Commissie: Afbouw
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Niet-ontvankelijkverklaring
Uitkomst: ontvankelijk
Referentiecode:
1089111/1204413
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Deze uitspraak gaat over een consument die klachten heeft over het stucwerk in de badkamer. Volgens de consument zijn er verschillende gebreken, zoals verkleuringen, zwarte punten, een scheur in de muur en een slechte afwerking. Ook is de consument ontevreden over de manier waarop herstelwerkzaamheden zijn uitgevoerd en over het contact met de ondernemer. De ondernemer stelde dat de consument te laat naar de Geschillencommissie was gegaan en daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De commissie oordeelt echter dat partijen na de eerste klacht nog langere tijd met elkaar hebben gesproken over mogelijke oplossingen. Daarom kan de consument redelijkerwijs niet worden verweten dat de termijn voor het indienen van de klacht is overschreden. De commissie verklaart de consument ontvankelijk, waardoor de klacht inhoudelijk behandeld kan worden.
De volledige uitspraak
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Stucwerk badkamer vertoont gebreken. De oplevering is door ons niet goedgekeurd, herstelwerk is niet goed gedaan en er blijft discussie over andere gebreken in het stucwerk en de verantwoordelijkheid. De gebreken zijn onder anderen Gele plekken, zwarte punten, slechte afwerking, geul bij toilet, chemische reactie herstelwerk, scheur in muur. Weinig bereidheid voor oplossing, heeft het uiteindelijk afgekapt, daarna lange tijd geen contact, pas weer na brief ingebrekestelling. Wil niet rond de tafel gaan zitten, ook niet na herhaaldelijk verzoek. Hebben geen vertrouwen meer. Keuze voor geschillencommissie omdat deze uitkomst bindend is. We willen dit kunnen afsluiten.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Ondernemer stelt dat consument niet ontvankelijk is in zijn klacht op grond van artikel 6 lid 1 sub b van het reglement van de Geschillencommissie Afbouw, volgens welk artikel een consument het geschil binnen twaalf maanden na de datum waarop hij zijn klacht bij de ondernemer heeft ingediend, aanhangig dient te maken bij de commissie. Ook stelt hij dat, zover de consument zich zou beroepen op artikel 6 lid 2 van het reglement er geen sprake is van omstandigheden die maken dat consument redelijkerwijs geen verwijt treft.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Vast staat dat na de eerste klacht van consument bij ondernemer, diverse malen is gecommuniceerd over mogelijke oplossingen zonder resultaat en deze omstandigheid maakt dat consument geen verwijt gemaakt kan worden dat de termijn van artikel 6 lid 1 sub 2 als hiervoor genoemd is overschreden.
Op grond van het voorgaande is de consument ontvankelijk in de klacht.
Beslissing
De commissie:
– Verklaart consument ontvankelijk in de klacht
Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek – de Bekker, voorzitter, de heer mr. A.B. van Kruistum, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 24 september 2025.