Consument verantwoordelijk voor douaneformaliteiten bij buitenlandse zending

  • Home >>
  • Post >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Post    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1330926/1346753

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een vermist pakket.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Ik stuur regelmatig 20 kilo verzekerde pakketten naar mijn familie in [land]. Het laatste pakket dat ik heb verstuurd, is niet naar mijn familie aangekomen. Normaal gesproken had het pakket naar mij teruggestuurd moeten worden, maar dat is niet gebeurd. Ik heb deze situatie meerdere keren aan [ondernemer] gemeld. In hun laatste email schreven ze dat het probleem in [land] lag en dat ze me niet konden helpen. Ook schreven ze dat de verzekering kosten niet vergoed zouden worden en dat er geen reactie op mijn email klachten zou komen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Wanneer de inhoud van een Aangetekend pakket tijdens het postvervoer vermist raakt, is [ondernemer] daarvoor in principe aansprakelijk en heeft een consument aanspraak op schadevergoeding. Die aanspraak vervalt als de schade aan een artikel wel tijdens het postvervoer is ontstaan, maar deze het gevolg is van een inbeslagname door de douane van het land van bestemming zoals thans aan de orde. Uit de door de [buitenlandse] postorganisatie met [ondernemer] uitgewisselde informatie blijkt dat de geadresseerde in de gelegenheid is gesteld de voor invoer vereiste douaneformaliteiten te vervullen, waaronder het voldoen van de verschuldigde invoerrechten over de door de consument verzonden goederen Nu deze formaliteiten niet zijn afgerond, heeft de [buitenlandse] postorganisatie de zending aangemerkt als achtergelaten dan wel niet-opgeëiste post (‘abandoned mail’). De [buitenlandse] postorganisatie hebben vervolgens bevestigd dat de zending niet meer voor retourzending aan de afzender in aanmerking komt.

Postorganisaties hebben geen zeggenschap over douaneautoriteiten. Bij inbeslagname door ambtenaren van een daartoe bevoegde overheidsinstelling heeft een afzender van die goederen of artikelen dan ook geen aanspraak op schadevergoeding van de vervoerder. De consument die zendingen naar het buitenland verstuurt, wordt geacht zichzelf op de hoogte te stellen van de importbepalingen in het land van bestemming. Wanneer een consument verzuimt de eigen verantwoordelijkheid in te vullen en zich tevoren op de hoogte te stellen van de douaneregels en praktijken in het land van bestemming, kan de aansprakelijkheid voor schade als gevolg van een inbeslagname niet op [ondernemer] worden afgewenteld. De oorzaak van het uitblijven van aflevering is gelegen in het niet afronden van de vereiste douaneformaliteiten door de geadresseerde en de daaropvolgende beslissing van de [buitenlandse] autoriteiten om de zending niet vrij te geven en niet voor retourzending in aanmerking te laten komen. Deze omstandigheden vallen buiten de invloedssfeer van [ondernemer]. Op grond van artikel 18 lid 2 onder d van het Verdrag van Montreal is [ondernemer] hiervoor niet aansprakelijk. De consument heeft daarom geen aanspraak op schadevergoeding of retourzending van de zending.

Voor wat betreft de klacht van de consument dat hem aan het servicepunt van [ondernemer] verteld had moeten worden dat er voor het pakket invoerrechten betaald moesten worden; van medewerkers van een [ondernemers]-servicepunt kan niet worden verwacht dat zij beschikken over actuele kennis van alle invoer- en douaneregels die gelden in alle afzonderlijke bestemmingslanden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting onderschrijft de commissie het standpunt van [ondernemer]. Dat de geadresseerde niet bereid is gebleken invoerrechten te betalen kan niet met succes aan [ondernemer] worden tegengeworpen en moet voor rekening en risico van de consument blijven. Bovendien is het aan de consument om zichzelf te oriënteren omtrent eventuele verschuldigdheid van invoerrechten in het land van bestemming.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit mr. D.J. Buijs, voorzitter, A. Verkaik en P. van Endhoven, leden, op 20 augustus 2026.

 

 

Opslaan als PDF