet onterecht ontvangen bedrag terugbetalen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Kosten    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1311075/1316005

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze uitspraak gaat over een consument die volgens de ondernemer € 2.791,55 moet terugbetalen. De consument begreep niet waarom dit bedrag werd teruggevraagd en vond dat hij onvoldoende uitleg had gekregen. Uit de stukken blijkt dat de ondernemer een fout heeft gemaakt bij de registratie van de aansluiting. Daardoor werd ten onrechte een belastingvermindering toegepast, waardoor de consument eerder te veel geld terugkreeg. Bij het herstellen van deze fout is vervolgens opnieuw een administratieve fout gemaakt, waardoor € 2.791,55 onterecht aan de consument is uitbetaald. De commissie oordeelt dat de consument geen recht had op dit bedrag en het daarom moet terugbetalen. Volgens de commissie heeft de ondernemer voldoende geprobeerd uit te leggen hoe de situatie is ontstaan en heeft hij bovendien een vergoeding van € 150,- aangeboden voor de veroorzaakte overlast. De klacht van de consument wordt afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft een nota gekregen van de ondernemer. Hij moet volgens de ondernemer € 2.791,55 aan de ondernemer terugbetalen maar de consument heeft dat niet gedaan. Hij weet niet waarom hij moet terugbetalen. Ook weet de consument niet hoe het bedrag is opgebouwd. De consument zegt geen uitleg gekregen te hebben over die nota en vraagt daar nu om.
De commissie is het niet eens met de consument en wijst het verzoek af.

Beoordeling

Uit de stukken blijkt het volgende.
De ondernemer heeft de aansluiting van de consument verkeerd geregistreerd in zijn administratie. De aansluiting blijkt een industriefunctie te hebben en geen verblijfsfunctie zoals de ondernemer heeft aangenomen.
De ondernemer heeft door die fout ten onrechte een vermindering energiebelasting toegepast en verrekend op de jaarrekeningen. De consument kreeg daardoor bij de jaarafrekeningen geld terug.
Na een controle bleek de fout.
De situatie is hersteld door de ondernemer en toen ging er bij de ondernemer weer wat mis.
Er is een correctienota opgemaakt die bedoeld was om binnen de organisatie van de ondernemer te blijven, maar in plaats daarvan is er een bedrag van € 2.791,55 uitbetaald aan de consument.
Vervolgens is aan de consument gevraagd dat bedrag terug te betalen.
De commissie begrijpt dat tegen die nota van 10 maart 2024 door de consument bezwaar wordt gemaakt.

De commissie begrijpt dat door de fouten die gemaakt zijn, de consument het overzicht kwijt is geraakt. Dat betekent alleen niet dat de consument het bedrag mag houden.
De commissie is met de ondernemer van oordeel dat het uitbetaalde bedrag van € 2.791,55 onterecht is overgemaakt naar de consument.
Anders gezegd; de consument heeft daar geen recht op en moet dat bedrag daarom terugbetalen.

De commissie maakt uit de stukken op dat de ondernemer een aantal keren heeft geprobeerd de gang van zaken aan de consument uit te leggen.
De ondernemer heeft naar het oordeel van de commissie gedaan wat van hem verwacht mag worden onder de gegeven omstandigheden.
In dat verband is de consument ook een bedrag van € 150,- aangeboden voor de overlast die door de fouten zijn veroorzaakt. Ter zitting zijn ook excuses aangeboden voor de verwarrende gang van zaken.

Al met al is de commissie van oordeel dat de klacht van de consument ongegrond is. De commissie gaat er wel van uit dat de ondernemer zijn aanbod gestand zal doen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument gevraagde wordt afgewezen.
De commissie gaat ervan uit dat de consument binnen veertiendagen na verzending van dit Bindend Advies het door hem verschuldigde bedrag aan de ondernemer betaalt. Verder gaat de commissie ervan uit dat de ondernemer binnen veertiendagen na verzending van dit Bindend Advies zal handelen zoals aangeboden.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 4 maart 2026.

Opslaan als PDF